Het leven zoals het is: Middelkerke
De zondvloed revisited
Heide en Middelkerke liggen 154 kilometers uit elkaar. Tegen matige snelheid en met inachtname van alle verkeersregels maalde ik ze af, onder het beluisteren van de nieuwe cd van Joe Henry, 'Blood from Stars'. De jonge Tom Waits, daar doet die Henry me de hele tijd aan denken. En dat is een compliment.
In de vroege middag had ik nog onder een stralend blauwe hemel gewandeld in de Kalmthoutse Heide, maar een keer de Schelde onderdoor betrok de lucht en op de grens met West-Vlaanderen begon het te regenen. Niet zacht, niet hard. Tussenin. Bij het naderen van Middelkerke dacht ik dat een landend vliegtuig de kerktoren mee zou nemen, zo laag vloog hij over het dorp. Gezichtsbedrog? Een beetje maar: amper een paar kilometer verder ligt de landingsbaan van Oostende. Ik wachtte aan een verkeerslicht en ik bleek aan het gemeentehuis te zijn beland. De parkeerplaats van burgemeester Landuyt (Michel, niet Renaat) was leeg. Die van de schepenen waren allemaal nog bezet. Zou zo'n kustgemeente na de zomervakantie en na de septemberse intocht der gepensioneerden eigenlijk nog bestuur nodig hebben? Ja, dat vroeg ik me af.
Een sympathiek jongmens van GC De Branding maakte een parkeerplaats voor mij vrij. Het was harder beginnen regenen , inmiddels. Zoals steeds maakte mijn arrivee bij de cast een waterval van goedmoedige grapjes los. We praatten over de scholen in Mechelen die we lang geleden bezocht hadden, en over turnfeesten en cinema's. De artiestenfoyer ziet uit op een caravanpark dat aan de zangeres Marva blijkt toe te behoren. Grappig, want met haar lied ('Ik droom voor jou in groen en blauw een eiland ihin de zoohon') begint en eindigt de voorstelling van de Pruimelaarstraat.
Dan was het tijd voor mijn inleiding. Voor 120 mensen alstublieft. Gemiddelde leeftijd: hoger dan de mijne (° 1953). Buiten stortregent en onweert het. Net als ik met een bescheiden buiging het applaus in ontvangst neem, stroomt het water de langs twee kanten de zaal in. De mensen van De Branding hebben vergeefs geprobeerd om met dweilen en borstels de regenvloed tegen te houden. Maar de pompiers komen er aan te pas. Buiten spuit het water uit de rioolputten. Ondanks dit kleine ongemak signeer ik de allerlaatste exemplaren van 'De Pruimelaarstraat'. Ze zijn op, de stock van 't Arsenaal is uitgeput. Hoe gaan we dat de komende dagen oplossen.
Ik wacht tot de regen wat minder is en begeef mij dan , veel vroeger dan anders (ik blijf meestal tot na de voorstelling om te signeren), naar huis. Maar het mindert niet. Ik blijk met de regenzone mee van west naar oost te rijden. Bij momenten zwalp ik meer dan ik rijd in een soort zondvloed. De helft van de chauffeurs past zijn snelheid aan. De andere helft rijdt nog wat sneller en roekelozer dan gewoonlijk. Ergens in de buurt van Brugge is zo'n snelheidsduivel in het decor terecht gekomen. Zijn auto ziet er lief uit. Brandweerlieden spuiten de olie van het wegdek.
Vrachtwagens passeren mij tegen 100 per uur, in een halo, in een gordijn van opspattend regenwater. Hoog en droog , zitten ze, en van de spoorvorming die ze zelf veroorzaken hebben ze geen last. Een helletocht is het. Aan het viaduct van merksem, op de Antwerpse Ring, zie ik een auto met Franse nummerplaat tollen en slalommen, tot hij met een stevige smak tegen de vangrail terecht komt, met zijn neus in de verkeerde richting. Er springt een man uit. Maar ik ben al voorbij, ik zie hem al niet meer, ik hoop dat hij de vier rijstroken van de Ring niet over is gerend.
Thuis lees ik nog wat reacties op de forums van Phara en Terzake, mijn dagelijkse opdracht. De Oostergeeuwverbinding begint danig mijn strot uit te komen.
Louis van Dievel
Commentaar
1. Eeckhout+Ann zegt ...
Louis,
Ik ben niet thuis in de wereld van de uitgeverijen, maar kunnen ze uw boek niet in sneltempo bijdrukken, ik weet dat je nog veel voorstellingen te gaan heeft, dus dat zou toch moeten mogelijk zijn...
Iedereen tevreden ;-)