zondag 31 januari 2010

Assisen- hoofdstuk 16 (deel I)

 

 

16. Ruzie over het werk (deel I)

 

Bart Loos wilde ongemerkt het bed uit glippen, maar toen hij voorzichtig het donsdeken van zich af legde voelde hij hoe een hand, snel als een slang, naar zijn penis greep en niet meer losliet.
‘Hier blijven.’
De stem klonk tegelijk slaperig, smekend en, onmiskenbaar, vastbesloten.
‘Blijf liggen, toe. Het is zondag en het is nog niet eens licht.’
Hij wist dat zuchten het laatste was wat hij nu mocht doen, maar het was al te laat.
‘En zucht niet zo, we zijn niet getrouwd!’
De verwarde krullebol van Joëlle, zijn vriendin, kwam van onder het beddengoed te voorschijn. Nog altijd hield ze zijn penis in een stevige greep. Zijn arm reikte net tot aan het knopje van de leeslamp aan zijn kant van het grote bed.
‘Doe.Dat.Licht.Uit.’
Als ze kwaad was, siste ze.

 


Voor hij het besefte was ze op hem geklauterd, had ze haar scherpe knieën op zijn bovenarmen gezet. Achter haar rug trok ze ruw de voorhuid van zijn penis naar beneden. Het ontlokte hem een kreetje van pijn, meer van verrassing, eigenlijk. Hij had haar makkelijk van zich kunnen afgooien, maar hij durfde eerlijk gezegd niet. En na een minuut of wat wilde hij het al niet meer. De ochtendgeur van haar poesje, niet ver van zijn gezicht, en haar hand die haast achteloos een erectie had doen groeien, deed hem naar haar heupen grijpen. Maar ze wilde hem niet in zich.
Met een luid ‘KLUUTZAK!’ rolde ze van hem af en trok de donsdeken als een schild om haar lichaam. Ze huilde. Omzichtig boog hij zich over haar, wilde onder het beddengoed haar schouder, haar nek strelen, maar ze schopte wild met beide benen, raakte hem zelfs gemeen hard met de hiel tegen zijn kin.
‘KLUUTZAK!’
Ze was van Gent.
Bedremmeld en met zijn hand op zijn pijnlijke kin kwam hij overeind. Hij moest in het halve donker steun zoeken tegen de muur. In de douche duurde het nog lang voor zijn erectie de moed opgaf. Hij schoor zich, föhnde zijn haar, poetste nauwgezet zijn witte tanden. Buiten regende het pijpenstelen. Hij liep naar zijn Range Rover.

 


Toen hij terugkwam van de bakker in Bazel, was ze nog steeds in de slaapkamer. Ze had muziek opgezet. Klassiek. Satie, dacht hij. Melancholie en weemoed. Verdriet en verzoening. Hij zette koffie, perste sinaasappelen, stapelde een dienblad vol croissants, broodjes, kaas, vijgenconfituur en hagelslag en slaagde erin om zonder iets te laten vallen, de deur van de slaapkamer met zijn rechter elleboog open te maken. Joëlle zat met opgetrokken knieën op het bed. Met kippenvel op haar armen en met priemende donkerbruine tepels van de kou. Ze had de gordijnen met de afstandsbediening open geschoven. De regen sloeg met de wind tegen het panoramische raam. Er lag geen compassie of ironie in de blikken waarmee ze hem monsterde. Zijn pak dat te dun, te licht was voor de maand november, het pikzwarte borsthaar dat uit zijn handmade shirt krulde, zijn gouden ketting, zijn houding die schuldgevoel en spijt uitdrukte.
‘Het spijt me,’ zei hij dan ook nog.
Ze tikte met haar fijne hand op de matras, waar ze het dienblad hebben wilde. Wees vervolgens naar het T-shirt van Bart Simpson, dat slordig over een stoelleuning hing. Ze huiverde, had echt kou nu.
Ze ontbeten in stilte.

