zondag 12 april 2009

Van Dievel Consulting & Rik Torfs

De hartenwens van Rik Torfs Naar goede jaarlijkse gewoonte hadden Rik Torfs en ik op Paaszondag samen de hoogmis bijgewoond. Soms doen we dat bij hem thuis in Heist-op-den-Berg, maar het meest toch bij mij in Heide-Kalmthout, in de kerk van Sint-Jozef. Naar even goede gewoonte hadden wij Brabançonne in de parochiale gelagzaal achtergelaten. Zijn triples en zijn potje biljart zijn hem heilig. Meestal zien we hem dan pas terug als het angelus klept, beschonken en wel. Rik en ik nemen nooit...

lees meer...

zondag 8 februari 2009

Van Dievel Consulting

Hoe overleef ik een interview in Terzake?Zoals men zich een politicus in vrijetijdskleding kan voorstellen, zo waren ze zaterdagnamiddag naar mijn modeste villa in Kalmthout afgezakt. In truien en jeans van dure merken, een foulard hier, een bodywarmer daar, modieuze stapschoenen. Er was geen enkele vrouw in het gezelschap. Wie zou er anders op zaterdag de boodschappen doen en het huishouden op orde stellen en de kinderen bezighouden? Dat was alleszins wat een verbaasde Servais Verherstraeten...

lees meer...

vrijdag 21 november 2008

De comeback van nonkel Van Grauwel

 

De koning had mij laten roepen en dus haastte ik mij per step door de lange gangen van het paleis naar de troonzaal. Tot mijn verbazing was de vorst niet alleen. Ook koningin Fabiola was op een vouwstoeltje naast het staatshoofd gezeten, nadrukkelijk aanwezig.

'Mijnheer Van Dievel,' stak de koning zonder omwegen van wal, ' mijn schoonzuster en ik hebben zonet naar het middagjournaal van de VRT gekeken. Wij hadden van Mathilde, onze schoondochter en aangetrouwde nicht, gehoord dat zij in een school sprookjes zou voorlezen en dat de televisie dat was komen filmen.'

Ik vreesde al dat er niets van het materiaal was uitgezonden en dat ik - gezien mijn uitstekende relaties met de VRT-top - moest informeren hoe dat kwam en of dat nog kon worden gerepareerd.

 

De premier leest voor

 

'Fabiola en ik vonden dat heel schoon,' nam de vorst mijn zorgen weg.
De koningin zonder land knikte heftig, zo heftig dat ik vreesde voor de stabiliteit van haar kapsel.

'Maar toen, mijnheer Van Dievel,' vervolgde het staatshoofd met schrikogen, ' verscheen daar plots ook een individu in beeld, waarin mijn schoonzuster en ik slechts na enkele ogenblikken en met een  schok mijnheer Verhofstadt herkenden.'

 

Nonkel Van Grauwel

 

Ook ik had op het journaal gezien hoe angstige  kinderen werden gedwongen om naar de voorlezende voormalige premier te luisteren. 

'Die kinderen waren precies niet heel tevreden met het sprookje,' articuleerde Fabiola moeizaam, ze heeft maar weinig kansen om haar Vlaams te oefenen.
'Of met de voorlezer,' voegde Albert II er veelbetekenend aan toe, 'bij ons Mathild kondt ge duidelijk zien dat de kinderen gelukkig waren'

Ik wilde mij er grappend vanaf maken door te verwijzen naar nonkel Van Grauwel, maar deze icoon, deze creatie van  Bart Peeters  en Hugo Mattijssen uit het Leugenpaleis was de <em>royals</em> helaas vreemd.

 

Een strandjanet

 

'Mijnheer Van Dievel,' kortwiekte de koning mijn verwarde en omslachtige poging tot uitleg, 'hebben wij dat goed gezien en heeft mijnheer Verhofstadt zijn haar laten blonderen? En zo ja, om welke goede redenen?'

Opnieuw wilde ik er mij met een grapje vanaf maken. Over de midlife crisis. Over het onderschatte forever young syndroom. Ten behoeve van koningin Fabiola vertaalde ik zelfs het woord 'strandjanet' naar het Spaans als 'maricon de la playa'. Maar de koning wilde geen grapjes horen.

 

Een comeback?

 

'Is mijn vermoeden juist en bereidt de heer Verhofstadt zijn comeback voor?' vroeg Albert II straightforward.
'Zou hij welkom zijn?' kaatste ik de bal terug.
Er verscheen een extra diepe rimpel in het alreeds geonduleerde voorhoofd van zijne majesteit.

'Met mijnheer Verhofstadt viel er tussendoor nog wat af te lachen,' sprak de koning bedachtzaam, 'meer dan met mijnheer Leterme in ieder geval. Mijnheer Leterme ziet er ook zo getormenteerd en uitgeblust uit. Terwijl mijnheer Verhofstadt er integendeel zeer ontspannen en fit bijloopt. Zouden de kiezers daar rekening mee houden, denkt u?'
Koningin Fabiola was inmiddels ingedommeld.

 

Op fluistertoon

 

'Majesteit,' antwoordde ik op fluistertoon om haar niet te wekken, ' Verhofstadt wordt al slapend rijk. Want hoe hard Yves Leterme ook zijn best doet, hij zal een recessie niet kunnen tegenhouden. En als de mensen bang zijn voor hun portemonnee en hun werk en hun pensioen, zullen ze zelfs bereid zijn om in juni volgend jaar te stemmen voor de man die met Pasen van dit jaar net op tijd naar Italië verhuisde.'

maandag 17 november 2008

Leve de index! Vive l'index!

In kasteel Belvedere liep iedereen op kousenvoeten, van eenvoudige lakei tot gegalloneerde hofmaarschalk. De koningin lag te bed met griep en moest rusten. Omdat de koningin ook luidruchtige en nogal expliciete koortsdromen had, had de hofmaarschalk eenieder bevolen om grote wattenproppen in de oren te stoppen, maar die maatregel bleek in de praktijk niet werkbaar.

Zijne majesteit, Albert II, liet het niet aan zijn hart komen. Met een helse vaart en met vervaarlijk veel kabaal zoefde hij door de kasteelgangen.  Het zwartgeelrode skateboard dat hij als geschenk had ontvangen voor vijftien jaar koningschap, was waarlijk een schot in de roos gebleken, net zoals het hele koningsfeest overigens, Te Deum inbegrepen.

 

Een nieuwe hoed

 

 

Toen ik de vorst niet zonder moeite uit een draaideur had bevrijd, was het tijd voor een adempauze en een goed gesprek.
'Wat vindt u van mijn nieuwe hoed, mijnheer Van Dievel?' stak de koning van wal.
'Hij staat u geweldig, sire, U lijkt wat op Gorbachov met die hoed, maar dan zonder die storende wijnvlek,' antwoordde ik.
'Vleier!' zei de vorst, en hij porde mij speels in de ribben, waardoor - ik hoef u dat eigenlijk niet meer te vertellen - alle belletjes van mijn narrenpak zachtjes klingelden en rinkelden.
'U ziet er content uit, majesteit,content en patent en effervescent.'
'Effervescent?' vroeg de koning verbaasd.
'Bruisend, bedoel ik.'
'Tja mijnheer Van Dievel,' grapte Albert II terwijl hij op komische wijze een hoge borst opzette, 'wie  in deze moeilijke tijden <em>'het cement van de natie'</em> wordt genoemd, mag eigenlijk niet klagen.'

 

De index der consumptiegoederen

 

Ik schraapte mijn keel.
'Er is ook minder goed nieuws, sire,' zei ik voorzichtig.
'Laat maar komen,' zei de vorst wat overmoedig.
'U krijgt zes procent opslag.'
'A la bonne heure!' riep het staatshoofd uit, ' Het werd tijd! Paola en ik kregen de eindjes bijna niet meer aan elkaar geknoopt. Leve de index, vive l'index! Alle Belgen gelijk voor de wet!'

Andermaal schraapte ik mijn keel.
'Helaas ligt dat wat delicaat, sire. Uw dotatie is namelijk aan de index van de consumptiegoederen gekoppeld, en de lonen van uw onderdanen aan de gezondheidsindex.'
'Ja en dan?'
'Wel, euh, dat wil zeggen dat bij uw pree rekening wordt gehouden met de prijzen van tabak, alcohol en brandstof, en bij de modale Belgen niet.'
'Ja en dan?'

 

Van der Kelen

 

Ik had de stille indruk dat het goede humeur van de vorst wat aan het omslaan was.
'Er zijn vooraanstaande opiniemakers die vinden dat u afstand moet doen van uw opslag, als gebaar naar de gewone man (M/V) toe.'
'Toch Yves Desmet van De Morgen niet!' smaalde de koning.
'Luc Van der Kelen schrijft in Het Laatste Nieuws dat u dat niet verdiend hebt,' sprak ik zacht maar met voldoende articulatie.

Het werd stil.

 

Een geweldig idee!

 

Toen verscheen er, zoals in de stripverhalen pleegt te geschieden, een stralend lampje boven het hoofd van het staatshoofd. Hij had een idee!

