zaterdag 4 juli 2009

Het leven van Albert (18)

 

 

18. Een beenhouwer met een neus voor zaken

 


Het is 1955 geworden. De beenhouwerij in de Leescorfstraat draait maar draait niet goed genoeg. Er is te veel concurrentie, op elke hoek is wel een beenhouwer. Er wordt minder gekocht. De klanten steken zich liever in de schuld om een automobiel te kopen en besparen op het vlees.
‘Ik had er genoeg van om voor twaalf cens en half te werken.’


Albert kijkt uit of hij zich niet kan verbeteren. Hij wil weg uit zijn wijk in Berchem, hij wil dichter bij de stad, binnen de Singel gaan beenhouweren. Hij hoort dat er in de Waterloostraat, in de betere côté die hij voor ogen heeft, een oude slager denkt aan stoppen.
‘Ik ging met die mens spreken, maar die wilde pas over een jaar of zo zijn zaak overgeven. Ik moest nog maar eens terugkomen. Maar ik moest ook niet te lang wachten. Enfin, het was niet mogelijk om met die beenhouwer een concrete datum af te spreken en ik wilde per se weg uit de Leescorfstraat.’


Er biedt zich een tussenoplossing aan. Albert Tytgadt neemt slagerij Dictus over, gelegen aan de Turnhoutse Baan. Een grote, goed beklante zaak. Dictus had er wel veertig eigen huizen aan overgehouden. Maar hij ging dan ook al om vier uur ‘smorgens open! En alle mensen die in de stad werkten of van de Grote Statie kwamen, kochten op weg naar huis hun vlees bij Dictus. Met de verkoop van zijn huis en zijn handelsfonds kan Albert de overname net bekostigen. De huur bedraagt 4.000 frank, een smak geld in die tijd. Een maand of acht verdient hij goed zijn brood aan de Turnhoutse Baan. Tegelijk houdt hij ook de beenhouwerij in de Waterloostraat in de gaten. Als er schot komt in de zaak, laat hij een annonce in de gazet plaatsen: ‘Beenhouwerij over te nemen wegens ziekte.’


‘Ik had erop gerekend om de Turnhoutse Baan prijs om prijs over te laten, zonder verlies of winst te maken. De koper was een beenhouwersgast die dacht dat hij er alles van kende. “Mijnheer, zei hij tegen mij, ge zijt al veertig jaar en niet goed van gezondheid, ik zal u een plezier doen en er zoveel voor betalen.” Die beenhouwersgast dacht dat hij een gouden zaak deed maar uiteindelijk kreeg ik er twee keer zoveel voor dan ik betaald had.’


Welgemutst verhuist Albert met heel zijn huishouden naar de Waterloostraat, vlakbij de chique Cogels Osylei, dichtbij de Joodse buurt. De oude beenhouwer bewoont de tweede verdieping, Albert, Lisa en Julien betrekken de eerste verdieping.
‘Dat ging heel goed. Soms kwam de oude beenhouwer een handje toesteken omdat hij het niet kon laten, en dan gaf ik hem wat vlees mee en ik betaalde meer huur dan ik eigenlijk verschuldigd was. Maar wat deed die kerel het jaar daarop? Hij verhoogde verdorie de huur! Ik voelde mij in de zak gezet.’


Albert blijft niet bij de pakken zitten. In de Guldenvliesstraat, op speekafstand, staat een huis te koop waar vroeger een kruidenierswinkel gevestigd was. Hij betaalt er in 1960 vijfhonderdduizend frank voor. Het pand is klein, de gevel is niet meer dan vier meter breed, maar dat is geen bezwaar.


‘Als er in een kleine winkel twee klanten staan, is het alsof de mensen net niet tot buiten staan aan te schuiven, maar als er in een grote beenhouwerij maar twee mensen staan…’
Albert is niet vies van een truc: tegen de enige vrije wand van de winkel hangt hij een grote spiegel. Waardoor er altijd dubbel zoveel klanten lijken te staan dan in werkelijkheid hun beurt afwachten. De nieuwe verhuis legt de familie Tytgadt geen windeieren.
‘Die winkel lag tussen een apotheker en een krantenwinkel, en voor de deur stopte tram 8, een betere ligging kondt ge in de wijde omtrek niet vinden.’
Maar het is niet alleen de ligging die van de kleine beenhouwerij een goudmijn maakt. Albert geeft zijn zaak een eigen karakter, een eigen profiel. Houdt daar koppig aan vast.
‘Ik deed pas om negen uur ’s morgens open. Gelijk de apotheker hé. En ik droeg ook een smetteloos witte jas.’
En als er al een klanten klagen over het late openingsuur, heeft Albert zijn uitleg klaar. Albert heeft altijd een uitleg klaar.
‘Veel beenhouwers legden ’s avonds vetpapier over de vleeswaren in hun toonbank. s’ Morgens zag dat er natuurlijk niet meer fris en vers uit. Ik ruimde iedere avond alles op. Ik borg de charcuterie en de vleessalades op in de grote koelcel en kuiste mijn toog met warm water en zeep. En de volgende morgen maakte ik mijn toog opnieuw in orde. Daar kroop natuurlijk tijd in.’