 


‘Wat hadden we afgesproken, verleden zondag, Bartje?’ vroeg ze na een minuut of vijf op neutrale toon. Dat ze hem met Bartje aansprak, was een slecht voorteken.
‘Verleden zondag, toen je om zeven uur ‘s morgens bent opgestaan om te gaan joggen. En daarna naar ‘Wakker op Zondag’ van ATV bent gereden om je wijsheid over de gerechtelijke achterstand te gaan debiteren, maar eigenlijk om ruzie te kunnen maken met Jef Vermassen. En daarna ben je naar de boekenbeurs gegaan, want het was de laatste dag en de uitgever had je gesméékt om nog eens te komen signeren. En daarna ben je blijven hangen op café met je politiek correcte vrienden van Canvas. Daarna– haar stem klonk steeds kwader – heb je me gesms ’t dat je onmogelijk neen kon zeggen op de invitatie van Tom Lanoye om een stukje te gaan eten in Antwerpen. En toen je om half een ’s nachts een stuk uit de automatische poort had gereden en naar binnen was gestommeld, zou je me de kleren van het lijf hebben getrokken omdat je met je dronken kop zo’n zin had om te neuken. Herinner je je dat nog, Bartje? Herinner je je ook nog die trap in je ballen? ‘

 


Hij wist het nog. Hij voelde opnieuw de pijn tussen zijn benen, want ze kon geweldig goed mikken, ze leek wel een straatkat, soms. En hij wist evengoed nog wat hij toen beloofd had. Hij zou de hele zaterdag, gisteren dus, aan de voorbereiding van zijn nieuwe assisenzaak werken. Tot ’s avonds laat, als het nodig was. Maar de zondag, vandaag dus, zou hij in bed blijven, ook al was hij klaarwakker, en hij zou boterhamboterham tegen haar aanliggen en haar nek en haar billen strelen, en haar oorlellen likken, wat kriebelde bij haar maar haar tegelijk opwond, en met een vinger haar poesje verkennen en tot de bevinding komen dat alles oké was daar, en dan, na drie keer kloppen, langs achter bij haar binnenkomen en lang lang lang en lui lui lui de liefde bedrijven, en met een lange kreun klaarkomen en daarna zou hij het bed zelfs niet voor een plas mogen verlaten, hoe nefast dat ook was voor de urinewegen, nee hij zou moeten blijven liggen en genieten, tot zij, Joëlle, het teken gaf dat er mocht worden opgestaan. Hij zou zich naar de bakker haasten terwijl zij, Joëlle, prinsheerlijk in het bad zou liggen weken tot haar huid helemaal roze was geworden. Waarna ze zouden brunchen, ja, want het zou intussen al middag geworden zijn. En dan zouden ze samen gaan wandelen langs de Schelde in Temse, gearmd, weer of geen weer. En om half zes, zes uur, zouden ze een pak friet met stoverij en tartaarsaus eten op de markt. En dan pas, als hij haar naar huis had teruggebracht en op de lippen had gekust en iets liefs in haar oor had gfluisterd, dan pas zou naar het kantoor in Antwerpen rijden om het dossier van de eenbenige beklaagde nog eens helemaal door te nemen. Par acquis de conscience. Want eigenlijk kende hij het al uit zijn hoofd.
‘Het spijt me,’ zei hij nogmaals.

 


‘Ik had je moeten laten zweren, Bart. Want meineed, dat is pas erg hé.’
Ze maakte een beweging als wilde ze het dienblad met alles wat erop stond van het bed vegen, maar ze bedwong zich.
‘Toen ik vanmorgenvroeg wakker werd, voelde ik ineens dat er iets niet klopt aan de verklaringen van die Gommaar Meganck,’ verdedigde hij zich zwakjes, ‘ik moet vinden wat het is voor het proces begint.’
Ze bekeek hem met ogen waar gensters uitsloegen. Dacht na.
‘Hoeveel tijd?’ vroeg ze.
‘Wat bedoel je?’
‘Hoeveel tijd heb je nodig?’
‘Ik schat een uur of vier, misschien vijf. Dat hangt er wat van af.’
Ze reikte over het dienblad, pakte zijn scherpe kin beet en dwong hem haar in de ogen te kijken.
‘Last chance, Bart. Om zes uur ben je terug hier of ik begin zelf je koffers te pakken. We wonen hier bij mij, vergeet dat niet.’
Ze beet op haar lip omdat ze meteen zelf aanvoelde dat ze dat laatste niet had mogen zeggen.

 

 

 

copyright Louis van Dievel

Commentaar

1. Eeckhout Ann zegt ...

Jawadde Louis, k'heb het gewoon diagonaal gelezen deze keer want van zo'n vrouwen komt mijn haar recht :-)

Naam*
URL
Email*
Email adres wordt niet gepubliceerd!
Onthoud mij
Commentaar*

CAPTCHA
Geef de bovenstaande cijfers in