'Mijnheer Van Dievel,' sprak Albert op samenzweerderstoon, 'ik zou het geweldig appreciëren mocht u de heren De Leeuw en Cortebeeck van de vakbonden willen opbellen. Vertel hen dat de kritiek op de koninklijke opslag een manoeuver van het patronaat is, een aanslag op de koopkracht door het liberale grootkapitaal. Als de koning afziet van zijn indexverhoging, moet u hen vertellen, dan kunnen de patroons ongegeneerd pleiten voor een indexsprong voor de hele bevolking. Begrijpt u wat ik bedoel? Arme koning, arme Belgen, rijke vorst, rijke onderdanen!'
En de koning knipoogde.
'U bent waarlijk een slimme vos, majesteit!' prees ik hem.
Waarna de vorst opnieuw zijn skateboard beklom en roekeloos de trappen afdaalde.

'Kameraad De Leeuw,' sprak ik wat later op de voicemail van de ABVV-voorzitter, 'er is een nieuwe koningskwestie in de maak. Wilt ge mij asap terugbellen?'

 

woensdag 5 maart 2008

Van Dievel Consulting (18)

 

 

 

Working on a chain gang

 

U moet mij excuseren dat ik al 10 dagen niet van mij heb laten horen. Het is namelijk zo dat ik sinds afgelopen maandag opnieuw bij de VRT ben tewerkgesteld. Dik tegen mijn goesting, maar voorlopig is er niet veel tegen te beginnen.

Vorige zondagmiddag had ik net Yves Leterme en Peter Poulussen uitgewuifd, na een grondige debriefing over onze Youtube-stunt. Uiteraard was dat idee van mij. Net zoals die quasi-spontane toespraak van Leterme op de trappen van het Leuvense ziekenhuis uit mijn creatieve brein was ontsproten, en het idee om de toekomstige premier bleker te schminken dan hij in werkelijkheid was. Het zijn de kleine dingen die het verschil maken. Ook op de factuur.

 

Terzake



‘Kunt ge eventueel nog iets in gang zetten bij Terzake?’, vroeg Leterme bij het afscheid, ‘ik kan mij inbeelden  dat ze daar over mekaar struikelen om onze geslaagde stunt te analyseren, te duiden en te ontmaskeren.’
‘Ik zal eens met Tim Pauwels bellen’, beloofde ik.
Met een ferme handdruk gingen we uit elkaar.



 Hier klopt iets niet



Hier klopt iets niet. U voelt het wel  maar u kunt het nog niet verwoorden. Ik zal u helpen. Waar is Brabançonne, mijn geliefde doberman? Het kan toch niet zijn dat Peter Poulussen, de trouwe factotum van Leterme,  mijn modeste villa in Kalmthout heelhuids betreedt en daarna ook nog ongeschonden verlaat? En toch is het zo gebeurd. Poulussen kon het zelf niet geloven. Had hij zich voor nop in dat antieke harnas gewurmd.

 

 Brabançonne, mijn dappere huisdier, is namelijk verliefd. Verliefd op een egeltje dat te vroeg uit zijn of beter haar winterslaap is ontwaakt. Dag en nacht ligt hij op mijn perfecte grasmat met dat schattige diertje te neuzeneuzen. Hij laat er zijn eten voor staan. Hij laat er zijn gezellige hondenmand bij het knapperende haardvuur voor staan. Hij kijkt niet meer om naar mijn bezoek. Amper reageert hij nog op mijn stem. Als u al eens verliefd bent geweest – en ik mag het verhopen – weet u vast wel hoe u zich toen voelde. Omdat ik aanvankelijk  niet geloofde in hondenverliefdheid heb ik er de dierenarts bij geroepen.

‘Mijnheer Van Dievel’, sprak deze  nadat hij de vitale delen van Brabançonne ongestoord had kunnen bekloppen en betasten (normaal moeten we eerst met zo’n verdovingsgeweer voor grof wild schieten) , ‘vergeet mij vooral niet te bellen als er jongen van komen, want die wil ik toch wel zien!’

 

Dirk Wauters en het college van hoofdredacteurs



En dus  sloeg Brabançonne ook geen alarm toen daar plots Dirk Wauters – de grote baas van de VRT -  aan mijn deur stond, geflankeerd door het voltallige college van hoofdredacteuren, vijfentwintig stuks dus.
‘Ik moest kloppen want de bel doet het niet’, grijnsde Dirk Wauters schaapachtig, als om het ijs te breken.
Ik wilde het gezelschap nog het kolenkot binnenloodsen in een ultieme misleidingspoging, maar de grote baas van de VRT had al de deur van mijn bibliotheek open geduwd.
‘Ha, dat is hier dat gij al die politici ontvangt. Amai, dat moet goed verdienen!’
‘En hier is dus uw bureau waar gij uw facturen uitschrijft’, zei op stikjaloerse toon een hoofdredacteur die zonder toestemming een andere deur had open geduwd.

Veinzen kon niet meer baten



Veinzen kon hier niet meer baten. Ik moest toegeven dat Van Dievel Consulting een florissant eenmansbedrijf is waarin ik al mijn tijd investeer.
‘Hoe lang is het geleden dat gij nog op de VRT zijt geweest?’ vroeg de grote baas weinig vriendelijk.
En voor ik had kunnen antwoorden antwoordde een van de vijfentwintig hoofdredacteurs al in mijn plaats.
‘Van de 24ste oktober 2007, volgens de computer van de toegangscontrole!’ kreet hij verontwaardigd.
Enfin, ik kreeg mij daar een bolwassing van het kaliber dat ik persoonlijk reserveer voor de grootste losers onder mijn klanten.

 

'Mijnheer Van Dievel heeft het te druk'

Het eind van het verhaal is dat ik sinds maandag mijn uren op de VRT slijt, van negen tot half zes. Ik zit aan een leeg bureau in een vergeten gang, met een mens van de bewaking naast mij. En iedere keer als er iemand uit de Wetstraat in hoge nood belt op mijn gsm, antwoordt hij in mijn plaats:
‘Mijnheer Van Dievel heeft het te druk om u te woord te staan. Bel na Pasen eens terug.’
En dan tegen mij:
‘Doe voort met nietsdoen.’
En wilt u mij nu nogmaals excuseren, ik moet warme prak gaan eten in de personeelsmess.

 

 

 

woensdag 20 februari 2008

Van Dievel Consulting (17)

 

De Grote Witte Donderdag Show

 

‘U wilt dus mijn advies over de tafelschikking?’
Ik hoorde mijzelf verbaasd reageren op het verzoek dat mij aan de telefoon gedaan werd. Ik ben nochtans een en ander gewend geraakt sinds ik een half jaar geleden met Van Dievel Consulting gestart ben. Maar een mens is nooit te oud om nog iets bij te leren over de grenzen van de menselijke ijdelheid en hoe die te verschuiven.



Een historische reconstructie



'Ja of zijde doof soms?!
, antwoordde de immer beminnelijke Guy Verhofstadt.
De premier met de driedubbele agenda had mij zonet geschetst hoe hij van zijn afscheid als leider van het zootje ongeregeld Verhofstadt III een gebeurtenis wilde maken die later niet in de geschiedenisboeken zou mogen ontbreken. 
‘En dan trekken wij allemaal van die lange gewaden aan in de kleuren van ons partij en dan zitten wij samen aan tafel en wij eten met onze handen, gelijk in dienen tijd,’ had hij zijn exposé besloten.

‘U wilt dus het Laatste Avondmaal reconstrueren?’ vroeg ik toch maar voor alle zekerheid.
‘Allez! Wie is hier de consultant! Moet ik nu alles expliceren? Ik kan beter een factuur naar mijn eigen sturen, ik betaal ze toch niet.’
Ik deed alsof ik die laatste woorden niet gehoord had.



Witte donderdag



‘Ik geef mijn ontslag op den 20ste, dat is Witten Donderdag bij de katholieken, en wat gebeurde er op Witten Donderdag?’
‘Het Laatste Avondmaal’, kon ik niet anders dan antwoorden.
‘Voilà! En gij moet nu voor mij een tafelschikking uitwerken waardoor alle aandacht naar mij gaat, gelijk toen naar dienen Jezus. Maar toen bestond er nog genen televisie. Nu wel, en  ik heb alle zenders opgevorderd. Ik bel over een kwartierken terug.’


‘Dat zal niet gaan.’
'Wadde?!'
De Gentse propagandist van het verkavelingsvlaams was duidelijk niet gewend om tegen te worden gesproken.
‘Mijn eenmansbedrijf doet alleen zaken van aangezicht tot aangezicht’, sprak ik zacht maar vastberaden.
‘En gij peist daddekik mijnen kostbaren tijd ga verkwisten met naar uw kruipkot in de Kempen te rijden?!’
Ik duwde de telefoon uit.



Nog nooit had iemand mijn modeste villa in Kalmthout vergeleken met een Kempisch kruipkot.
Het volgende half uur zag ik niet minder dan veertig oproepen van  de premier op het schermpje van mijn gsm verschijnen, dewelke ik allemaal negeerde.



Helemaal opgefokt


Guy Verhofstadt  was dan ook helemaal opgefokt toen hij geëscorteerd door vier zwaantjes voor de fraaie gietijzeren toegangspoort tot mijn domein stond te claxonneren. Een van de zwaantjes probeerde hem diets te maken dat het forceren van de poort zou neerkomen op huisvredebreuk, maar de premier was niet voor rede vatbaar. Hij duwde zijn chauffeur opzij, zette zijn Audi  in achteruit en gaf vervolgens zo kwistig gas dat zijn wielen ervan gingen patineren en zijn escorte dekking moest zoeken voor de rondvliegende kluiten Kempengrond .


