zondag 24 januari 2010

Assisen - hoofdstuk 15


 

15. Een thuismatch in de loges van Beerschot

 

‘How is our friend?’
Victor Davydenko haalde zijn schouders op.
‘He is in prison, you know. Not nice place.’
De regen kletterde onbarmhartig tegen de panoramische ruit van de lege loge.

 


‘Voor maar 2 personen?’ had de chef catering van Germinal Beerschot verbaasd gevraagd. Er was in de loge ruim plaats voor 12 mensen.
Twie perzoene,’ had Davydenko laconiek geantwoord.
En terwijl het in de andere loges van den Beerschot bruiste van het leven, werd er in die van de NV Tracosa stilzwijgend gegeten. Oesters met champagne voor, vervolgens heldere consommé, chateaubriand als hoofdgerecht en een charlotte met aardbeien als toetje. Links en rechts van Victor Davydenko en zijn gast werd er vrolijk gelachen en geroepen, tapte men met Antwerpse tongval en op luide toon moppen, werd er gepronostikeerd, werd er gedronken, werd er plezier gemaakt. De gast van Davydenko leek het lawaai dat amper werd gedempt door de dunne scheidingswanden niet te horen. Hij at geconcentreerd zijn bord leeg, tot het laatste harde frietje, tot de laatste halve aardbei. Zijn gelaatsuitdrukking kon men als ‘gekweld’ omschrijven.

 


De stadionomroeper kondigde de opstelling van de twee ploegen aan. Na iedere spelersnaam van de thuisploeg steeg er in de tribunes luid gejuich op, de namen van de Standard-spelers werden op luid boegeroep onthaald.
‘You like football?’
‘I don’t give a shit.’ De vloek, de reactie van de bezoeker liet niets aan duidelijkheid over. Hij spuwde nog net niet van kwaadheid op de vloer.
‘I have patience, you have no patience, that makes a big difference,’ dacht Davydenko bij zichzelf.
Hij monsterde zijn gast alsof ze elkaar nog nooit gezien hadden. De man was nagenoeg kaal, had scherpe gelaatstrekken, een opvallend kromme neus, was lang en mager gebouwd. Geen atleet, meer een boekhouder.
‘Bad guy in tv movie.’ De spontane inval deed Davydenko glimlachen. De ander keek verstoord in zijn richting. Davydenko deed geen enkele moeite om zijn kleine vrolijkheid te verbergen.
‘I like football,’ zei hij, meer tegen zichzelf dan tot zijn gast, ‘I pay a lot of money for this VIP thing, but fortunately, it is tax deductable.’

 


Beneden op het veld zagen er spelers er na vijf minuten uit als verzopen kiekens. Davydenko had willen vertellen dat Beerschottrainer Brys een noodelftal moest opstellen, omdat er zoveel spelers geblesseerd waren. Acht zelfs. Maar dat Igor Lolo opnieuw in het centrum van de verdediging stond ; dat François Sterchele de hoge verwachtingen nog niet helemaal had ingelost, dat het gelukkig wel klikte tussen hem en Erwin Cavens. Dat Hernan Losada zulke geweldige middenvelder was. Maar hij zweeg. In de week voor de match had hij zijn vaste voetbal- en zakenvrienden moeten afbellen.
‘I am so terribly sorry, but I have very important visitors from Russia. I take them to the game. They love football. Next time I promise you striptease, okay my friend?’
Maar hier zat hij nu met één enkele gast in zijn loge. Een zwijger. Een voetbalhater. Davydenko kon zich maar moeilijk op de wedstrijd concentreren, niet omdat zijn gast afwisselend met een tandenstoker in zijn gebit zat te peuteren en met zijn pink in zijn rechter oorschelp naar smeer en korstjes zocht, maar omdat de man net zoveel menselijkheid uitstraalde als een gedoofde kachel. Toen hij opsprong na een lobbal van Cavens, die van op 40 meter maar net over het doelhout ging, voelde hij de ander verkrampen, net niet naar iets in zijn binnenzak tasten.

