maandag 22 maart 2010

Op een ver eiland (1)

Het werd tijd om elders te zijn

 

Ik heb al lang niets meer van mij laten horen. Dat spijt me, uiteraard. Als ik de heer Van Dievel - die zich auteur noemt - mag geloven “is de website van een schrijver pas interessant als er iets te lezen valt…” Maar ik heb een goed excuus. Eerst ben ik tien dagen onderweg geweest, per auto en per boot, naar het verre eiland waar ik nu verblijf, en daarna heb ik evenveel dagen nodig gehad om van de boeiende reis af te kicken en om een beetje georganiseerd te raken.

 


Terwijl ik dit schrijf, zie ik door het raam de witte veerboot van rederij Armas langzaam dichterbij komen. Nog even en ik kan met de verrekijker de naam van het schip ontcijferen. De boot van Armas reist traag. Niet heel traag maar toch een heel stuk minder snel dan de Express van concurrent Fred Olsen, een catamaran die tegen een snelheid die niet past bij een schip de verbinding tussen de eilanden verzorgt.
Wat zit ik hier te doen, zult u zich afvragen, terwijl in Vlaanderen mijn roman ‘het leven van Albert’ al aan zijn derde druk toe is, binnen de maand alstublieft (stoeferdestoef). Ik moet u overigens de naam van het schip schuldig blijven, de letters zijn te klein .

 


Het werd tijd om elders te zijn: niet in Brussel, niet op de trein, niet in Kalmthout, niet in de Delhaize. Elders meaning op onvertrouwd terrein. Een plek waar een Fiat met Belgische nummerplaat een curiosum is, een plaats waar ik niet op mijn routine kan terugvallen, waar een taal wordt gesproken die ik (nog) niet meester ben, waar ’s nachts de Melkweg aan de hemel staat te pronken en waar het dan doodstil is. Waar ik altijd de machtige oceaan zie. Een oord waarvan ik wil weten of het een nieuwe thuis kan worden. Want dat valt nog te bezien, uiteraard.

 

Een toneelstuk schrijven

 


Ik ga hier ook schrijven. Aan mijn assisenroman. En aan een toneeltekst. Na vijfentwintig keer ‘De Pruimelaarstraat’ door het onvolprezen theatergezelschap ’t Arsenaal te hebben gezien, is bij mij de goesting gegroeid om een originele toneeltekst te schrijven, geen bewerking van een roman dus. De werktitel luidt ‘Spoor Zeven’ en het gaat over de stationsomroeper van Mechelen. Ik weet niet of ik daar het talent voor heb, ik weet niet of het zal lukken, ik weet niet of iemand het zal willen vertolken als het af is/raakt. Maar ik ga het wel doen.
Om u te plezieren, druk ik hieronder een fragment van mijn ‘probeersel’ af:


Aandacht spoor 7! De IC-trein van 17u54 naar Antwerpen en Essen heeft een vermoedelijke vertraging van 12 minuten. Gelieve ons hiervoor te verontschuldigen. Ik herhaal: spoor 7, de IC-trein naar Essen is ons aangekondigd met een vermoedelijke vertraging van 12 minuten.


Leo: Voilà, zo moet ge dat doen.
Roger: Is dat alles?
Leo: Hoezo, is dat alles?
Roger: Ge moet daar toch niet veel voor kunnen.
Leo: Ha nee?
Roger: Allez, ik zal het anders zeggen: zoiets leert ge toch op een dag of een halve dag. Ik moet twee weken dubbel met u lopen, dat is toch verloren tijd. En echt interessant is het precies niet.
Leo: Ha nee?
Roger: Zeggen dat de trein te laat komt, dat kan toch het kleinste kind.
Leo: Dat is wel straf! Als het werk u niet aanstaat, waarom hebt ge dan bij de ijzeren weg gesolliciteerd?
Roger: Hoe zegt gij dat? De ijzeren weg? Van welk jaar zijt gij?
Leo: Wij zeggen dat allemaal zo, wij zijn nog van de oude stempel. Vindt ge dat belachelijk of wat?
Roger: Maak u niet kwaad, dat is slecht voor uw hart. Straks krijgt ge nog een attaque en dan hebt ge voor nop naar uw schoon pensioen uitgekeken.
Leo: Nu nog schoner! Ik denk dat mijn rapport over u niet zo heel positief zal zijn.
Roger: Moet gij een rapport maken over mij?
Leo: Ah ja natuurlijk, of ge geschikt zijt voor het werk, of ge positief zijt ingesteld, of ge klantvriendelijk zijt, of ge bereid zijt om te leren, of ge vorderingen maakt.
Roger: En wie leest dat rapport dan?
Leo: De stationschef natuurlijk, en als hij vragen heeft zal hij u ontbieden. En dan stuurt hij zijn advies door naar Brussel.

Roger: Mag ik het eens proberen?
Leo: Wat proberen?
Roger: Een trein aankondigen, tiens!
Leo: Ik denk er nog niet aan. Het aankondigen van treinen is pas voor volgende week gepland, en dan nog onder begeleiding. Oei, met al dat gezever vergeet ik mijn werk bijna.
Roger: Volgens mij denkt gij dat de treinen zonder u stilvallen.
Leo: Kunt ge efkes zwijgen, ja?

Aandacht spoor 7! De eerstvolgende trein naar Antwerpen is de IR-trein van 18u naar Antwerpen Centraal. Deze trein stopt in Mechelen Neckerspoel, Mortsel Oude god, Berchem en Antwerpen Centraal, eindstation. Spoor 7, IR-trein naar Antwerpen om 18u.

Roger: Ge spreekt helemaal gelijk de pastoor van ons parochie.
Leo: Wat bedoelt ge daar nu weer mee.
Roger: Wel, ge kondigt de trein aan precies alsof ge wordt gepijpt door een misdienaar.
Leo: Manneke toch, mijn verslag over uw ingesteldheid zal er lief uit zien.

…..

Voilà. Nu hebt u toch al een idee.
Voorts ga ik hier veel wandelen, af en toe zwemmen, veel lezen, het welig tierende onkruid uittrekken, de blogs van deredactie.be publiceren en, zeker wel, thuis missen. En ik zal u van mijn avonturen op de hoogte houden, voor zover ze voor een familiewebsite als deze geschikt zijn .

 


Louis van Dievel


 

Commentaar

1. Eeckhout+Ann zegt ...

Lowie,

Uw humor is alvast meegereisd naar het verre eiland, dat beloofd :-)
Groetjes
Ann

2. Toon Toelen zegt ...

Spoor 7: Derde druk gegarandeerd. Over de verfilming wordt nog onderhandeld. Veel plezier op je eiland. Nu je minder regelmatig blogt, vraag ik me af of je geen (af)teller op je sites (Dievel en VDC) kan zetten? Dan hoeven niet iedere dag langs te surfen en vervolgens ontgoocheld af te druipen. We weten gewoon wanneer we een volgend bericht mogen verwachten...

Naam*
URL
Email*
Email adres wordt niet gepubliceerd!
Onthoud mij
Commentaar*

CAPTCHA
Geef de bovenstaande cijfers in