Bij zijn nekvel


Niet zoveel later sleepte mijn trouwe doberman Brabançonne de lelijk gekneusde   en bewusteloze eerste minister  bij zijn nekvel over het gazon, over de dorpel, door de gang, en deponeerde hem voor de open haard waarin een knapperend vuur brandde, aan mijn voeten. De garagist uit het dorp takelde de totaal verhakkelde Audi weg en de plaatselijke handswerkman schatte de kosten voor de reparatie van traliewerk en muren.
‘Luister’, zei ik, ‘dit heb ik voor u uitgedacht.’
En vermits de premier mij niet tegensprak, zette ik hem mijn idee van zijn politieke Laatste Avondmaal uiteen.

 


De judaskus




‘U zit uiteraard in het midden. Links van u zit Leterme die nog met een baxter wordt gevoed. Rechts van u zit Didier Reynders die u de judaskus zal toedienen. Tenzij u het andersom verkiest, natuurlijk. De rol van Petrus is voor Bartje Somers: voor de haan drie keer heeft gekraaid zal hij u driemaal verloochend hebben.’
Nog steeds leek Guy Verhofstadt stilzwijgend in te stemmen met mijn scenario.
Ik berispte Brabançonne die aan het bloed likte dat uit een wonde in zijn zijde vloeide.
‘Foei, vieze hond!’
Nog nasmakkend en verongelijkt zocht mijn doberman zijn mand op.



Nubische slaven



‘Achter u staan Peter Vandermeersch en Yves Desmet u vermomd als Nubische slaven koelte toe te waaien met palmbladeren. Jo Vandeurzen brengt het eten op tafel: gegrilde sardienen met veel look en wortelen. Joëlle Milquet doet als Maria Magdalena de voetwassing , Laurette Onkelinx speelt de rol van de wenende moeder en Bart De Wever tenslotte  loopt halfnaakt door het beeld met het bordje: ‘Heden geen vette vis.’  Het oog wil ook wat.’

Eindelijk waren de ziekenbroeders daar. Met Verhofstadt op de draagberrie haastten ze zich naar hun ambulance. Ik liep nog een eindje mee maar ik kon uit zijn gekreun  niet opmaken of ik zijn goedkeuring had voor de slotscène: de kruisiging.

 

copyright Louis van Dievel

donderdag 7 februari 2008

Van Dievel Consulting (16)

 

 

Geef me werk, werk, werk, 'k heb twee handen, 'k voel me sterk.




Lang geleden, het was in het begin van de jaren ’80, trok er een jongerenmars voor werk door Brussel. Het waren trieste tijden voor wie jong was. Werk was er amper te vinden, tenzij in nepstatuten. Ik was een gelukkig jongmens, want ik was na een eindeloos lang examen op de nieuwsdienst van de radio terecht gekomen, en ik was dus de dag van de betoging verslaggever in Brussel.

 

Sweet memories

 

Ik herinner me nog twee dingen van die zaterdag in april van 1982. Neen , drie eigenlijk, want ik was nog jarig ook.  Er werd flink gevochten aan het eind van de manifestatie voor werk, door gemaskerd tuig, en de hele mars door weerklonk het strijdlied dat Walter Grootaers voor de gelegenheid had gecomponeerd : ‘Geef me Werk’. En dat lied ging zo:



‘Ik ben jong en dat doet pijn,
nutteloos en leeg te zijn.
Nutteloos, dag en nacht,
lam gelegd in al mijn kracht.
Zeg me wie het onheil bracht,
wie heeft bovenaan de macht.

Refrein:

Geef me werk, werk, werk. ‘k Heb twee handen ‘k voel me sterk.’

 

 

Zij luisterden ademloos toe

 



Ik zong het lied zachtjes voor in de knusse bibliotheek van mijn modeste villa in Kalmthout, waar zoals steeds een knapperend haardvuur brandde. Parlementslieden van meerderheid en oppositie luisterden ademloos toe, vooral toen mijn doberman Brabançonne met zijn bariton de tweede stem inzette. Zij – de parlementsleden dus - waren met zoveel gekomen dat ik stoelen had moeten aan slepen en dan nog waren er die zich met hun rug tegen de muur op mijn zachte tapijten hadden neergevleid. Het kleine gevecht om een plaatsje in mijn  dure Chesterfieldzetels waren door dezelfde Brabançonne met een dreigend gegrom beslecht. Hijzelve had plaatsgenomen in de zetel die het dichtst bij het vuur stond.

 

Een backbencher van Open VLD



Maar om u een en ander beter te laten begrijpen, moet ik even terug gaan in de tijd. Ik kreeg van een backbencher van Open VLD  die anoniem wilde blijven maar die ooit werd genoemd als de nieuwe gouverneur van Oost-Vlaanderen (het werd tenslotte de spraakwaterval André Denys) een telefonische hartenkreet.
‘Mijnheer Van Dievel’, sprak hij mij beleefd maar met een van leed doorgroefde stem aan, ‘ik ben verkozene des volks maar ik schaam mij diep want ik heb geen ene flikker om handen.’

 


Dat van die ‘flikker’ ben ik niet helemaal zeker, het kan ook een ‘moer’ of een ‘donder’ geweest zijn, maar de boodschap was duidelijk: de goede man had niets om handen, en bovendien werd hij daar meer dan modaal voor betaald.
Tja, dacht ik, alweer zo’n gefrustreerde politicus die in de belangstelling wil komen.
‘Waarde verkozene des volk’, antwoordde ik daarentegen, ‘als u graag in de belangstelling komt , kunt u zich beter met een smeuïg verhaal wenden tot Het Laatste Nieuws of het moederblad van die krant, de Dag Allemaal.’

Mijn anonieme beller van Open VLD, woonachtig in Eeklo, barstte zowaar in tranen uit.

 

Politieke klaploperij



‘Maar ik meen het!’ kreet hij, ik schaam mij werkelijk diep voor mijn politieke klaploperij!’
Moeizaam kwam het eruit dat de partijbonzen van de meerderheid aan hun onderhorigen het consigne hadden gegeven om hun wetgevende en controlerende taken op ‘hold’ te zetten.
‘En u kunt zich niet met die rol verzoenen?’ , drong ik aan, want ik wilde zeker zijn van zijn oprechtheid.
‘Neen!’, riep hij veel te hard in mijn delicate oorschelp, ‘en ik sta niet alleen!’
Waarop hij wel een dozijn andere anonieme parlementsleden opsomde die zijn woede en verdriet en onmacht deelden.
‘Overtuig mij’, antwoordde ik veel minder luid, ‘en breng deze anonieme gelijkgezinden mee naar mijn modeste villa in Kalmthout, pas dan zal ik overtuigd zijn.’

 

Zij waren met velen




Ze waren niet met een dozijn. Ze waren met twee dozijn, uit Kamer en Senaat. Er was niemand bij van LDD, omdat die parlementaire nog met een leervergunning rijden. Er was ook niemand van het Belang bij, want die parlementairen staan sowieso altijd ‘on hold’, op hun fractieleiders na. Ze riepen door elkaar en ze spraken elkaar tegen en ze dronken al mijn flessen wijn en sterke drank uit, ze waren –kortom – geheel zichzelf. Maar hun verontwaardiging was niet gespeeld, hetgeen mij zeer verheugde, want meestal krijg ik hier lieden met twee of zelfs drie agenda’s over de vloer.

 

Een nieuwe mars



Om een lang verhaal kort te maken. Ik deed ze dus dat idee voor die mars voor werk aan de hand, zoals in 1982. Volgende maandag zult u een vreemde, kleine stoet door de Wetstraat zien trekken, van parlementairen die om werk schreeuwen. Ik hoop dat ik tegen die tijd dat plaatje van Walter Grootaers terug vind, voor in de geluidswagen.

 

copyright Van Dievel Consulting

woensdag 30 januari 2008

Van Dievel Consulting (15)

 

 

TV-Tieleman

 

Geachte heer Tieleman,

Ik maakte welhaast een sprongetje van blijdschap toen ik in de krant over uw plannen las om met een televisiezender voor vijftigplussers te beginnen. Vijftigplussers zijn een gat in de markt en ik kan het weten want ik ben er zelf een.

De bloemenwinkel van Lies

Volgens mij is het plan ontstaan op de receptie bij de opening van de bloemenwinkel van Lies Martens, waar veel bekende vijftigplussers (met uzelf en Van Rompaey als absolute sterren) bijeen waren en waar ook de televisie de nieuwbakken kleine zelfstandige een steuntje in de rug kwam geven. Terecht overigens.

 

Ik herinner mij nog levendig dat het televisiejournaal enkele jaren geleden een reportage uitzond over de opening van een winkel in duikersgerief, waaraan Helmut Lotti zijn naam had geleend. Er waren toen op de televisieredactie ook azijnpissers die dat als verdoken reclame bestempelden. Maar ik ben aan het afdwalen, een kwaaltje waaraan wel meer vijftigplussers lijden, ik moet u dat niet uitleggen.

 

Het zwarte gat

 

U moet weten dat ik mij wat zorgen maakte over u, toen u zo geheel onterecht uit het cultuurprogramma Sterren op het Ijs was gestemd. Ik had nochtans zoveel sms’jes verstuurd om u te steunen dat ik thuis ruzie kreeg over de rekening van Proximus. En toen ook dat toeristische magazine met Jan Leyers in de hoofdrol ten einde liep maar waarachter u de stille kracht was, zag ik al het gevreesde zwarte gat opdoemen. Maar zo zit u niet in elkaar! En ook uw kompaan Jan Van Rompaey niet, die ik helaas persoonlijk niet zo goed ken.

