zaterdag 3 oktober 2009

Het leven zoals het is: Maaseik

 





Maaseik, aan de rand van de beschaving



Ik had vrijdag 2 oktober een lunchafspraak met mijn uitgever. Zeg ik dat achteloos genoeg? Een lunchafspraak. We hadden dus afgesproken om bij 'warm eten' over mijn nieuwe boek te praten, waarvan hij het manuscript inmiddels gelezen had. De plaats van afspraak was 'Nuova Era', een pretentieloze Italiaan met een Chinese kok op het hippe Antwerpse Zuid. Ik kan u daar van harte de pizza Rusticana aanbevelen. Met aubergines en geitenkaas. Enfin, na dat fijne gesprek ('Het leven van Albert' zal op 250.000 exemplaren en in vijf talen tegelijk verschijnen) nam ik de tram naar de Groenplaats. Ik stond mijn zitplaats af aan nog oudere reizigers, want het luidruchtige jonge volk aan boord van de tram had wel wat anders aan zijn hoofd. Ik sloeg mijn slag in cd-winkel Bilbo ( 'Nightbook' van Ludovico Einaudi, onder meer) en deed hetzelfde in boekhandel De Groene Waterman. Ook de Fnac vereerde ik met een bezoek (waardoor mijn toekomstige royalties zo goed als opgesoupeerd zijn, vrees ik). Naast mij stond een heer naar het aanbod in koptelefoons te kijken. Hij was een hoofd groter dan ik en droeg een blauwe blaser. Toevallig ging mijn blik naar beneden. Ik zag damesschoenen (maat 43) met modeste hakken, lange benen in nylons, en een sobere maar smaakvolle rok. Bovenaan was de heer naast mij een heer, vanaf het middel wenste hij een dame te zijn. Voor elck wat wils, dat is toch het plezierige aan een grote stad.



Ik stortte mij in de vrijdagnamiddagspits want ik werd in Maaseik verwacht, voor een inleiding bij De Pruimelaarstraat. Mensenlief, dat ligt niet bij de deur. Aan de verkeerswisselaar van Lummen bleek ik de verkeerde rijstrook te hebben genomen. Als een ware verkeershooligan reed ik een wachtende file van wel vijftig auto's voorbij. Menige vergramde automobilist toeterde mij verstoord toe. Terecht. Ik zou hetzelfde gedaan hebben. Terwijl ik richting Genk voortsnelde, schoot mij een herinnering aan de verkeerswisselaar te binnen. Ik werkte nog bij VTM, de mijnwerkers voerden nog actie tegen de mijnsluitingen. Het afsluiten van de verkeerswisselaar was een van hun geliefde bezigheden. Die dag werd een vrachtwagen geladen met rijnzand gedwongen zijn lading op de snelweg te lossen. De eerste auto die moest stoppen was die van Louis Vanvelthoven (SP.A), toen voorzitter van de Vlaamse Raad. Man, man, man, ze wilden hem niet laten gaan vooraleer Vanvelthoven gezworen had om persoonlijk een eind te maken aan de sluitingsplannen. Dat kon natuurlijk niet, beseften de kompels op den duur zelf wel, en daar kwam de rijkswacht al aan.



In Genk Oost richtte ik het roer van mijn Fiat Doblo naar Maaseik. Een eindeloze rechte vierbaansweg voerde mij langs Maasmechelen, As en Dilsen-Stokkem. Ik zag een baancafé dat de naam Holzhackerbaum droeg en wat verder eentje dat Alpenhorn heette.Jedes Tierchen sein Plezierchen. Bij het naderen van Maaseik, het was inmiddels 18u geworden, viel de ontvangst van radio1 uit, en kon ik dus niet het fijne vernemen van het bericht over een kunstpenis. Wanneer het radionieuws niet meer te beluisteren valt, waarde lezer, moet u als automobilist halt houden, want dan bent u aan de rand gekomen van de platte schijf die de aarde is.

Maaseik heeft een ringweg om U tegen te zeggen, maar die ik helaas in de verkeerde richting aanvatte, zodat ik in doodlopende straatjes en op kunstig aangelegde parkings terechtkwam. Ik had mij evenwel voorbereid op mijn reis, niet met Mappy, maar met Google Maps, en vond na amper een halftuurtje verloren rijden het Cultureel Centrum Achterolmen. Daar zat de cast en de crew tomatensoep met broodjes te eten en ik sloot mij aan bij het gezelschap. Het gesprek ging over koetjes, kalfjes en musicals. De naam van J. Vincent Edwards viel. Ik zette Thanks to the lord for a girl like Emily Jane in, en iedereen zong mee.



Tweehonderd mensen hadden er een kaartje gekocht. Dat was veel voor Maaseik, verzekerde de majordomus van de organisator. Maar het was toch maar een halfvolle zaal. Vijftig mensen kwamen naar mijn inleiding luisteren. Ik gaf andermaal een spoedcursus Mechels en verklaarde met name de begrippen 'van te neir' , 'keks' , 'gedeven', 'een gritsel' en v'an paretten geven'. Ik vrees dat nagenoeg iedere Vlaming intussen een gesigneerd exemplaar van 'De Pruimelaarstraat' in handen heeft, want er kwam slechts één vriendelijk echtpaar naar mij toe, na de voorstelling.

Jaak en Tuur, als jullie dit zouden lezen. Het liedekijn waarmee Jacques Vermeire en zijn rockbandje (!) Kabiaar in de jaren stillekes een hit had, was 'Denk aan Mij'. Want daarover hadden we het ook gehad en we hadden de titel niet kunnen vinden. Zoals u ziet, mijden wij tijdens het wachten op het begin van de voorstelling geen enkel delicaat gespreksonderwerp.

 

Louis van Dievel

 

Commentaar

Naam*
URL
Email*
Email adres wordt niet gepubliceerd!
Onthoud mij
Commentaar*

CAPTCHA
Geef de bovenstaande cijfers in