zaterdag 12 september 2009

Het leven van Albert (28)

 

 

28. In het ziekenhuis



De zaterdagen volgen elkaar op. Het gaat vooruit. Het welgevulde leven van Albert passeert min of meer chronologisch de revue. We zijn al over halfweg. Maar in de eerste week van februari 2009 komt het eerste alarmsignaal.
‘Louis, ik lig in het gasthuis van Middelheim.’
Albert heeft een trombose in zijn linkerbeen.
‘Het is niet erg. Ik voel mij goed. Ik denk dat ik tegen het eind van de week naar huis mag.’

 


Maar de dokters willen Albert Tytgadt niet laten gaan. Op zaterdag meldt de schrijver zich aan in een ziekenhuiskamer van de afdeling geriatrie in plaats van in de heet gestookte woonkamer van Albert. Albert zit in de gemakkelijke zetel te dutten, de schrijver neemt plaats op zijn bed. Naast hem ligt een stokoude Jood, die ook op zijn ziekenhuisbed niet van zijn keppeltje wil scheiden. Albert wordt wakker en excuseert zich wel een dozijn keer.
‘Allez, nu breng ik u in moeilijkheden en ge komt mij nog bezoeken ook.’


De zaterdag daarop verblijft Albert nog steeds in het ziekenhuis De schrijver vindt hem niet op zijn kamer. Daar is de voltallige familie van een Marokkaanse patiënt op bezoek.
‘Ik heb niks tegen die mensen, maar ze maken te veel lawaai.’
Albert en zijn bezoeker zitten in de bezoekruimte. Er is niemand anders. Van uit het raam van de zesde verdieping kijken de schrijver en zijn onderwerp naar de sportvelden van Middelheim. En het kerkhof waar de urn van Lisa staat. De dokters willen Albert nog steeds niet naar huis laten gaan.
‘Ik versta mij daar niet aan. Ik voel mij nochtans goed.’
Hij rolt nogmaals zijn pyjamabroek en toont zijn linkerbeen. Het ziet er inderdaad minder blauw en gezwollen uit. Maar gezond?

 


Aan zijn tong mankeert in ieder geval niets. Hij vertelt honderduit over zijn passie voor auto’s . Over wat hij allemaal niet met zijn blauwe De Soto heeft meegemaakt. Hij vraagt de schrijver of die geïnteresseerd is in zijn Renault Espace die nu toch niet meer gebruikt zal worden. Bouwjaar 1992, maar tiptop in orde.
‘Voor niet, Louis. Ge krijgt hem van mij.’

De schrijver bedankt lachend voor het aanbod.


Jenny komt geregeld op bezoek maar de schrijver krijgt haar alsnog niet te zien. Het is niet duidelijk of zijn zoon de weg naar het Middelheimziekenhuis heeft gevonden. Of Julien überhaupt weet dat zijn vader is gehospitaliseerd. Het is een grijze, kille zaterdag. Na een uurtje schuifelen de 91-jarige en de 56-jarige terug naar de kamer, waar de rust is weergekeerd.
‘Het valt te hopen dat ik komende week naar huis mag, Louis, want we zijn tijd aan het verliezen.’

copyright Louis van Dievel

 

Commentaar

Naam*
URL
Email*
Email adres wordt niet gepubliceerd!
Onthoud mij
Commentaar*

CAPTCHA
Geef de bovenstaande cijfers in