 

Een eigen televisiezender

 

Een eigen televisiezender! Het is iets waar ikzelf al jaren van droom maar wat allicht bij een droom zal blijven want ik ben niet ondernemend genoeg en zelfs een beetje lui. Als ik alle stukjes bij elkaar optel werk ik namelijk ook al 23 jaar bij de openbare omroep en dat stompt een mens wat af. U hebt dat meer dan eens verklaard toen er goedkope kritiek werd geuit op uw schaatsavontuur en u hebt overschot van gelijk. Mijn televisiezender zou enkel nieuws, porno en kolder uitzenden en Jo Leemans en Reddy De Mey zouden in al die programmaonderdelen een ankerrol spelen. Onhaalbaar, natuurlijk!

 

Citytrips

 

Uw idee is veel beter: ‘rustige televisie, niet flitsend, niet met kantelende camera’s.’ En gelukkig voegt u daar meteen aan toe dat ‘het geen oudemensentelevisie mag worden’, televisie dus voor uzelf en voor Jan Van Rompaey.
‘Het moet kwaliteit zijn. Geen goedkope shows.’, lees ik verder, en dat was alweer een pak van mijn hart.
‘Wij denken aan items over citytrips, over dingen die je moet doen voor je dood gaat, over beleggen en gezondheid.’
Laat dat nu precies de dingen zijn waarmee ik als vijftigplusser de hele dag en een stuk van de nacht bezig ben.

 

Een prima naam

 

Ik wil dan ook graag steunend lid worden van uw omroep en ik doe u graag de naam cadeau: TV-Tieleman. Een naam die energie uitstraalt, een naam die klinkt als een klok, een naam die het oor binnendringt, zich een weg door de buis van Eustachius baant en zich dan vasthaakt in de cortex of wat daar ook allemaal mag liggen, ik zal het eens opzoeken bij Seniorennet. Dus geen grappen of woordspelingen met de voornaam Jan alstublieft, want die hebben we jarenlang bij de VRT moeten verduren.

 

Een origineel format

 

Ik ben bovendien zo vrij om een format voor te stellen dat geheid een televisiehit wordt en uw marktaandeel en dus ook uw inkomsten met sprongen zal doen stijgen. Bij mijn weten is het een origineel idee en ik heb het dan ook meteen bij Sabam gedeponeerd: ‘Een vrouw voor Dirk’. Over de prijs valt te praten.

Vriendelijke groet,

Louis van Dievel (1953)

maandag 28 januari 2008

Van Dievel Consulting (14)

 

 

(deze blog verschijnt pas overmorgen op www.deredactie.be)

 

Wie wil er voorzitter worden van Open VLD?!

 

‘Waarom schrijft gij nu dat ik met een Toyota Starlet rijd?! Vindt gij dat grappig soms?! Ik rijd in een dikke Mercedes, gelijk iedereen die belangrijk is.’’
De huidige voorzitter van Open VLD  was blijkbaar niet opgezet met zijn kortstondige verblijf in mijn kruiwagen, onder een dikke laag organische tuinmest.

 

Dat was nochtans de enige manier geweest om Bart Somers heelhuids in mijn modeste villa te Kalmthout binnen te smokkelen, terwijl Brabançonne, mijn geliefde en door sommigen gevreesde doberman, de persboer van de voorzitter achterna zat, een afleidingsmanoeuvre waartoe die jongeman – Tom Ongena genaamd - zich maar node had geleend. Vroeger gingen woordvoerders door een vuur voor hun voorzitter, maar het is dus niet meer gelijk vroeger.

 

Een deken om zijn mollige lijfje

 


Enfin, om een lang verhaal kort te maken: nadat ik Bart Somers met mijn hogedrukreiniger enigszins toonbaar had gemaakt, zat hij met een deken om zijn mollige lijfje gewikkeld met een glas wijn in een van mijn dure Chesterfieldzetels  slecht gehumeurd te wezen.
‘Wat kan ik voor u doen, heer voorzitter’, sprak ik hem niettegenstaande zijn verongelijkte gelaatsuitdrukking aimabel toe.
‘Ge weet natuurlijk dat ik mijzelf wil opvolgen als voorzitter van Open VLD’.
‘Ik ken persoonlijk geen geschikter voorzitter dan de man die hier voor mij zit’, fleemde ik een weinig om hem op zijn gemak te stellen.
‘Gij hebt wel mensenkennis’, gaf Bart Somers wat onwillig toe.
Buiten probeerde de woordvoerder mijn doberman te kalmeren door hem voor te lezen uit de nog te verschijnen erotische memoires van Karel Poma, zonder succes evenwel, Brabançonne is meer van het romantische type.

 

Ongevaarlijke tegenkandidaten

 


‘Maar eigenlijk’, kwam Bart Somers terzake, ‘ben ik op zoek naar ongevaarlijke tegenkandidaten.’
‘Mijnheer Somers’, antwoordde ik enigszins verbaasd, ‘het wemelt bij iedere VLD-verkiezing toch van de dorpsfiguren die eens op tv willen komen en daarna overstappen naar de Lijst Dedecker!’
‘Ge verstaat mij niet’, zei Somers korzelig, ‘ik bedoel tegenkandidaten die al eens door Linda De Win zijn geïnterviewd in Villa Politica en die politiek toch uitgerangeerd zijn.’
‘U wilt dus eigenlijk dat ik wat losers overtuig om het tegen u op te nemen?’
‘Voilà.’


Ik hoefde niet lang na te denken over geschikte kandidaten met meer ego dan verstand.
‘Wat had u gedacht van Rik Daems en Patrick Van Krunkelsven?’
‘Als ge die zo zot kunt krijgen, zou dat perfect zijn.’
‘Maar moet er geen vrouw bij de tegenkandidaten zijn?’, dacht ik luidop.
‘Dat zou goed zijn. Als het Maggie De Block maar niet is.’
De voorzitter lachte met zijn eigen grapje.
‘Ik had eerder Hilde Vautmans in gedachten.’
Bij het horen van die naam werd de liberale voorzitter lijkbleek.

 

Een jonge, hippe, volbloedliberale


‘Gij zijt zot zeker!’, bracht hij met enige moeite uit, ‘breng Vautmans vooral niet op gedachten.’
‘Jamaar, heer Somers’, verdedigde ik het naar mijn mening heel redelijke voorstel, ‘Hilde Vautmans is jong, hip, een volbloed liberale bovendien, en als ze ergens voor gaat dan geeft ze zich voor 100 %.’
‘Juist daarom, kieken!, sprak de huidige voorzitter van Open VLD mij weinig vriendelijk toe, ‘ik wil alleen maar losers als tegenkandidaat, en gij moet er enkel maar voor zorgen dat de Rik en de Krunkel  het tegen mij willen opnemen.’
‘De klant is koning’, zei ik enigszins gelaten.
‘Allez, ik moet nog naar Brussel, hoe kom ik hier buiten zonder dat uw zwarte monster mij opvreet?’

 

En Noël Slangen dan?


Tien minuten later snuffelde Brabançonne wantrouwig aan de kruiwagen met organische tuinmest die ik naar de poort van mijn domein reed. Als bij wonder liet hij zich foppen door mijn kleine list. Brabançonne moet wat verkouden zijn, ik zal hem neusdruppels geven.
‘Waar is mijn woordvoerder?’, vloekte Somers terwijl hij het stinkende tuinmest van zich afsloeg en zich in zijn kleine maatpak hees.
Ik wees naar de schouw van mijn modeste villa, waarop Tom Ongena zich in veiligheid had kunnen brengen.
‘À propos, heer Somers’, vroeg ik hem bij het afscheid, ‘waarom komt u eigenlijk naar Van Dievel Consulting voor advies? U hebt toch een spindoctor in huis, de onvolprezen Noël Slangen?’
‘Juist daarom’, antwoordde de voorzitter van Open VLD bars en liet zijn chauffeur kwistig gas geven.

 

copyright Louis van Dievel


 

 

 

 

 

donderdag 24 januari 2008

Van Dievel Consulting (13)

 

 

 

Op naar vervroegde verkiezingen!

 

De dagen beginnen zoetjesaan te lengen, ook in het afgelegen dorp Kalmthout. Ik keek in de late namiddag door het raam van mijn modeste villa naar het van regen glimmende grasperk, waarop Brabançonne duchtig in de weer was met een bus vlooienpoeder en een ijzeren borstel. Een souvenir van zijn escapade met de Duitse scheper van Filip Dewinter. Hij mag al blij zijn dat het bij vlooien is gebleven, heb ik hem streng en vermanend toegesproken. Deemoedig boog mijn fraaie pikzwarte doberman de expressieve kop.

 

 

Een ministeriële limousine – een BMW - was het fraaie gietijzeren hek van mijn woonst annex kantoor genaderd en liet een meerstemmig getoeter weerklinken, het soort  irritante geluid dat volgwagens in de Vlaamse wielerklassiekers plegen te produceren.  Ik liet de bewakingscamera’s inzoomen en herkende op de achterbank het wat verkrampte gelaat van Yves Leterme, minister van Allerlei maar vooral van Begroting en Institutionele Hervormingen. Onder Guy Verhofstadt, laten we dat vooral niet onvermeld laten.

