zaterdag 30 januari 2010

Betogen voor werk

 

Werklozen stigmatiseren is o zo makkelijk

 

Ik wil u iets vertellen. Een kleine vijf jaar geleden kwam er een abrupt einde aan mijn grillige parcours in de media. Ik viel zonder werk. En ik had geen uitzicht op een nieuwe baan als journalist. Ik had nooit gedacht dat zoiets me nog een keer zou overkomen (na mijn  3 maanden stempelen in 1977).

Ik ging in de rij staan bij de vakbond in Kalmthout, waar eenieder in de wachtrij deelachtig gemaakt werd aan het leven van de mens wiens beurt het  was aan het loket. Privacy? Nooit van gehoord. Het waren de laatste maanden van de stempelcontrole (in 2006 werd de controle afgeschaft). Als vijftigplusser moest ik mij toch één keer in de maand melden op het gemeentehuis. Daar keek men vreemd op, moet ik zeggen: Van Dievel werkloos?!  In mijn dorp ben ik een bekende Vlaming, wat niet altijd een zegen is. 

 

Machteloosheid

 

Maar daar stond ik dan, met een inkomen dat tot op een derde was teruggevallen. Met een gedeukt ego. Met een groot gevoel van machteloosheid. Ik was een van de vele duizenden geworden, voor wie het leven - na hun ontslag in dat jaar 2005 - voortaan zou bestaan uit rekenen, wachten en hopen. Ik solliciteerde hier en daar. Maar in de journalistiek zijn de plaatsjes duur. En voor vijftigplussers met een lastig karakter nog veel duurder. Ik kreeg zowaar een werkaanbieding: teksten schrijven voor Nederlands autoblad dat ook in Vlaanderen voet aan de grond wilde krijgen. Publi-teksten schrijven, daar kwam het op neer. Ik voelde mij niet geroepen en ging er niet op in. 

 

Schaamte

 

Ik schaamde mij ook voor mijn nutteloosheid en mijn ledigheid. Ik schreef wel, voor Knack en voor Ons Erfdeel en aan 'De Pruimelaarstraat' die een jaar later een succes zou worden. Maar ik had na een poosje echt het gevoel dat de buren, de mensen op straat aan mij konden zien dat ik een werkloze was. Een paria. Een parasiet. Eind september 2005 vond ik dan toch werk, bij de VRT godbetert, waar ik de deur al enkele keren achter mij dicht getrokken had. Ik ben toen in het bestaan van wonderen beginnen geloven .  Ik werk er nog altijd, als het u zou interesseren.  In december kreeg ik van het plaatselijke PWA-kantoor de melding dat ik voor klusjes in aanmerking kwam, voor tuinwerk bijvoorbeeld.  Grappig? Wel ja. Maar het toont ook aan dat er voor vijftigplussers amper werk is. 

 

Opel en Co

 

Ik zou niet aan de bedelstaf zijn geraakt , als ik geen werk had gevonden. Al ik zou het op de duur hebben moeten rooien met zo'n 800 euro in de maand. Maar hoeveel duizenden mensen verliezen deze maanden niet hun baan, mensen met kinderen die geld kosten, mensen met een huis dat moet worden afbetaald worden, mensen in een gezin waar al maar één inkomen was? Die beseffen dat er in deze crisisperiode géén, en ik beklemtoon géén waardig werk is voor hen. En dan hoor ik een VBO-baas op de radio oreren dat 'de mensen van Opel na hun ontslag bij de lurven (zo zegde hij het, bij de lurven) moeten worden gevat, en zo naar ander werk, naar herscholing, moeten worden geleid. Waar is het respect, vraag ik me dan af. En dan lees ik op discussiefora die immer weerkerende hatelijke onzin over luie werklozen, en dat wie wil werken, altijd werk vindt, en dat  'de doppers' de stoepen maar sneeuwvrij moeten maken en bejaarden in rolstoelen voortduwen. Ook mensen die morgen misschien ontslagen zullen worden, schrijven dat soort onzin. 

 

En daarom vindt ik het een krachttoer dat er in Brussel, in de stromende regen, zo'n dertigduizend mensen op straat gekomen zijn om te tonen dat ze solidair zijn met al wie ontslagen is of van wie de job bedreigd wordt. Solidariteit. Het woord mag vooral niet in onbruik raken.

 

Louis van Dievel

 

 

 

Commentaar

1. Geert zegt ...

Hopelijk zal deze blog heel veel gelezen worden...

Naam*
URL
Email*
Email adres wordt niet gepubliceerd!
Onthoud mij
Commentaar*

CAPTCHA
Geef de bovenstaande cijfers in