Op een ver eiland (6)
De strijd om een nummerplaat (en andere verhalen)
Ik kreeg een brief – aangetekend nog wel – van de Gobierno de Canarias . Ik was op 9 maart op Tenerife ontscheept met mijn automobiel, komende van Portimao in Portugal, schreef de Gobierno, en dat het hoog tijd werd om ofwel de ingevoerde auto te regulariseren (lees: invoertaks te betalen), ofwel een biljet voor de terugreis voor te leggen. Onopgemerkt reizen binnen de Europese Unie is er niet meer bij, was mijn eerste gedachte. De tweede was dat er toch geen ontkomen aan was, en dat ik maar best zo gauw mogelijk mijn opwachting zou maken bij de belastingdienst. Wat ik dus deed op een maandag, bijna drie weken geleden.
De hacienda
Ik begaf mij in al mijn onschuld naar de ‘hacienda’, zoals de fiscus hier op het eiland wordt genoemd. Fout! De eerste van een lange rij vergissingen. ‘Wat komt u hier doen, caballero? Dat is onze winkel niet!’ luidde ongeveer de reactie van de bewaker die de klanten van de fiscus over de ambtenaren verdeelt. ‘Volgens mij moet u bij de Agencia Tributaria Canaria zijn, maar wacht, ik zal het nog eens vragen.’ Waarna de bewaker zich ging informeren. ‘Ik was abuis’, zei hij even later, ‘ u moet niet bij de Agencia Tributaria zijn, maar bij de Registro.’ Ik begaf mij naar het register der eigendommen. Te voet, want de hoofdstad Valverde is maar zo groot als een flink uit de kluiten gewassen gehucht bij ons. En ik had mijn auto dichtbij het postkantoor kunnen parkeren, een meevaller. Bij de Registro bekeken ze de dreigbrief van de Gobierno de Canarias, haalden hun schouders op, en zegden dat ik bij hen aan het verkeerde adres was. De Agencia Tributaria Canaria, daar moest ik zijn. Ik groette vriendelijk en ging henen.
Fotokopiëren
Inderdaad, zei de dame achter de balie van de Agencia toen ze de brief had bekeken, ik was aan het juiste adres. En of ik diverse documenten kon voorleggen. Ik haalde mijn map te voorschijn en legde de Tarjeta, de factuur, het Belgische inschrijvingsbewijs, mijn pas, mijn NIE (soort verblijfsvergunning), de technische fiche en nog een en ander op de comptoir. De dame ging alles fotokopiëren (wat een manie is in de administratie), legde alles op stapels, vroeg nog eens wat welk document precies betekende, trok de wenkbrauwen op en ging te rade bij haar bazin, die ik toen nog niet bij naam kende. Tja, zei de bazin, waar was mijn Certificado de Empadronamiente? Perdon? zei ik. Ik moest, daar kwam het op neer, naar het gemeentebestuur om daar een bewijs te vragen, het bewijs dat ik inwoner was van Echedo, een deelgemeente van Valverde. Als ik dat in mijn bezit had, mocht ik wederkeren.
Ik stapte fluks naar de Ayuntamiento en werd op de afdeling Informacion redelijk nors toegesproken door een ambtenares die volgens het bordje op haar bureau Carmen Maria Guanche Padron heette. Wie op het eiland Padron in zijn naam heeft, is van goede komaf en zal het ver brengen. Uiteraard kreeg ik het gewenste Certificado niet meteen mee. Ik moest wat papieren invullen en vrijdag eens terugkomen. Het was inmiddels half twee geworden – sluitingstijd voor de administratie – en ik begaf mij naar mijn huisje op Roque Soldado.
Carmen Maria
Op vrijdag begaf ik mij opnieuw naar de Ayuntamiento. Ik was veel te vroeg, snauwde Carmen mij toe. Ik moest terugkomen tegen één uur, half twee. Ik ging boodschappen doen, liep bij de bank binnen, speelde op de Spaanse Lotto, kocht en las El Pais en om kwart over één meldde ik mij opnieuw bij Carmen Maria Guanche Padrona aan. Waarvoor is het? vroeg ze dan nog. Het klaarmaken van het Certificado duurde exact vier minuten. Dat had - in theorie -ook maandag al gekund, of vrijdagochtend. Maar kom, laten we mild zijn. Ik ging apetrots -want ik was nu officieel inwoner van Echedo/Valverde - naar de Tributaria. Ik werd in het bureau van de bazin genood. ‘Rosa Adela Clavijo Padron’, las ik op het bordje op haar desk. Er was een probleem. Ik beschikte namelijk niet over een document dat luisterde naar de naam ‘Alta en el censo de Aduana’, een document dat ook wel een DUA werd genoemd. Waar moet ik dat opsnorren? informeerde ik bij Rosa Adela. Bij de ‘Hacienda’, antwoordde ze resoluut. Het was inmiddels al bijna sluitingstijd en ik had thuis nog veel werk, want mijn dochter zou de volgende dag arriveren op het eiland, om te checken wat haar vader daar allemaal zat uit te spoken. Ik keerde terug naar Roque Soldado, ook nog eens bezwaard met de mededeling dat de invoertaks 832,90 € zou bedragen. Slik.