 

Een irritante claxon

 

Andermaal liet de limousine zijn snerpende TARA TARARA TITITA weerklinken. Brabançonne, die al even delicate gehoorwegen als zijn baasje heeft, sprong als een razende hond  op tegen het hek, Duitse vlooien in het rond strooiend. Ik voelde ergernis in mij opwellen. Vroeger – toen alles beter was – stonden christendemocratische ministers niet ongeduldig te wezen aan de deur van politieke consulenten van twijfelachtig allooi. Gelukkig kon ik deze ongemakkelijke gedachte vrij makkelijk verdringen. ‘Erst kommt das Fressen, und dann die Moral’, nietwaar.

 

Een dreigende doberman

 

‘Welkom, heer Leterme, wat een genoegen u onaangekondigd te mogen treffen aan mijn modeste woonst, treed toch binnen. ‘Ik had de poort geopend. Brabançonne was op de motorkap van de BMW gesprongen en toonde een indrukwekkende rij goedverzorgde tanden aan de inzittenden, de chauffeur en de minister dus. Leterme liet het autoraampje 4 centimeter zakken. ‘Ge denkt toch niet dat ik mij door dat monster van u ga laten opvreten! Ge denkt zeker dat ik uw blog niet lees? Ik wil met eigen ogen zien dat ge die hond aan een dikke ketting legt, eerder kom ik niet uit deze auto.’

 

Een compromis

We bereikten uiteindelijk een compromis. Ik nestelde mij op de achterbank, naast Leterme. In de verte verbeterde de chauffeur enkele Belgische records op de halve fond, met Brabançonne op zijn hielen en aan zijn broek.
‘Welk nieuws, heer Leterme?’ vroeg ik om het ijs te breken.
‘Alles gaat goed. Beter dan verwacht eigenlijk. Ik voel mij goed in mijn vel. De zaken gaan vooruit. Ik doe wat de mensen van mij verwachten.’
Het leek verdacht veel op een afgedreund lesje.
‘En waarom komt u dan helemaal van Brussel naar hier, heer Leterme?’
Op het al verkrampte gezicht van de minister begonnen zich allerlei zenuwtics te vormen. Ik kreeg zowaar compassie.

‘Ik sta nergens’, bekende hij hortend en stotend en met een vors in zijn keel, ‘de begroting rammelt, het hongerige volk mort en de staatshervorming zit muurvast. En niemand houdt van mij!’

 

Een amper gebruikte zakdoek

 

Ik leende de christendemocratische voorman mijn amper gebruikte zakdoek, die hij gebruikte om zijn tranen te vegen en eens goed te snuiten.
‘Schaam u niet om uw emoties’, sprak ik hem bemoedigend toe, ‘het maakt van u een mens van vlees en bloed.’
Leterme knikte dankbaar.
‘En als u om goede raad verlegen zit, dan zal ik u die geven.’
Verwachtingsvol keek hij mij aan. Op de autoradio klonk energieke Heavy Metal muziek. Het was radio1.
‘Het heeft geen zin om met Pasen de regering Leterme I te laten aantreden’, sprak ik ernstig, ‘u gaat daar met lege handen staan.’
‘Begin er niet aan’, vervolgde ik dwingend, ‘u kunt zich geen derde fiasco permitteren.’
‘Maar de mensen…’, sputterde Leterme tegen.

‘De mensen, heer Leterme’, onderbrak ik hem, ‘de mensen die ik ontmoet begrijpen nog altijd niet waarom hun geluk zou afhangen van een staatshervorming, de mensen willen hun koopkracht en hun spaarcenten behouden en hun pensioen redden.’

‘Maar het kartel…’

 

Een Pyrrusoverwinning

 

Andermaal onderbrak ik de minister van Institutionele Hervormingen.
‘Het kartel heeft u een Pyrrusoverwinning opgeleverd en verder niets dan miserie, voor uzelf, voor uw partij en voor het land.’
‘Is er nog een oplossing?’, vroeg de lijkbleke politicus zachtjes.
‘Vervroegde verkiezingen’
Koudweg liet ik het verboden woord vallen.
‘Vervroegde verkiezingen op 18 mei en zonder kartel. De kiezer zal u dankbaar zijn en u zult uw coalitiepartner – blauw of rood – zelf kunnen uitkiezen.’

Met open mond hoorde de minister mij aan.

 

Een perfecte datum

 

‘Achttien mei is de perfecte datum: het lange Pinksterweekend en de communiefeesten zijn achter de rug en de blok en de examens moeten nog beginnen. Gunstiger kan bijna niet.’

Ik schudde Leterme krachtig de hand en nam zonder woorden afscheid. Zijn chauffeur en mijn doberman waren in geen velden of wegen te bekennen. Terwijl ik de poort sloot, zag ik hoe Leterme onhandig naar de zetel van de bestuurder klom, de BMW startte en tegen hoge snelheid bijna in botsing kwam met de Toyota Starlet van Bart Somers, mijn volgende afspraak.

 

copyright Louis van Dievel

 

maandag 14 januari 2008

Van Dievel Consulting (12)

(deze blog daarentegen, staat nog niet op www.deredactie.be , ik denk dat ik 'm er pas donderdag opzet.)

 

De ene betoging is de andere niet.

 

Vroeg of laat moest het natuurlijk gebeuren. Een mens bouwt een zekere reputatie op in de wondere wereld van de consulting, en dan komt daar ongewenst volk op af. Het was maandag. Ik had andermaal Bettina Geysen te gast in mijn gezellige bibliotheek. Het haardvuur knapperde, de indirecte verlichting verhulde de stofnesten aan het plafond,  Brabançonne snurkte behaaglijk na het verorberen van de doos likeurpralines die Geysen als cadeau had meegebracht.  Ze had een pruilmondje – de nieuwe voorzitter van Spirit  - omdat ze een dure weddenschap had verloren.

 

Dubbel honorarium

 

Ik had namelijk voor een dubbel honorarium gewed dat de actie hoofddoek  haar niet alleen airplay in het Journaal zou opleveren maar ook een invitatie voor Phara.
‘Ik weet echt niet of Spirit dat wel kan betalen’, stribbelde ze nog tegen.
‘Aimé zal wel bijpassen als het nodig is’, suste ik haar.

Plots weerklonk vanuit de hondenmand een dof en dreigend gegrom. Ondanks de overdosis aan alcoholische bonbons waren de zintuigen van Brabançonne, mijn trouwe Doberman, nog niet helemaal afgestompt. Zijn nekharen kwamen overeind. Enigszins moeizaam – het dient gezegd – legde hij zijn voorpoten op de vensterbank en toonde zijn blikkerende tanden. 
‘Het zal een kat zijn’, stelde ik Bettina Geysen gerust.

 

Een heuse betoging

 


Maar toen ik een blik wierp op de monitor van mijn bewakingscamera’s, moest ik toch even slikken.
Voor de sierlijke gietijzeren poort van mijn modeste villa in Kalmthout had zich immers een heuse betoging van het Vlaams Belang gevormd. Ik zoomde in en las op een spandoek: ‘Geysen prostituée van de islam!’ Bovendien zag ik tot mijn ontzetting dat enkele individuen met afgeschoren hoofdhaar en combatshoes poogden om over de muur van mijn domein te klimmen. Vastberaden liep ik naar buiten, ontrolde de slang van mijn hogedrukreiniger  en spoot het gajes opnieuw naar de andere wereld, de buitenwereld dus.

 

Ik floot op Brabançonne, maar die stond gras te eten in een poging om zich van de opspelende likeurpralines in zijn maag te ontdoen. Dus stapte ik alleen en onvervaard op de poort van mijn domein toe, waar voorman Filip Dewinter stond te grijnzen te midden van zijn kornuiten. Aan de leiband hield hij een  Duitse herder kort; het dier bleek naar de vreemde naam Multikulti te luisteren.

 

Bettina kaalscheren

 

‘Mijnheer Van Dievel’, sprak de kopman van Vlaams Belang mij toch enigszins beleefd aan, ‘wij eisen dat gij ons Bettina Geysen uitlevert, zodat wij haar kunnen kaalscheren.’
‘Wie gaat u daarvoor meebrengen’, wilde ik daar al stoer tegenin brengen, toen een tweede manifestatie oprukte in de pittoreske dreef die naar mijn modeste villa leidt. Het was er verdorie nog één van Vlaams Belang, deze keer aangevoerd door de valse blonde Marie Rose Morel. Ook haar aanhangers droegen een spandoek met zich mee.

 

Belachelijke trees!

 


 ‘Geysen belachelijke trees!’ , las ik, en hoe ik ook die woorden woog en wikte, een politieke boodschap kon ik daaruit niet distilleren. Ook Morel hield een hond aan de leiband, een vaalgele pitbull terriër, die naar de nog vreemdere naam ‘Voorzitter voor het leven’ bleek te luisteren.
Al even vreemd was de begroeting die de twee groepen betogers voor elkaar in petto hadden.
‘Hé voze trut, wat komt ge hier doen, dat is hier ons betoging!, riep Dewinter in de richting van Morel.
‘Gij onderkruiper, gij intrigant! Er is hier niks van u!’, sneerde Morel terug. Ze trok een van haar fuck-me-botjes uit en duwde die dreigend onder de neus van Dewinter.

 

Een gevecht in regel

 


En ik weet niet wie er het eerst begon, de honden of de voormannen (M/V), maar al gauw ontstond er voor mijn poort een gevecht in regel tussen de rivaliserende fracties, een treffen waarbij er voorwaar niet op een slag onder de gordel werd gekeken.
Brabançonne, die inmiddels opnieuw bij zijn positieven was gekomen, stond aan mijn zijde en keek verbaasd omhoog naar mij, zijn baasje. Wij hadden al veel meegemaakt, samen, maar dit, neen dit was ongezien. Al gauw vormde zich op de wijze van Asterix en Obelix een onontwarbaar kluwen van vechtende lijven, waaruit af en toe het hoofd van Dewinter dan wel  Morel kwam piepen.

