maandag 12 oktober 2009

Het leven zoals het is: Geraardsbergen

 

 

 

Een collectief abuis

 

 

In de geleende batmobiel van mijn dochter reed ik zondagnamiddag met milde vaart richting Geraardsbergen, halte zoveel op het parcours van De Pruimelaarstraat, door theatergezelschap ’t Arsenaal. Wijlen Dany Huwé was afkomstig uit Geraardsbergen (spreek uit: Giesbergen). Straks, met de Kerst is hij 20 jaar dood. Met zijn laarzen aan gesneuveld tijdens de Roemeense revolutie.

 

Van zodra het landschap begon te glooien, werden ook de plaatsnamen minder banaal. Wat zeg ik: mooi. Leeuwergem, Steenhuize-Wijnhuize, Erwetegem. De maïs stond zwaar en geel op de oogstmachines te wachten. De reclame op de gevel van een beddenwinkel zei:’Het leven is beter in bed.’ Elders maande ene Mario De Borre van Citibank Zottegem mij aan om alleen bij hem voor een lening aan te bellen. Ook daarvan akte.

 

Hemelveerdegem, Schendelbeke, Nederboelare. Ik naderde Geraardsbergen. Dank zij Google Maps (eat this, Mappy) was ik nog geen enkele keer fout gereden. Wat zeg ik: het plannetje van Google leidde mij feilloos van de Zonnebloemstraat en de Weverijstraat naar  de steile Denderstraat en vervolgens naar de Abdijstraat. Op het nummer tien dacht ik mijn bestemming te hebben gevonden: het CC De Abdij, alwaar ik net als crew & cast verwacht werd.

 

Helaas was er in geen velden of wegen een theater te bespeuren. Een poepchique restaurant en een park, dat wel. Ik sprak enige allochtone hangjongeren van een jaar of twaalf aan die met een bal kwamen aangeslenterd. Zij haalden slechts onverschillig de schouders op. Ik drentelde wat rond. Ik baalde wat. Toen viel mijn oog bij toeval op een listig verscholen plan der omgeving. Het Arjaantheater was niet hier gelegen, maar een heel eind verderop, naast de plaatselijke Carrefour.

 

En daar trof ik inderdaad de 2 technici van ’t Arsenaal aan, die ook in de Abdijstraat hadden staan ‘schilderen’. Veel later dan gewoonlijk arriveerden – nog steeds om dezelfde reden – de acteurs. Minus Vic De Wachter. Die arriveerde nog later. Oelala, wat was die kwaad!

 

Ik deed mijn praatje voor een man (M/V) of 80, at een half broodje, snoepte een halve mattentaart van bakker Olaf aan de Grote Markt van Geraardsbergen. Ik bespiedde van uit de coulissen de acteurs.

 

Om kwart voor negen achtte ik mijn uur gekomen en vatte ik de terugreis aan. Via Brussel, deze keer. Maar voor ik de E40 bereikte passeerde ik langs lelijke lintdorpen, luisterend naar namen als Burst, Aaigem en Ressegem, waar de huizen amper een meter van de steenweg staan. Gezellig wonen moet het daar zijn.

In tegenstelling tot de rest van de Vlaamse bevolking brengen de bewoners hun zondagavond niet voor Witse op de televisie voor, maar in cafés en frituren.

 

Er is een tijd geweest dat menige horecazaak in Vlaanderen de naam ‘De Ponderosa’ droeg. Dat is in feite al zolang geleden dat de term horeca nog niet in zwang was. De Ponderosa – voor de jeugdigen onder u – was de ranch van de familie Cartwright in de legendarische reeks Bonanza. Wel, ergens in de buurt van Aalst staat er nog altijd een café dat fier die naam draagt. Erkennen als cultureel erfgoed en wel gauw!

 

Op de Antwerpse Ring werd ik overvallen door een korte maar erg heftige stortbui. Zoals gewoonlijk werden de voorzichtige chauffeurs met claxongeloei opgejaagd en daarna gepasseerd door chauffeurs van tien- en twintigtonners, afkomstig uit het voormalige Oostblok.

 

Gelukkig moet ik pas komende donderdag opnieuw uit mijn pijp komen. In Torhout. Daar ben ik al lang niet meer geweest. Sinds de tijd van Rock Torhout/Wercheter, om precies te zijn.

Commentaar

Naam*
URL
Email*
Email adres wordt niet gepubliceerd!
Onthoud mij
Commentaar*

CAPTCHA
Geef de bovenstaande cijfers in