vrijdag 26 maart 2010

Op een ver eiland (2)

 

De automobielinspectie van San Andres

 

 

Mijn Fiat Doblo is net geen vier jaar oud. In termen van automechanica is dat de ideale leeftijd om met brugpensioen te gaan. Dan is het voertuig namelijk zo goed als “afgeschreven”. Vele handige bestelwagentjes zoals de mijne, en een diesel bovendien, beginnen aan een tweede leven in Roemenië of Moldavië, maar die van mij mocht nog één grote reis maken, in zuidelijke richting, naar een klein en ver eiland in de grote oceaan. Vorig jaar reed er nog maar één enkele Doblo op het eiland, die van de postbode, de facteuse. Maar nu toeren er, alsof mijn aankomst in de haven van Puerto de la Estaca potentiële autokopers op een idee had gebracht, wel vijf of zes rond . Met Spaanse nummerplaten, wel te verstaan. Mijn Doblo moest ofwel terugkeren naar België, voor zijn eerste “controle”, ofwel moest ik hem een Spaanse nummerplaat schenken, wat niet alleen veel praktischer maar ook goedkoper is.

 

Een geweldige bureaucratie

 

Spanje is een geweldige bureaucratie. Het eiland is Spaans grondgebied en geen uitzondering op de regel. Acht verschillende stappen moest ik zetten om een Spaanse matriculacion te bemachtigen, en in de juiste volgorde graag (volgorde die ik intussen helaas vergeten ben). Maar de allereerste is een bezoek aan, jawel, de Spaanse Automobielinspectie in San Andres. U moet het gezien hebben om het te geloven. Op een stuk braakliggende grond aan de rand van het dorp, naast een schapenhandel, staan twee containers, waarvan er eentje van een ladder is voorzien. Daar is het. Vorige week begaf ik mij vol goede moed naar de inspectie, met mijn armen vol documenten en papieren (dichterlijke overdrijving), die alle betrekking hadden op mijn Fiat Doblo en mijzelf. Ik ben immers een estranjero, en dat maakt het allemaal nog wat gecompliceerder, hoewel ik intussen de bezitter ben van een blauwgroen document, dat mij erkent als resident, als eilander uit het buitenland, en mij toch enige rechten toekent.

 

De inschikkelijke meneer van de Controle had al wel Duitse automobielen die Spaans wilden worden onder handen gehad, maar nog nooit een auto met een Belgische nummerplaat. Hij belde met ene José, en informeerde of Duitsland en België hetzelfde waren, qua behandeling van automobielen dan. Ja, dat was zo. Hij bladerde door mijn stapeltje papieren, zette een spijtig gezicht op, en zegde dat er een papier ontbrak: de technische fiche. Ik wees hem schroomvol op het document dat bovenaan lag. Het was weliswaar in het Italiaans gesteld, maar dat is zo met alle voertuigen die in Italië geproduceerd zijn. Aha! Ja, ik had gelijk, zei de man toegeeflijk, en wanneer ik een afspraak wilde. Ik ben er nu toch, wierp ik op, maar dat telde niet. Het zou de week daarop moeten, want tot dan waren ze volgeboekt. Nu ontbreekt het niet aan auto’s op het eiland, en vooral niet aan grote terreinwagens, maar uiteindelijk wonen er op het eiland minder mensen dan in een doorsnee Vlaams dorp. Van een overrompeling is er aan de controle van San Andres dus zelden sprake. Maar het moest gaan zoals de meneer zei.