 

Een teefje

 


Ik besloot dat het welletje was geweest, opende de poort en liet Brabançonne op de strijdende partijen los. Het gekerm en gegil dat toen opsteeg had nog maar weinig menselijks. Ik stopte mijn vingers in mijn oren en liep terug naar mijn woning, om de doodsbange Bettina Geysen te kalmeren.
Toen ik haar een goed uur later uitgeleide deed, herinnerden  enkel nog  verspreide kledingstukken,  Stahlhelmen, protheses en mineure lichaamsdelen in kleine plasjes bloed en een halve pitbull terriër aan het treffen dat hier had plaats gevonden.
Uit de rododendrons weerklonk het janken van de Duitse scheper van Filip Dewinter en het bronstige gekef van Brabançonne. Multikulti was een teefje.

 

copyright Louis van Dievel

 

 

 

 

Van Dievel Consulting (11)

(deze blog dateert al van kort na nieuwjaar, ik was vergeten van 'm op mijn eigen site te zetten. :-) )

 

Een nieuw verbond!

 

De terreurdreiging kan niet ernstig genoeg worden genomen, verzekerde ons de minister van Binnenlandse Zaken in diverse betrouwbare media. Daarom, en ook wel omdat ik op last van mijn boekhouder nog snel wat fiscaal aftrekbare kosten moest maken, heb ik aan de fraaie gietijzeren poort van mijn modeste villa in Kalmthout bewakingscamera’s laten plaatsen. En op mijn bureau – alwaar ik mijn facturen uitschrijf – kan ik via een splitscreen iedere beweging rondom mijn domein volgen.

 

Bewegende struiken

 

Ik kan u verzekeren dat het speeltje snel gaat vervelen als de enige tekenen van leven van een egel, een eekhoorn en een konijn met myxomatose moeten komen. Groot was dus mijn verbazing toen ik op tweede nieuwjaarsdag twee bewegende struiken op mijn monitors bemerkte. Nog groter werd mijn verbazing toen een van die twee omvangrijke struiken aanbelde.

‘Met Van Dievel Consulting voor al uw problemen’, sprak ik behoedzaam in de parlofoon.
‘Met Jean-Marie’, zei een bevelende stem met een licht Oostends accent, ‘doe rap de poort open.’
Nu is Jean-Marie ook de naam van mijn tuinman en die heeft een sleutel van de poort.
‘Draai uw gezicht naar de camera en steek uw armen omhoog!’
Zo stond het in de handleiding voor terreurbestrijding bladzijde 14: ‘Wat te doen met verdachte sujetten aan de poort.’
‘Wij zijn hier incognito , kieken!’ antwoordde de stem die inmiddels enige irritatie verraadde, ‘niemand mag weten dat we hier zijn.’
‘Heer Dedecker!’, riep ik verheugd uit, ‘en wie is uw anonieme gezel.’
‘’t Is den Bart hier’, boog ook de andere struik zich naar de parlofoon.

 

Hondensnoepjes

 

Een kwartier later hadden beide heren zich van hun camouflagepak ontdaan en hadden zij hun massieve billen neergevlijd in de vervaarlijk krakende fauteuils van mijn knusse bibliotheek. Het houtvuur brandde knapperend als vanouds. Mijn doberman Brabançonne liet zich – voorlopig althans – paaien met de grote zak hondensnoepjes die Jan-Marie Dedecker en Bart De Wever voorzichtigheidshalve hadden meegebracht.

 

Een nieuw kartel

 

‘Vertel mij het goede nieuws , heren’, sprak ik toen de wijn was uitgeschonken, u hebt zich al verzoend, heb ik her en der gelezen, wat is de volgende stap.’
‘Een nieuw Vlaams kartel’, sprak Bart De Wever plechtig, de N-VA gaat de CD&V dumpen en een alliantie aangaan met de Lijst van mijn vriend hier, de Lijst Dedecker.’
Jean-Marie Dedecker knikte bevestigend. Ik voelde dat ik getuige was van een historisch moment in de Vlaamse geschiedenis.
‘Wij gaan’, zo sprak de kopman van de Lijst Dedecker, ‘ met ons nieuw kartel de CD&V halveren, de Open VLD decimeren, de SP.A ambeteren en Het Vlaams Belang extermineren.’
Dat was duidelijke taal.

 

Een nieuw verbond

 

‘En wat verwacht u van mij, heren?’ vroeg ik nadat ik een heildronk op het vermetele plan had uitgebracht.
‘Wij zoeken een nieuwe naam.’
Ik verzonk in een diep gepeins. Het werd stil in mijn bibliotheek. Men hoorde slechts het knetteren van de vlammen en het gesmak van Brabançonne die inmiddels de zak met hondensnoepjes soldaat had gemaakt.
‘Heren’, zei ik, ‘ om te beginnen stel ik voor om niet meer van een kartel te spreken. Dit plan is groots en verdient een dito benaming. Wat had u gedacht van ‘een nieuw verbond’?
De monden van Dedecker en De Wever vielen open van verbazing bij zoveel genialiteit van mijnentwege.

 

Een nieuwe naam

 

‘En dan de naam’, vervolgde ik. ‘Ik vermoed dat de merknaam Dedecker prominent aanwezig moet zijn?’
‘Ge moogt gerust zijn’, gromde de Dedecker.
‘Ik zou voorstellen’, ging ik verder en ik richtte mij tot Bart De Wever, ‘ om ook uw merknaam volop uit te spelen, al was het maar om aan te tonen dat u de baas bent van de N-VA en niet Bourgeois of Brepoels.’
‘Dat zou mij een groot plezier doen’, beaamde Bart De Wever.
‘Goed’, besloot ik, ‘dan stel ik voor dat het nieuwe verbond zal luisteren naar de naam ‘LIJST DE WEKKER’.

 

Te overmoedig

 

Mijn twee dure Chesterfields waren rijp voor het groot vuil toen Dedecker en De Wever juichend opsprongen en zich vervolgens met hun volle gewicht in het zitmeubel lieten terugvallen. Ik maakte discreet een notitie voor de factuur.

Enfin, er werd nog menige fles soldaat gemaakt om de nieuwe Lijst De Wekker te fêteren. En dat alcohol overmoedig maakt, werd nog maar eens bewezen toen mijn twee gasten Brabançonne achter zijn oren en op zijn buik wilden aaien, iets waarop mijn huisdier – in tegenstelling tot andere honden - absoluut niet gesteld is. Met de afstandsbediening van de camera’s kon ik haarscherp volgen hoe beide politici ijselijke kreten slakend over mijn grasveld renden en er – toen Brabançonne het spelletje beu was - in slaagden om met achterlating van boven- en onderkleding en enkele mineure lichaamsdelen alsnog te ontkomen.

 

Bettina Geysen

 

Net wilde ik mijn computer aanzetten om het hoofdartikel van De Standaard te schrijven, toen mijn oog viel op de Porsche die voor mijn poort geparkeerd stond. Ik zoomde in en las op de zijkant van de fraaie sportwagen de merkwaardige tekst ‘Haal mij uit de index.’ Aan het stuur herkende ik Bettina Geysen. Ze stapte gracieus uit en duwde op de bel. Toen ik haar van harte welkom heette had ik reeds een nieuwe naam voor haar minipartij in gedachten : Goedele, electoraal succes verzekerd!

 

(de namen Lijst De Wekker en Goedele zijn © Van Dievel consulting)

 

 

donderdag 27 december 2007

Van Dievel Consulting (10)

 

 

De zoektocht naar een voorzitter

 

(ik was zinnens om  tijdens de kerstvakantie mijn politiek-satirische blog te laten rusten, maar ik ik kon het toch niet laten :-) )

 

Het was Kerstdag en in mijn modeste villa in Kalmthout was alles peis en vree. Ik stond voor het raam en keek vertederd naar twee eekhoorns die elkaar achternazaten in de dennenbomen. Mijn doberman Brabançonne kloof (van het werkwoord kluiven) vergenoegd op het reuzebot dat ik als kerstcadeau ontvreemd had uit het natuurhistorisch museum te Brussel.
Toen piepte –  voor het eerst in drie dagen! – mijn gsm zijn wijsje,  een uptempo versie van het Belgische volkslied.

 

Een anonieme beller

 


‘Met Van Dievel Consulting voor al uw problemen, van welke aard dan ook.’
Sinds het aantreden van Verhofstadt III ligt mijn handel nagenoeg stil en probeer ik wat te diversifiëren.
‘Ik zou graag anoniem blijven’, zei een zangerige stem.
‘Dag meneer Vandeurzen,’ antwoordde ik verheugd, ‘proficiat met uw promotie tot minister van Justitie, wat kan ik voor u doen?’
‘******!’, sprak Jo Vandeurzen, ‘ en ik spreek nochtans door mijn zakdoek om niet herkend te worden, gelijk ze dat doen in de Vlaamse films.’

 

Wat wilde de voormalige voorzitter van mij?