Maandag begaf ik mij opnieuw naar de ‘Hacienda’. De bewaker loodste mij na een goed uur wachten het bureau van de bazin binnen, ene mooie jonge vrouw met de naam Susane. Ze rommelde door mijn papieren, liet een en ander fotokopiëren, en vertelde mij dan in ratelend Spaans (mijn vraag of een ietsje trager te spreken was ze al na vijf seconden vergeten) dat ik aan het verkeerde adres was. Voor mijn nummerplaat moest ik bij haar zijn, maar voor de invoer van de auto moest ik bij de Agencia Tributaria zijn, zeker weten. Enfin, ze zou het nog eens bekijken en vroeg mij om ’s anderendaags terug te keren. Wat ik ook deed. Ik voelde mij een beetje down van al vruchteloos dat over en weer geloop. Susane zag het. Weet je wat, stelde ze voor, ik zal eens met Rosa Adela Clavijo Padron bellen, misschien wordt de toestand dan wat duidelijker. Rosa Adela en Susane begroetten elkaar min of meer vriendelijk. Ik probeerde het gesprek te volgen maar makkelijk was anders. Ga maar terug naar Rosa Adela, zei Susane toen ze de hoorn had neergelegd, want het is mijn probleem niet. Wél terugkomen voor de nummerplaat hoor, want daarvoor moet u hier belasting betalen.
Rosa Adela
Ik wandelde terug naar de Agencia. Kom binnen en zet u, zei Rosa Adela, en begon op haar computer een formulier in te vullen. Maar uiteraard was het probleem van de DUA niet in nevelen op gegaan, niet uit zichzelf verdwenen, en wilde de computer niet meewerken. Tja, zei de Administrador de la Agencia Tributaria Canaria, u zult met uw auto naar Tenerife moeten gaan om hem bij de douane te regulariseren, er zit niets anders op. Ik slaakte een diepe zucht. Mevrouw, zei ik in mijn mooiste Spaans, daar begin ik niet aan. Dan neem ik mijn auto nog liever mee terug naar België, dat is veel goedkoper. Rosa Adela keek mij verbaasd aan. Meende ik dat echt? Ik denk dat mijn gezicht boekdelen sprak. Rosa Adela nam de telefoon, belde een kennis bij de douane van Tenerife, gaf mijn gegevens door en geen vijf minuten later was de kwestie geregeld en zegde de computer volmondig ja. Ik probeerde niet al te verbijsterd te kijken. Ik ging naar de bank met een formulier, betaalde 832 € en keerde terug naar de Agencia. Genadig stelde Rosa Adela haar koffiepauze even uit, zette een stempel op mijn papier en klaar was kees. Ik heb haar heel vriendelijk bedankt, zo blij was ik.
Nu nog de nummerplaat
Goed, die auto was nu ingevoerd. Nu nog een nummerplaat.
Ik begaf mij naar de Delegacion, de vertegenwoordiging van de Spaanse staat op mijn eiland, gelegen naast de ‘hacienda’. Ik kwam terecht bij een zeer inschikkelijke, nog jonge vrouw, die geduldig luisterde naar mijn Jommekesspaans. Hebt u al taks betaald bij de post, vroeg ze, en bij de gemeente? En hebt u formulier 576 al? Dat moet van hiernaast komen, van de ‘hacienda’. Ik voelde dat ik me niet zou vervelen. De post, dat was makkelijk: 93,23€. De gemeente was iets moeilijker, want ik moest opnieuw bij Carmen Maria Guanche Padrona op visite. Ze was toeschietelijker dan de vorige keer, waarschijnlijk omdat ik intussen een brief van de Alcalde van Valverde had ontvangen, waarin hij mij officieel tot ‘vecino’ , tot inwoner van Echedo/Valverde proclameerde (Resolucion N° 376!). Betalen moest ik evenwel niet bij haar, maar bij een listig verscholen kantoor op de plaza. Enfin, ook dat lukte: ik was 68,74€ lichter.
Vervolgens begaf ik mij naar Susane (de bewaker wuifde mij achteloos naar zijn kantoor, de oudere medewerkers van de belastingdienst konden een grijns amper onderdrukken). Formulier 576 alstublieft, verzocht ik de bazin. Dat was lastig, want dat formulier hadden ze niet in huis, zei Susane. Maar het is een formulier van uw administratie, drong ik aan. Ja, dat kon allemaal wel zijn, maar ze hadden het niet, ik moest het bij de bank gaan halen. Bij de bank??? Ja, bij de bank. Maar eerst moest ik mij nog een NIF (Numero de Identificacion Fiscal) laten aanmeten bij Elena. Ook dat gebeurde.
