Het leven van Albert (20)
20. Verslaafd aan de koers
Kort na de oorlog volgen Albert Tytgadt en Lisa per motorfiets de ronde van België en andere wielerwedstrijden, dat weet u al. De slagerij staat nog op een laag pitje, ze hebben nog hopen vrije tijd. Maar ook wanneer er een kind komt en de slagerij zes dagen per week open is, blijft Albert behekst door de koers. Behekst, verslaafd, het zijn zware woorden, maar veel schelen doet het toch niet. Albert staat ‘smorgens extra vroeg op, maakt alles klaar in de beenhouwerij, en rond de middag vertrekt hij naar de koers. Lisa doet de winkel.
‘Een vrouw in de winkel, dat vonden de klanten beter.’
Albert schuimt niet alleen in het weekend de koersen af, ook in de week komt de beenhouwerij soms op de tweede plaats.
‘Ik heb geweten dat ik in panne viel met de auto en dat ik een taxi nam om de coureurs te kunnen volgen. Zo zot was ik van de koers. En dat dacht die taxichauffeur ook, dat ik zot was. Als ik het geld dat ik daaraan heb uitgegeven bijeen zou leggen, dat zou nogal een hoop zijn.’
‘Louis Hardiquest uit Hoegaarden dacht dat ik een rijke rentenier was. Die vroeg of ik zijn soigneur niet wilde zijn. Ik moest een keer, ’t was koers in Leuven, een bak bier kopen en iedere ronde de bidon van Hardiquest vullen met Stella Artois. Die was aan het einde van de wedstrijd zo zat als een patat.’
Albert krijgt ‘naam’ in het wielermilieu. De Zwitserse kampioen Hans Hutmacher komt bij hem thuis logeren als hij in België koersen rijdt. Het valt op als hij ergens met zijn blauwe Plymouth De Soto aan de start arriveert. Want dat kan in die tijd nog: naast de coureurs rijden. En als een koerscommissaris hem vooruit of achteruit wil jagen, trekt hij zich daar niets van aan.
‘Als ik door zo’n dorp reed, liepen de kinderen mijn De Soto achterna. Kijk, een vliegmachien, riepen ze. Dat kwam door die vleugels hé.’
De De Soto verbruikt makkelijk 25 liter per honderd kilometer. Het kan Albert niet schelen hoeveel zijn uit de hand lopende hobby kost. Ieper, Bree, Knokke, Leuven, het Walenland, de afstand speelt geen rol. Albert laat een meertonige claxon op installeren, zoals de volgwagens in de Ronde van Frankrijk er een hebben.
‘Ik reed eens in Dendermonde mee met de koers, en ik kreeg die claxon niet meer uitgeschakeld. Een lawaai dat die toeter maakte! Ik werd tegengehouden door een politieagent. Zet die claxon eens rap af, zegt die agent. Als gij dat kunt, moogt ge het altijd proberen, antwoordde ik. Ja, ik liet mij echt door niemand tegenhouden.’
Albert kent Georges Claes, Jef (Poeske) Scherens, Rik Van Steenbergen. Hij kent de vaders van alle jonge coureurs uit de streek van Antwerpen, maar ook die van Patrick Sercu. Hij discussieert met kennis van zaken over de positie van die en die op de fiets. Over wie er pillen neemt en welke en hoeveel en wie daaraan ten onder gaat. Het is koers ’s morgens en koers ’s avonds, het is koers voor en na. Alles moet er voor wijken. Zijn beenhouwersgast, Rik Van Eggermont, die ook koerst, krijgt alle faciliteiten. Hij is een paar jaar ouder dan zijn zoon Julien, die u inmiddels al kent, maar heeft minder talent. Albert ontpopt zich tot een alwetende, en ook wel beter wetende koerskenner en koersvader.
Lisa laat haar man begaan. Ze is content als hij content is, tenminste, dat zegt Albert.
Later, als hij al gepensioneerd is, ontfermt hij zich nog over zijn kleinzoon Stephan, die de wielermicrobe ook te pakken heeft. Hij betaalt voor een trainingskamp in Spanje, koopt fietsen voor hem, dat soort dingen. Stefan Tytgadt heeft zeker talent, maar hij moet stoppen met een kapotte knie. Tegen een paaltje gereden.
De fanatieke, de dwangmatige belangstelling voor alles wat op twee wielen rijdt, daar is wel sleet op gekomen. Albert mist geen wielerwedstrijd op de televisie, met vakantie in Frankrijk pikt hij zijn koersen mee. Maar het blijft nu binnen de redelijke perken. Het eerste wat Albert doet als hij zijn beenhouwerij heeft overgelaten, is een koersfiets voor zichzelf kopen. Tijdens de toertjes die hij langs het Albertkanaal of in het Zuiden van Frankrijk maakt, kan hij zijn zinnen verzetten. Hij begint zich, fysiek althans , beter te voelen, gezond zelfs. Zijn koersfiets van Ridley is ook een uitlaatklep voor de muizenissen in zijn hoofd, voor de spoken uit de oorlog waar hij maar niet van verlost raakt.
copyright Louis van Dievel
Commentaar
1. Gini zegt ...
Meneer Louis Stephan is de juiste schrijfwijze van mijn broer