 


Koortsachtig werkte mijn brein. Wat zou de voormalige CD&V-voorzitter van mij wensen? Had hij misschien nood aan een bekwame kabinetschef?  Iemand die staat voor normen en waarden, zoals meester Walter Van Steenbrugge bijvoorbeeld,  of Jef Vermassen. De voormalige CD&V-voorzitter had evenwel een heel ander verzoek.
‘Ge weet dat wij Schouppe tijdelijk voorzitter van ons partij hebben gemaakt, maar…
‘Die vervelende kerel!’
Het was eruit voor ik er erg in had.
‘Ha ge weet het’, vervolgde Jo Vandeurzen tot mijn  opluchting, ‘maar we konden niet anders. Maar na Pasen zijn er echte voorzittersverkiezingen, en wij zouden willen dat gij binnen de partij op zoek gaat naar een valabele tegenkandidaat.’

 


Ik wilde eigenlijk vragen wie met ‘wij’ bedoeld werd, maar ik besloot wijselijk om niet te peilen naar de diepere achtergronden van dit verzoek en integendeel  te informeren naar de betalingsmodaliteiten.
‘Geen probleem’, zei Vandeurzen, ‘ik heb op Justitie een budget voor informanten!’.

 

Een nieuwbakken senator

 


Ik gloeide nog na van tevredenheid over mijn nieuwe opdracht toen mijn gsm andermaal piepte. Het was – zo las ik op de display – Pol Van Den Driessche, de nieuwbakken senator.’
‘Met Van Dievel Consulting voor al uw amoureuze problemen’, meldde ik mij toepasselijk aan.
‘Ha, Lowie! Zeg kom de poort van uw villa eens openmaken, ik sta hier te koukleumen!’
Net wilde ik een diepe zucht slaken toen een geniale inval mijn deel was.

 

De kleuren van Cercle

 


Ik klakte eens met mijn tong en begaf mij met een vrolijk opspringende en zenuwachtig keffende Brabançonne naar de poort van mijn domein. Het was inmiddels beginnen schemeren. Pol Van Den Driessche – getooid met een meterslange groenwitte sjaal van Le Cercle Brugeois – stond ongeduldig aan de spijlen van het hek te rammelen. Net op tijd trok hij zijn slanke vingers terug of ze zouden tussen de blikkerende tanden van mijn doberman zijn achtergebleven. Enfin, een kwartier later zat Pol Van Den Driessche in ondergoed bij het knapperende  haardvuur in de bibliotheek. Brabançonne schikte de overblijfselen van zijn kakbruine kostuum zorgvuldig in zijn hondenmand.

 

Een nuttige bezigheid

 


‘Lowie,’ sprak hij mij andermaal familiaar aan’, ik heb een probleem. Ik ben nu wel senator en verzekerd van een goede broodwinning, maar ik weet ***** niet wat ik daar in dat oudemannengesticht kan uitrichten om mij nuttig te maken. Hebt ge geen goede raad voor mij? Onder vrienden hé! Ge moet daarvoor geen factuur maken, ik betaal u wel eens een pint of twee.’
Andermaal wilde ik een diepe zucht slaken, maar ik vermande mij.

 


‘Senator’, zeide ik want ik spreek mijn klanten nooit bij de voornaam aan, ‘ik geloof niet dat ze bij CD&V op uw mening over ethische en morele kwesties zitten te wachten.’
Glunderend als een biggetje beaamde de senator het gezegde.
‘En van economie hebt u geloof ik niet veel verstand.’
Andermaal had ik juist geraden.
‘En om de belangen van Brugge en zijn achterland te behartigen, hebben ze u geloof ik ook niet nodig.’
Ten derde male had ik spijkers met koppen geslagen.
‘Senator’, zei ik na een ingestudeerde pauze, ‘ het is volstrekt onrendabel voor uw carrière om de komende jaren als backbencher te slijten en alleen in de cafés de interessante en de plezante uit te hangen.’
Ook hiermee kon de senator instemmen.

 

Een groter plan

 


‘U hebt een groter plan nodig. Na Pasen zoekt uw partij een nieuwe voorzitter. Volgens mij bent u de geknipte kandidaat. De partij kan een oude krokodil als Schouppe missen als de pest. CD&V heeft een frisse, jonge, dynamische, charmante, aantrekkelijke, verleidelijke, bevlogen, welbespraakte leidersfiguur nodig!’
Terwijl ik al zijn kwaliteiten opsomde, zag ik senator Van Den Driessche letterlijk voor mijn ogen groeien.

 


‘Als ik eenmaal voorzitter ben, ‘ sprak hij bij het afscheid,  ‘ zal ik u niet vergeten, ge moogt er gerust van zijn.’
‘Senator, beschouw het als een vriendendienst’, wuifde ik de loze  belofte weg.
Terwijl Senator Van Den Driessche poogde om met behoud van zijn ondergoed de poort van mijn domein te bereiken, belde ik het nummer van Jo Vandeurzen.
‘Excellentie’, zei ik, ‘ uw probleem is zo goed als opgelost.’

 

copyright Louis van Dievel
 

 

 

 

donderdag 20 december 2007

Van Dievel Consulting (9)

 

   (ik schrijf deze 'satirische kijk' op de politieke actualiteit ongeveer twee keer per week; de blog verschijnt min of meer gelijktijdig op vrtnieuws.net)

 

Een kerstfeest in mineur

 

 

 Als burger van dit land kan ik natuurlijk niet anders dan tevreden zijn met de noodregering die straks de eed aflegt (hout vasthouden!) , maar voor mijn nering – Van Dievel Consulting voor al uw politieke problemen – is Verhofstadt III geen cadeau. Bien au contraire!
 

De hele woensdag heb ik in mijn modeste villa in Kalmthout met mijn duimen zitten draaien, wachtend op een desperaat telefoontje of een wanhopige bezoeker. Nougatbollen! Zoals wij hier in de Kempen plegen te zeggen.

 

Mijn arme doberman

 

Mijn doberman Brabançonne begreep het al helemaal niet. Ik geloof dat hij een halve dag verwachtingsvol heeft staan kwispelen bij de sierlijke smeedijzeren poort van mijn domein. Maar er kwam niemand langs, behalve de postbode en de melkboer, en die hoeden er zich al lang voor om ook maar één stap te dicht bij mijn poort te zetten.

 

 In de namiddag verviel Brabançonne in volstrekte lethargie. Hij liet zelfs zijn eten staan en kauwde verstrooid en met grote droefenis in zijn hondenogen op wat souvenirs van het bezoek dat hier de afgelopen maanden gepasseerd is: het Italiaanse  kostuum van Verhofstadt, de bretellen van Vandeurzen, de fel oranje dildo van Elio Di Rupo, de kuisheidsgordel van de kroonprins, de kat* van Joëlle Milquet. Ikzelve had er mij – zij het met grote tegenzin – al bij neergelegd om dan toch eens een dag bij de VRT in Brussel te gaan slijten, waar mijn eigenlijke emplooi ligt.

 

Dan toch een telefoontje

 
De duisternis was alreeds gevallen toen mijn gsm dan toch het Belgische volkslied piepte. Het was Bart De Wever, de voorzitter van de N-VA. Zijn stem klonk schor als schuurpapier en dodelijk vermoeid.
‘Wat denkt gij, Louis, hebben ze ons erin geluisd of hebben ze ons liggen gehad?’

Het was de allereerste keer dat de Vlaams-nationalistische voorman mij tutoyeerde. ‘Heer De Wever’, sprak ik met warme en troostende stem, ‘ik geef nooit advies per telefoon, is het moeilijk voor u om naar Kalmthout te reizen? Er brandt hier een knapperend houtvuur.’

 

Feind hört mit!

 

‘Dat is bijzonder moeilijk’, sprak de voorzitter van N-VA, ‘want eigenlijk zijn wij hier in ons partijhoofdkwartier in permanente staat van vergadering.’
‘Helaba met wie belt gij daar?’ hoorde ik plots iemand op de achtergrond roepen, ‘ik doe hier wel de crisiscommunicatie hé!.  Ik herkende de stem van Geert Bourgeois.
‘Ik moet neerleggen’, fluisterde Bart De Wever in paniek, ‘ik probeer straks terug te bellen. Het is hier ferm ambras!’

Maar er kwam geen nieuw telefoontje van Bart De Wever. Spijtig, want ik had willen vragen of de N-VA nu al dan niet die noodregering Verhofstadt III steunt. En of die vette vis dan in de pan ligt. En of de kartelpartner van CD&V een tweederde meerderheid denkt te vinden voor de tijdelijke veelpartijenconstructie.

 

Kardinaal Danneels

 
De enige die op die vermaledijde woensdag nog belde was kardinaal Danneels, wiens naam en nummer op bovennatuurlijke wijze in het geheugen van mijn gsm terecht waren gekomen.
Normaal geef ik geen adviezen in religieuze zaken, maar gezien de omstandigheden, besloot ik de oproep toch maar te beantwoorden.
‘Met Van Dievel consulting, ook voor geloofsproblemen.’
‘Beminde gelovige’, begon de kardinaal zalvend.

‘Wilt u terzake komen, monseigneur’, onderbrak ik hem, ‘ik heb het nogal druk.’Ik had nooit mogen vermelden dat ik op zondag al eens naar de hoogmis ga, samen met Rik Torfs overigens.