Omdat ik dat bankverhaal niet echt geloofde, ging ik opnieuw in de rij staan bij de Delegacion. Mijn inschikkelijke dame was inmiddels verdwenen. Dat gaat daar zo in de administratie en bij de banken: vanaf half elf tot twaalf uur ongeveer heeft eenieder recht op een pauze voor koffie en een broodje of een gevulde koek. Of er nu veel of weinig klanten in de rij staan te wachten, is van geen enkel belang. Een oudere ambtenares, van het ijzervreterstype, wenkte mij naar haar bureau: Pasa, caballero! Ik legde haar mijn ingezamelde documenten voor, die ze als eerste stap allemaal fotokopieerde (hoewel haar collega dat ook al had gedaan). Ik keek zo onschuldig mogelijk en zette mijn warmste glimlach op. Maar het hielp niet. Falta modelo 576! kreet de ambtenares. Ze hebben dat hiernaast niet in stock, probeerde ik. Dat zijn mijn zaken niet, poneerde madame ijzervreter bars, als ze modelo 576 niet kunnen leveren, moeten ze maar iets anders bedenken!
Modelo 576
Ik keerde weer naar de ‘hacienda’. Senor, sprak ik de bewaker vertrouwelijk aan, ligt er hier in een kast misschien ergens een modelo 576? De goede man was nog maar net begonnen aan een speurtocht, of daar verscheen Susane weer, en ik moest opnieuw mee naar haar bureau. Gegniffel alom. Ze schreef een briefje voor de bank en stuurde mij op pad. Bij de bank keken ze elkaar verbaasd aan. Er werd met een ander kantoor gebeld. Er werd overlegd. Er werd besloten iets in elkaar te flansen dat zou kunnen dienen: 232,60€ van mijn rekening… Ik haastte mij terug naar de ‘hacienda’ om het geïmproviseerde document voor te leggen, maar Susane was er niet meer. Ze zou over hoogstens een kwartier wederkeren, verzekerde mij Norberto, want zo heet de bewaker. Ik wachtte een half uur en besloot dat het voor die dag welletjes was geweest.
Ik sloeg een dag over en begaf mij op vrijdag nogmaals naar de ‘hacienda’. Susane knikte goedkeurend: dat had de bank goed voor mekaar gebracht. Ze begon een en ander in te voeren in de computer, maar – driewerf eilaas – alweer was er iets niet in orde. Er stond een fout jaartal op het modelo 576, versie Caja Canarias (Susane had de fout gemaakt, maar dat kon ze moeilijk toegeven). Ik haastte mij opnieuw naar de bank. De bankbediende probeerde de fout te herstellen, maar dat wilde niet lukken: nu was het de beurt aan de bankcomputer om dwars te liggen. Overleg, telefoontjes, etc. Op de duur lukte het toch de computer te verleiden/misleiden. Ook de computer van Susane was deze keer welwillend en ik kreeg een document mee voor de buren, voor de Delegacion. Dankuwel en tot ziens, groette ik Susane bij het afscheid. Ik had haar willen kussen.
Een zuinig lachje
De ijzervreter bladerde door mijn inmiddels vuistdikke bundel papieren, haalde er papieren tussenuit, schoof andere in mijn richting. Ze keek, ze checkte, ze verifieerde, ze controleerde, te telde. Ze fotokopieerde voor alle veiligheid een en ander. Ze hervatte het tellen, checken, verifiëren en controleren. Met enige tegenzin verklaarde ze tenslotte dat er niets ontbrak.
ER ONTBRAK NIETS MEER!
Met een zuinig lachje noteerde ze mijn telefoonnummer. Ik zou gebeld worden, zei ze, als er nieuws was. Dat verontrustte mij toch wel een beetje. Ik had liever gehoord dat ik zou gebeld worden als de Spaanse nummerplaten klaar lagen voor mij. Maar een mens kan niet alles hebben. Ik ben benieuwd of de platen bij mij terechtkomen voor ik terug naar Belgenland reis.
Commentaar
1. Joke zegt ...
Wat ik niet begrijp: El Hierro is deel van het EU grondgebied én het douanegebied.
Invoerrechten op een Fiat, een in de EU geproduceerde wagen?
Dat kan toch niet?
Of u zit niet op El Hierro, of u betaalde iets anders dan invoerrecht ...
2. Eeckhout+Ann zegt ...
Louis,
Ik weet niet of je vanop uw eiland de cover van de humo van deze week kan zien ...
In het geval van niet ziehier de titel : Ivo Belet, Dirk Sterckx en Brtacke verklaren : wie gelooft deze mensen van de nieuwsdienst nog ?"
Wat mij betreft is de cirkel volledig rond, als je zelf oneindig lang in dat circuit rondgehangen hebt en er nu al met scherp naar schiet omdat je naar het andere kamp overgelopen bent dan kan je jezelf onmogelijk een standvastig persoon noemen.
Dit gezegd zijnde....ik ga er alvast mijn slaap niet voor laten ;-)
Vg
Ann
18/05/2010