Een arme drommel
Ik voelde me niet goed , gisteren. Verkouden, hoofdpijn, u kent dat. Of niet.
Toen de letters op mijn beeldscherm begonnen te dansen en mijn collega's op onze geweldige crossmediale redactie stilzwijgend maar daarom niet minder afkeurend reageerden op mijn genies, besloot ik een vroegere trein naar huis te nemen. die van 16u18 in Statie Meiser. De trein naar Mechelen was op tijd. De verbinding naar Essen ook, min of meer. De trein snorde richting Antwerpen, ik las afwisselend in de krant, in de Humo en in "De Toren" van de Duitse schrijver Uwe Tellkamp.
Net voorbij Mortsel Oude god remde de trein - niet eens heel bruusk - en kwam geheel tot stilstand. De boodschap van de treinwachter bleef niet lang uit. "Een persoonsongeval", zei ze. Wat wil zeggen dat er iemand voor de trein is gesprongen. De politie moest erbij komen, het parket, er moest een andere treinbestuurder gezocht worden. of we allemaal rustig wilden blijven en de trein zeker niet verlaten, want dat was niet veilig.
Dat het verhakkelde lijk van de arme drommel moest bijeen gezocht worden, zei de treinwachter er niet bij. Dat zou onkies geweest zijn. Maar ik zag wel mensen van de NMBS met zaklampen onder de trein schijnen. Het gemopper in de trein viel mee. Wel was er even geen gsm-netwerk, omdat iedereen tegelijk (ook ik liet me niet onbetuigd) begon te bellen en te sms'en over de onverwachte tegenslag. Maar iedereen berustte in zijn of haar lot. Ik denk (en hoop) dat iedereen - even toch - in gedachten bij die wanhopige was, die geen andere uitweg meer zag dan de trein. Zelfdoding is geen laffe daad. Integendeel. Het vraagt moed om de confrontatie met die snel naderende koplampen, die tonnen staal aan te gaan. Ik hoop dat de pijn maar 1 seconde geduurd heeft, en liefst nog minder. En misschien dacht iedereen ook wel aan de bestuurder die daar plots in de sleuf tussen Mortsel Oude God en Mortsel Deurnesteenweg iemand ziet staan op het spoor, of iemand ziet springen, en weet dat zijn trein een leven gaat vernietigen.
Het oponthoud duurde lang. Om de zoveel tijd kregen we een mededeling - steeds dezelfde - via de intercom, twee keer kwamen de treinwachters langs en vroegen expliciet of iemand nog vragen had. 'Een pintje was welkom', zei iemand, en daar moesten we toch met zijn allen een beetje om lachen. Er waren 2 idioten op de trein die zich kwaad maakten en uit wilden stappen, maar die (gelukkig maar) niet de durf hadden om het glas voor de noodhendel van de deuren te breken. Ik denk dat we daar ruim 2 uur stil hebben gestaan. Waarna het met een sukkelgangetje naar Antwerpen ging. Alwaar een verlate trein de reizigers richting noorden meenam. Met mijn verkoudheid ging het inmiddels niet beter, ik kan het u verzekeren. Maar wat betekenen een vervelende snotneus, hoofdpijn en een treinreis van 4u25 , vergeleken met de wanhoopsdaad van een mens van wie ik de naam wel nooit zal kennen.