 

 Davydenko was opgelucht toen de scheidsrechter een eind maakte aan de eerste helft, niet omdat De Camargo er voor Standard 0-1 van had gemaakt, maar omdat hij nu eindelijk wilde weten wat de ander wilde weten.
‘Can you make him talk?’
De gast sprak Engels met een West-Vlaams accent. Davydenko haalde zijn schouders op.
‘I can have him beaten up in jail, if that’s what you want. But that will just scare him a bit. It won’t make him talk.’
‘Hmm.’
De ander dacht na. Sloeg met zijn vuist op tafel. Het wijnglas dat omviel maakte een bijna perfect ronde vlek op het helderwitte tafellinnen.
‘I want that fucking container!’
‘Trust me,’ zei Davydenko. Bijna had hij zijn hand geruststellend op de arm van de ander gelegd. Maar de flits in de ogen van zijn gast bracht hem net op tijd op andere gedachten.
‘I pay a fortune for this lawyer,’ zei hij, en hij keek naar zijn hand die als bevroren in de lucht hing. ‘He is good, this lawyer. It all depends on the jury. But trust me. No jury will judge a one legged man a murderer. If our friend walks out as a free man, we will make him talk. If he goes to jail, we will also find a way to make him talk. Be patient. By next Friday, we will know what to do. ’

 


De gast kwam overeind van de tafel. Met een nijdige beweging rukte hij zijn overjas en sjaal van de kapstok.
‘Don’t fuck me. Or you will regret it.’
Davydenko antwoordde niet en keek naar het veld, waar cheergirls van sponsor Quick een onbeholpen dansje deden. Hij keek niet om toen hij hoorde hoe zijn gast tegen de binnenkomende ober aanliep en een dienblad met glazen en flessen sterke drank op de grond deed belanden.
‘Lomperik, zie toch waar dat ge loopt!’ hoorde hij zijn gast de ober verwensen. Waarna de man poogde om zich een weg te banen tegen de stroom van mensen op de gang in. Uit de verontwaardigde uitroepen – ‘Hela, boerke! Seg, handen thuis hé makker!’ – leidde hij af dat de aftocht van zijn gast waardiger had kunnen verlopen.
‘Is alles naar wens, meneer Davydenko?’ vroeg de ober toen hij de rotzooi had opgeruimd.
‘I’m fine, take this.’ En hij stopte de kelner een biljet van vijftig euro toe.

 


De hele tweede helft zat hij bijna met zijn neus tegen de glazen wand van de loge. Zijn adem deed het glas bewasemen. Hij dacht na.
‘The container is safe where it is now. Meganck will have to die anyway. A dead man cannot talk, as far as I know.’
Hij moest lachen om zijn eigen flauwe grapje. Ontspannen zat hij de rest van de wedstrijd uit. De gelijkmaker van Gonzalez, de 1-2 van opnieuw De Camargo, de 1-3 van Sa Pinto.
‘Nice game.’ Hij stak zijn duim op naar niemand in het bijzonder.
‘EEN WARM APPLAUS VOOR ONZE BEERSCHOTSPELERS, DIE GEVOCHTEN HEBBEN ALS LEEUWEN, DAMES EN HEREN!’
Victor Davydenko besloot te passen voor de afterparty in The Hall of Fame. Hij zou daar te veel bekend volk tegen het lijf lopen, en ze zouden allemaal willen weten waarom zijn gewone voetbalvrienden niet bij hem waren, op een bijzondere avond als deze. Bij het laatste fluitsignaal trok hij zijn jas aan, schopte tegen de hoed die zijn gast in zijn haast vergeten had, en stapte kwiek naar de VIP-parking.

 

copyright Louis van Dievel

 

 

Commentaar

Naam*
URL
Email*
Email adres wordt niet gepubliceerd!
Onthoud mij
Commentaar*

CAPTCHA
Geef de bovenstaande cijfers in