Het leven zoals het is: Lijn 12
De trein is altijd een beetje lijden
Moe was ik, na mijn buitenlandse reis naar Maastricht en terug. Blij was ik, toen ik mijn werk op de redactie op tijd rond kreeg en op een treffelijk uur richting Antwerpen kon sporen. Ik kwam daar om vijf voor zes aan. Op perron 22 probeerde een onderstationschef boze reizigers te sussen. De 'Amsterdammer' van 18 u 00 was namelijk afgeschaft. Mijn trein, die wij liefkozend de 'Essen-express' hebben gedoopt, was niet afgeschaft. Hij kwam ruim op tijd het station binnenrijden. Ik nam mijn boek 'A foreskin's lament' van Chalom Auslander ter hand en dook onder in de vrolijke wereld der orthodoxe Chassidim. Net voor de trein ter hoogte van 'De Luchtbal' bovengronds zou komen, viel hij stil. 'We kampen met een probleempje,' zei een jonge stem via de intercom. Er klonk overtuiging in door, in de stem van de jongedame. De trein reed even achteruit, hield halt. De lichten gingen uit, dan weer aan. 'De machinist doet er alles aan om het probleem op te lossen', zei de stem. Al iets minder kordaat. 'We hebben een tractieprobleem,' luidde de volgende intercomboodschap, 'we doen wat we kunnen.'
Na de vijfde of zesde boodschap werd de sfeer in de wagon wat lacherig. De temperatuur steeg. Ik kreeg plots kramp in mijn rechterbeen. Mijn medereizigers keken wat verbaasd naar mijn stretchoefeningen. Alom klonk het geluid van gsm's en van bellende mensen. Het huisfront diende verwittigd. Ik stelde mijn gsm genereus ter beschikking van een schoolmeisje (dat eerst wel bij vier of vijf andere mensen bot ving, met haar bede om eens te mogen bellen).
'De machnist wacht op toestemming om naar Antwerpen Centraal terug te mogen keren,' klonk het plots. De toestemmin g bleef lang uit. We zaten inmiddels vijftig minuten in een stilstaande trein, nog onder de grond. Maar dan ging het toch, met horten en stoten, terug naar af.
'De volgende trein is die van 19u17', zei de stem van de jonge conductrice, die inmiddels met een gezicht dat rood was van de stress in onze coupé verschenen was. Ze excuseerde zich voor de negentiende keer voor het ongemak.
We kwamen aan op perron 24 en met een paar honderd mensen moesten we cito presto via de smalle roltrap naar perron 22, waar ik een déjà vu gevoel aan overhield. Enkele reizigers die niet wilden hollen, werden door een andere spoormens met kepie aangemaand om zich te haasten. Wat op enig protest van de betrokkenen stuitte. Terecht. Want ook al gingen de deuren van de trein dicht, het nieuwe vertrek liet toch nog een minuut of tien op zich wachten. We hielden allemaal onze adem in bij de beklimming van de helling naar 'De Luchtbal'. Het lukte! Maar er steeg geen hoerageroep op. De reizigers van Lijn 12 worden voorwaar niet verwend door de NMBS. Haast dagelijks zijn er grote en kleine problemen.
Uiteindelijk kwam ik even over achten thuis. Na een reis van 3 uur voor 80 kilometer.
Vanmorgen stapte ik in de auto. Dat was zo gepland, ik moet vanavond (donderdag) nog naar Overijse, voor een heuse literaire avond. Ik reed van de ene file naar de andere. Twee uur duurde de reis via de Rin g en de E19. Muziek had ik wel. Maar lezen ging moeilijk.