De onvindbare straat
De Houtemstraat, alstublieft
Ik wandelde vanmiddag nog eens door de Antwerpse wijk waar Albert Tytgadt het gros van zijn leven heeft doorgebracht. Ik zocht plekken waarover ik zou kunnen vertellen in de boekenprogramma's van RTV en ATV. Het huis waar Albert tot begin mei 2009 woonde, is verkocht. Er waren Polen aan het klussen. Ze wilden niet gefotografeerd worden. Dat deed ik namelijk ook, huizen en straten fotograferen. Herinneringen vastleggen.
Ik stapte binnen in café Wilson, vlakbij het Te Boelarepark. Daar ging Albert altijd biljarten. Daar vertelde hij soms over de oorlog. En over mij, over de schrijver van zijn levensverhaal. Er wordt nog altijd gebiljart in café Wilson, en de rook is er om te snijden. Het publiek is bejaard. Luidruchtige heren, dames die onder elkaar zitten te tetteren. Weduwen, allicht. Ik drink koffie, en als de koffie gebracht wordt vraag ik aan de bazin of ze de meneer op de kaft van mijn boek nog kent. "Natuurlijk , zegt ze, ik ben hem nog gaan bezoeken, ik heb nog afscheid kunnen nemen." En dat ze het boek besteld had. En dat ik welkom ben met de cameraploeg van RTV en ATV. Maar dat het op woensdag wel druk is. En lawaaierig.
Ik heb een stadsplan van Antwerpen meegebracht want ik wil nog zien hoe de Houtemstraat eruit ziet, de straat waar Albert woonde voor hij trouwde, de straat waar de ouders van Albert 11 Joden verborgen hielden, meer dan een jaar lang. Tot ze verraden werden. Ik draai het plan naar alle kanten, maar de Houtemstraat vind ik niet. Ze moet er nochtans liggen.
Ik spreek op straat een oudere dame aan. De Houtemstraat alstublieft? Tja, dat is een moeilijke. Neen meneer, maar vraag het eens in de apotheek.
De apotheker zet zijn bril op en bestudeert net zoals ik al gedaan heb, vierkantje 924 op bladzijde 73 van het stadsplan. Allez, dat kan toch niet. De apotheker buigt het hoofd, hij kan niet helpen.
In de Diksmuidelaan, waarlangs de Houtemstraat ergens moet liggen, spreek ik een oud koppel met boodschappentassen aan.
"De Houtemstraat?" klinkt het in de wereldtaal die het Antwerps is, " daar heb ik nog nooit van gehoord, en ik ben hier nochtans geboren en getogen."
Zijn vrouw zet haar bril op, bestudeert met mij de vermaledijde uithoek van pagina 73, maar vindt geen Houtemstraat.
"Vraag het is aan de polies,' stelt mevrouw voor, 'die hebben hier nen buro."
"Dat zal wel niet open zijn in de namiddag," zegt meneer sceptisch.
"Ik denk van wel," houdt mevrouw vol.
En ja, het politiekantoor in de bocht van de Euterpa- en de Junostraat is open. Er staan en zitten een half dozijn agenten van beiderlei kunne door elkaar. Ik verontschuldig mij voor mijn domme vraag: waar is de Houtemstraat?
De agenten kijken elkaar aan. De Houtemstraat? Die kennen ze niet. Dat zal wel niet hier zijn. Ja maar, pruttel ik tegen, de straat staat wel op het plan van Antwerpen. Een agente haalt haar eigen plan uit de schuif. Welaan! Voorwaar! De Houtemstraat bestaat echt!
"Het zal een veilige straat zijn, want we zijn er nog nooit geweest," grapt een van de agenten.
Ik bedank hen omstandig, wijs hen ook op het mogelijke voordeel dat zij in de toekomst uit mijn vraag kunnen putten: je weet maar nooit dat de misdaad ooit in de Houtemstraat toeslaat. Gewapend met de politionele uitleg ga ik nu echt op zoek. Draai nog een rondje, vlakbij de plek waar ik de gezochte straat zou moeten aantreffen. Ik spreek een dame met een hondje aan. De Houtemstraat alstublieft? Ze haalt spijtig de schouders op. "Dat zal ergens anders zijn, meneer."
Ik hou het plan nog eens ondersteboven. Ik keer op mijn stappen terug en inspecteer nog eens het Ploegsteertplein, waar ik de dame met de hond heb aangesproken. En dan valt mijn blik op het straatnaambordje: Houtemstraat. Twintig meter lang is ze, twintig huizen telt ze. En ze geeft uit op de Saffierstraat. Boven mijn hoofd brommen sportvliegtuigjes. De Houtemstraat ligt in de "bulderbaan" van Deurne International Airport. Ligt vlakbij de kapel waar in de late lente van 2009 de uitvaartdienst voor Albert Tytgadt werd gehouden.
Commentaar
1. Annick D'Hooghe zegt ...
Ik hoorde vanmiddag fragmenten van een interview op radio 1. Iets klopte niet. Er zou een nieuw boek uitkomen en toch kende ik het verhaal al.Tot ik de naam hoorde. Ik bewaar een warme herinnering aan een bijzondere man . Groet, Annick D'Hooghe