Bij Albert Tytgadt moet alles vers en van de beste kwaliteit zijn. Zelfs van de beste stukken, zoals de dikke ziel, snijdt hij de taaiere delen weg, om er stoofvlees van te maken. Een prikker om het vlees malser te maken heeft hij niet in huis. Zijn grote specialiteit is gehakt, niet gemaakt van overschotjes of afval, maar van kwaliteitsvlees, van hespen. In het slachthuis heeft hij zo zijn relaties. Via zijn grossist, ene Vandromme uit Hoevenen, koopt hij runderen uit de Limousin. Van Joodse beenhouwers, die ook heel kieskeurig zijn, koopt hij vlees over. En zelf verkoopt hij stukken van iets mindere kwaliteit aan een slager op de Antwerpse Paardenmarkt. De bil waarop de koeien in de wei liggen, bijvoorbeeld, is taaier dan die aan de andere kant. Wist u dat niet? Dan weet u het nu.


‘Die beenhouwer liet salami’s overkomen uit Italië, die was beroemd om zijn charcuterie. Die werkte met wel tien gasten.Maar aan de achterdeur verkocht hij vlees door aan de schippers, voor wie dat wat minder nauw luisterde. Dat was geen minderwaardig vlees, maar ge moest er wel harder in bijten.’
’s Middags om half één, en geen minuut later, gaat de winkel dicht. In Antwerpen doet geen enkele beenhouwer dat.
‘Ik trok vijfentwintig minuten uit om te eten, vijf minuten om mijn mond en mijn tanden te spoelen, en vijfenvijftig minuten om een dutje te doen. Gelijk een echte luierik! Om vijf minuten voor twee stond ik op en om twee uur stipt ging de winkel opnieuw open. Tot zeven uur ’s avonds.’


Albert Tytgadt is een dure beenhouwer. Alleen de Panaché aan het Centraal Station is duurder.
‘Ik trok mij dat niet aan. Wie wilde betalen, betaalde. Wie mij te duur vond, moest maar ergens anders gaan. Zo simpel was dat. Al het rijk volk uit de Cogels Osylei , de Belgiëlei, zelfs uit de Van Rijswijcklaan was klant bij mij. Ik sprak Vlaams en Frans, ik kon het nogal goed expliceren, en bij mij kreegt ge waar voor uw geld. ’
Ieder jaar, op de eerste juli, gaat de beenhouwerij dicht. Niet voor een week of twee weken maar voor twee volle maanden. Dat mag commerciële zelfmoord lijken, maar het tegendeel is waar.
‘Mijn klanten gingen in juli en augustus naar andere beenhouwers in de Drie Koningenstraat of in de Statielei, maar ze kwamen in september altijd terug naar mij. Ze waren content wanneer ik opnieuw open ging. Ik bood de beste verhouding kwaliteit-prijs en daarmee was alles gezegd.’
Twee maanden vakantie. Ook dat doet geen enkele collega-slager in Antwerpen hem na. Twee maanden naar het zuiden van Frankrijk, om van het leven te profiteren. Want dat had hij zich voorgenomen toen hij terugkwam uit gevangenschap. Het leven is meer dan alleen maar werken en oppotten.

In 1976 wordt de bedding van tram 8 verlegd. Dat scheelt hem een stuk in de klandizie. Bovendien vindt Albert dat het wel is geweest. Hij is binnen. Hij besluit zijn zaak over te laten.
‘Ik kreeg een bod van een jonge beenhouwer uit Beerse, die een zaak in de stad wilde openen. Dat is hier maar klein, zei hij toen hij mijn winkel kwam bekijken. Ja maar, de schuif is goed, zei ik, er kan veel geld in. Die kerel wist alles beter en ik heb hem in zijn wijsheid gelaten. Ik heb zijn geld in ontvangst genomen en ik ben vertrokken. Acht maanden later was de beenhouwerij gesloten. Meer tijd had die beenhouwer niet nodig gehad om een bloeiende zaak naar de kloten te helpen.’




copyright Louis van Dievel

Commentaar

1. Eeckhout Ann zegt ...

Dit was zijn mooiere periode blijkbaar.
Mijn dochter heeft zondag het kamp in Auswitch bezocht, ze was er stilletjes van...haar overgrootvader was 1 van de slachtoffers omdat hij socialist was.

Naam*
URL
Email*
Email adres wordt niet gepubliceerd!
Onthoud mij
Commentaar*

CAPTCHA
Geef de bovenstaande cijfers in