 

Een nijdige, een inschikkelijke en een zwijgzame

 

Ik reed dus vol goede moed, en opnieuw met de vereiste documenten, naar San Andres. De inschikkelijke meneer van de vorige keer was in de weer met een legervoertuig. Het legervoertuig diende als proefkonijn voor een nieuw toestel, waarmee auto’s in de lucht kunnen worden gekrikt om ze beter langs de onderkant te kunnen inspecteren. Ik werd aangesproken en bediend door een pezig en nijdig heerschap, dat mij overstelpte met vragen om informatie, waarop ik maar met moeite een antwoord kon formuleren. Gelukkig kwam even later, toen het nieuwe toestel voldoende was uitgetest, de inschikkelijke meneer zijn plaats innemen op de hoofdstoel binnen de container. Al mijn papieren waren intussen al een keer gefotokopieerd door de nijdige, maar de inschikkelijke deed het nog eens over. Intussen hield ik met één oog het legervoertuig en zijn soldatenchauffeur in de gaten, want die werd nu “voor echt” gecontroleerd. Misschien kon ik daar nog iets van leren.

 

Ik betaalde, kreeg een document of vier om te bewijzen dat ik inderdaad 38,60 € in contanten had overgemaakt, en kreeg het bevel om in mijn coche plaats te nemen. Ik ontstak alle lichten die mijn Fiat rijk is, in ongeveer dezelfde volgorde als ik de soldaat had zien doen. Helaas waren de regels veranderd inmiddels en moest het anders. Mijn vlijt en inzet moeten vertederend zijn overgekomen, want ik kreeg – van een derde, een zwijgzame werknemer – een knikje dat het zou volstaan. Vervolgens reed ik een toestel op om mijn remmen en mijn vering te testen. Ik duwde welgezind op het rempedaal en zwengelde aan het stuurwiel zoals ik de soldaat had zien doen. Ik kon aan de mimiek van de zwijgzame zien dat hij vond dat ik overdreef. Mijn CO-gehalte werd getest, en dat was het dan, volgens mij althans.

 

Alles eens verifiëren

 

Maar niet voor de drie heren die zich nu tegelijk over mijn Fiat bogen. De eigenschappen van het voertuig mochten dan wel op dat Italiaanse document staan, het kon nooit kwaad om dat allemaal eens te verifiëren. En dus ging de motorkap een keer of vier open en dicht, werd mijn Doblo met een lintmeter gemeten, van linker- tot rechterband en van voorwiel tot achterwiel. Mijn drie heren trokken inmiddels bedrukte gezichten, zodat ik een beetje voor het ergste vreesde. Zeker toen de zwijgzame het tapijtje op de vloer aan de passagierskant optilde en een verborgen vakje te voorschijn toverde. Wat volgde was werkelijk schattig: de zwijgzame knipte een stuk papier op maat, legde dat in het verborgen vakje, en kriebelde er met een potlood overheen. Ik boog mij voorover om te zien wat voor geheime code hij daar aan het licht bracht, maar dat werd niet geapprecieerd. Het eerste papier deugde overigens niet en de geheime test moest nog eens worden overgedaan.

 

Favorabile 

 

Intussen had zich een naar eilandnormen redelijk lange wachtrij gevormd, want mijn auto verdiende inmiddels toch al een klein uur de volle aandacht van de automobielinspectie. Maar toen bleek het plots afgelopen. Ik blij, natuurlijk. Ik kreeg mijn inschrijvingsbewijs terug dat ze tot mijn ongerustheid tot dan hadden achtergehouden en een document dat vermeldde dat mijn auto op gunstige wijze het examen had doorstaan. Favorabile!


Te vroeg gejuicht, helaas. Over veertien dagen – de inschikkelijke maakte bij dat getal het universele min of meer gebaar – moet ik terugkomen. Ik vermoed om een nieuw inschrijvingsbewijs in ontvangst te nemen. Maar dat kreeg ik in het Spaans niet geformuleerd. Wordt vervolgd.

 

Louis van Dievel

Commentaar

1. Eeckhout+Ann zegt ...

Bureaucratie is toch iets verschrikkelijks hé gelijk waar ter wereld :-)
Dat zou nog eens een interessante studie zijn om te achterhalen hoeveel tijd een mens verspild in zijn leven aan die autoriteiten :-)

Hou er de moed in Louis ;-)
Groetjes
Ann

Naam*
URL
Email*
Email adres wordt niet gepubliceerd!
Onthoud mij
Commentaar*

CAPTCHA
Geef de bovenstaande cijfers in