Op een ver eiland (8)
De strijd om een nummerplaat, part II, én het gevecht om een onderhoudsbeurt
Toen ik na tien dagen nog een teken van leven had gekregen van de Delegacion (zie Op een ver eiland, 6, van 14 mei), besloot ik de vertegenwoordiging van de Spaanse staat op mijn eiland nogmaals met een bezoek te vereren. Ik had geluk: er was geen wachtrij en de inschikkelijke dame wenkte mij meteen naderbij. Ik legde haar mijn bezorgdheid uit. Ach, zei ze, u moet toch wel op twintig dagen rekenen voor uw Spaanse nummerplaat het eiland bereikt hebben uw nummer, we zullen u bellen. Jamaar, wierp ik op, ik moet terug naar België, voor de verkiezingen enzo. Dat bleek niet echt een probleem. Ik mocht het telefoonnummer van mijn vrienden K. en M. opgeven, dan zouden ze die wel bellen.
Twee dagen later reed ik net bijzonder slecht gehumeurd van de garage naar de bouwhandel in El Mocanal.
Slecht gehumeurd, omdat mijn afspraak met de garage voor een onderhoudsbeurt in het water was gevallen. U moet weten dat er uit de motorkap van mijn Fiat Doblo al enige tijd een enerverend kriepend geluid opsteeg, alsof er een krankzinnige krekel in de motor verborgen zat. Dat was de schuld van de correa, de drijfriem. Dat was noch gevaarlijk noch dringend, had de garagist mij enkele weken voordien al gerustgesteld, maar ik wilde toch van dat gekriep vanaf. Helaas bleek op de dag van mijn afspraak dat de drijfriem van mijn type Doblo in héééél Spanje niet te vinden was, enfin, toch niet op korte termijn. Volgende week misschien, zei de niet onsympathieke chico van de garage. En dan zou hij meteen de olie verversen.
Ik reed dus om vier zakken cement naar El Mocanal toen mijn Spaanse gsm piepte. Siiiiii, zei ik met rustige en diepe stem. Het bleek een van de dames van de Delegacion te zijn. Mijn nummerplaat was aangekomen! Vengo subito, zei ik (wat eigenlijk Italiaans is), en ik wendde fluks de steven opnieuw naar de hoofdstad Valverde (3000 inwoners). De dames van de administratie waren stomverbaasd dat ik zo vlug ter plekke was. Haast is een ondeugd op het eiland. Maar kom: ik kreeg een inschrijvingsbewijs van het koninkrijk Spanje en ik kreeg ook mijn Tarjeta Verde van de Automobielinspectie terug. En de nummerplaat? vroeg ik in mijn naïviteit. De vriendelijke dame lachte inschikkelijk. De nummerplaat moest ik laten vervaardigen door een garage, daar hield de Spaanse staat zich - integenstelling tot de Belgische -niet mee bezig.
Ik keerde terug naar mijn garage en troggelde de mechanicien een afspraak voor de maandag daarop af: voor de drijfriem, voor de olie, voor een kapotte koplamp én voor de nummerplaat.
De maandag kwam. Ik stond met een bang hart op. Wat zou er n u nog tussen kunnen komen? Niets, nada! zo bleek. Twee uur later reed ik met mijn tot Spanjaard genaturaliseerde Doblo naar de bank, die ook verzekeringen verkoopt, wat had u gedacht.

En kijk: eind goed, al goed. Na een kleine drie maanden, na talloze bezoeken aan vele kantoren, na veel Spaans gestamel en veel frustratie, na veel geduld en en flegma, siert de nummerplaat 4382 GWK mijn coche. Het is geen sexy letter- en cijfercombinatie, ik weet het, maar ik heb ze. Overigens had de garagist mijn Belgische nummerplaat al in de vuilnisbak gegooid. Ik moest mijn beste Spaans bovenhalen om hem uit te leggen dat die in ons land nog geld waard is.