 

Een invitatie voor De Keien van de Wetstraat

 

‘Het zit zo’, sprak de kardinaal weifelend, ‘ik ben uitgenodigd voor De Keien van de Wetstraat.’
‘En u wilde graag van tevoren de vragen  kennen’, onderbrak ik Danneels ten tweede male.
‘Gij zijt wel vlug van begrip, mijn zoon’, gaf mijn correspondent toe, ‘tevens zou ik graag vernemen hoe ik mij kan wapenen tegen de blikken van Kathleen Cools.’
‘Monseigneur’, vroeg ik na een diepe, diepe zucht, ‘ gelooft u nog in het bestaan van de duivel?’
‘Jjjja’, antwoordde de kardinaal aarzelend, beducht voor een strikvraag, ‘maar ik ben niet bang voor de duivel.’
‘Dan kan Kathleen Cools nooit een probleem zijn’, zei ik en ik duwde op de rode ‘uit’ knop van mijn gsm.
Brabançonne en ik hebben een lange nachtelijke wandeling in de heide gemaakt, dat was alweer lang geleden.
 
 
 
 

* Bij de marine op zeilschepen werden vroeger lijfstraffen gegeven tot de eerste helft van de 19e eeuw. Iemand die iets ernstig had gedaan aan boord, o.a. diefstal, een lichte vorm van muiterij, of vechten, werd door de kapitein en/of officieren veroordeeld tot 10, 20 à meerdere zweepslagen, naargelang de ernst van de misdaad. Dit was de "kat met de negen staarten". De zweep had negen strengen met geknoopte uiteinden. Iedereen aan boord moest met de order, ‘Alle hens aan dek’, aanwezig zijn om de geseling bij te wonen. De veroordeelde werd aan een houten grating of het touwwant gebonden en zijn bovenlichaam ontbloot. Met tromgeroffel van de marinesoldaten, werd de spanning erin gehouden. Dan knikte de kapitein aan de bootsman dat hij zijn "werk" moest doen. Het aantal slagen werd geteld. Daarna werd de gevonniste van het want gehaald en onderdeks gebracht, waar zijn bebloedde gestriemde rug door de chirurgijn werd verzorgd. Dit was een waarschuwing voor iedereen aan boord.

 

copyright Louis van Dievel

maandag 17 december 2007

Van Dievel Consulting (8)

(een keer of twee in de week schrijf ik een 'satirische' blog over de politieke actualiteit; de blog verschijnt ongeveer gelijktijdig op www.vrtnieuws.net)

 

Minister van Staat en Burggraaf

 

Het was zondagochtend, een uur of tien. Ik had net besloten om voor een keer de dag des Heren te eren en de hoogmis bij te wonen, toen de rode telefoon indringend begon te rinkelen. Dat was merkwaardig, want ik kon mij niet herinneren dat ik zo’n ding in huis had gehaald. Ik nam op en stelde mij mij hoffelijk voor als zijnde:
‘Van Dievel Consulting voor al uw politieke problemen.’

 

Wat vindt ge van die rode telefoon?

 

‘Het is hier Kurt Deboeuf’, zei een mij onbekende stem aan de andere kant van de lijn, ‘ik ben de woordvoerder van de premier-informateur-arrangeur. Wat vindt ge van die rode telefoon? Die heb ik bij u laten installeren voor als we u direct nodig hebben.’
‘Aangenaam’, antwoordde ik op lichtelijk geïrriteerde toon, want ik heb niet graag a) dat er zonder mijn medeweten telefoons worden geïnstalleerd , b) dat woordvoerders mij familiaar aanspreken en c) dat zij er van uit gaan dat ze zomaar beslag kunnen leggen op mijn kostbare tijd.
‘De premier-formateur-arrangeur heeft wat vragen voor u opgeschreven’, ging de woordvoerder op onverstoorbare yuppietoon voort, ‘ik zal die voorlezen en dan moet gij die cito presto beantwoorden, oké?’

 

Met bevende stem

 

‘Mijnheer’, zei ik en mijn stem beefde echt wel een beetje van verontwaardiging, ‘ik doe geen zaken aan de telefoon en ik doe ook geen zaken met woordvoerders. Als uw opdrachtgever – van wie u nog niet eens de naam hebt vernoemd – mij nodig heeft, moet hij mij zelf bellen en een afspraak maken. Maar nu moet ik naar de hoogmis en daarna blijf ik nog een uurtje biljarten in het Gildenhuis. Dus, laten we zeggen rond twee uur?’
En ik legde neer.
Geen minuut later rinkelde de rode telefoon opnieuw.
’t Is Guy hier.’
‘Ik herken uw stem’, antwoordde ik om het ijs te breken.

 

‘Zeg, ge denkt toch niet dat ik mijn tijd ga verliezen met op zondag naar Kalmthout te rijden voor wat flutadviezen?’
‘Optimism is a moral duty’, zeide ik in de hoorn en maakte aanstalten om deze opnieuw neer te leggen.
‘Wacht, wacht! ‘ riep Guy Verhofstadt alsof hij mijn intentie geraden had, ‘ik zal om twee uur bij u aan de poort staan. Past dat?’
Zijn toon klonk helemaal anders nu.
‘Oké’, zei ik, ‘ik zal intussen over uw problemen nadenken.’
‘Maar ik heb helemaal geen problemen’, hoorde ik de Gentse politicus nog tegenpruttelen, maar dat was net voor ik de hoorn in de haak legde.

 

Biljarten in het Gildenhuis

 

Ik stapte met Brabançonne aan mijn zijde naar de dorpskerk en knielde neer op mijn gereserveerde stoel. Brabançonne nam zijn plaats in bij het kerkkoor. Hij zingt bij de bassen. Na afloop van de hoogmis speelden wij een potje biljarten. Brabançonne won, zoals gewoonlijk.
Toen wij na een genoeglijke wandeling het smeedijzeren hek naderden dat mijn modeste villa in Kalmthout afsluit van de opdringerige buitenwereld, stond daar alreeds een dure en vervuilende luxewagen met draaiende motor op ons te wachten, met Verhofstadt aan het stuur. Het nekhaar van Brabançonne kwam overeind en hij liet zijn tanden zien.

 

Maak die poort eens open, dan rijd ik binnen!, riep Verhofstadt mij door het halfopen raampje toe. Zijn ogen waren op Brabançonne gericht.
‘Geen auto’s op mijn domein, helaas. Stapt u rustig uit dan toon ik u mijn eigendom. Of bent u bang voor Brabançonne?’
‘Gemoeniepeizendaddekikbangbenvandienenhond’, sprak de premier met een bibberend stemmetje. En hij stak een bevende hand uit om mijn doberman te aaien.

 

Bij het knapperende haardvuur

 

Enfin, een halfuurtje later zaten Guy Verhofstadt en ik bij het knappende haardvuur. De premier had een indrukwekkend verband om zijn rechterhand en was gekleed in de werkkleren waarin ik meestal hout hak. Tevreden kauwde Brabançonne op flarden van een duur Italiaans maatpak.
‘Ik ben zo goed als rond met mijn informatie-opdracht’, probeerde de premier, ‘maar misschien hebt ge nog wel een nuttige suggestie.’
Ik liet een lange stilte.
‘Enfin’, gaf de liberale voorman tenslotte toe, ‘ik kan uw hulp wel gebruiken.’

 

‘U zit lelijk in nesten’, gooide ik als kei in de bekende kikkerpoel, ‘u kunt het zich niet permitteren om als een gieter af te gaan – want daar zitten er velen op te wachten - maar alle openingen die u meende te kunnen maken zijn door de tot elkaar veroordeelde coalitiepartners vakkundig dichtgemetseld, en niet in het minst door Open VLD.
Guy Verhofstadt kon bij het horen van de naam van zijn eigen partij een vloek niet onderdrukken.

 

Een tripartite noodregering

 

‘En toch’, vervolgde ik, ‘is een tripartite noodregering de enige weg die overblijft.’
‘Maar’, zei ik met stemverheffing opdat de premier-informateur-arrangeur de ernst van mijn woorden zou vatten, ‘ maak u geen illusie, veel eer zal daar niet mee te behalen zijn. Die regering zal een krabbenmand gelijk zijn, wat zeg ik, een slangenkuil. Daarom raad ik u dit aan: sta het premierschap van die noodregering af aan Didier Reynders. Laat hem zijn nek nu maar uitsteken. Het lachen zal hem snel vergaan. Hij zal blij zijn als hij tegen Pasen ’s lands roer aan Yves Leterme kan overdragen.’

Guy Verhofstadt had aandachtig geluisterd. Een wonder op zich! Hij had wat tijd nodig om de boodschap te verwerken. Ik zag zijn adamsappel op en neer gaan, zoveel ineens moest er geslikt worden.
‘Kan ik een borrel krijgen?’

 

Als mijn factuur maar betaald wordt

 

De zaak was beklonken. Het land was gered, en de eer van de liberale voorman ook.
Sinds zondag 16 december mag ik mij een intimus van de premier noemen. Maar of ik nog voor Kerstmis minister van Staat word, zoals hij mij na de zesde borrel in het vooruitzicht stelde, en Brabançonne burggraaf, dat wil ik nog wel zien. Als mijn factuur betaald wordt, zal ik al content zijn.

 

(copyright Louis van Dievel)

 

woensdag 12 december 2007

Van Dievel Consulting (7)

 

 

(deze koldereske blog over de politieke actualiteit verschijnt min of meer gelijktijdig op www.vrtnieuws.net, maar vandaag eerst hier  :-) )

 

Een welbestede werkdag

(Woensdag 12 december 07)

 

Om half negen al stond er iemand te toeteren aan de sierlijke smeedijzeren poort van mijn modeste villa in Kalmthout. Ik was nog in pyjama en ook mijn doberman had zijn tanden nog niet gepoetst.
Mijn gsm begon te piepen. Geheim nummer!
‘Met Van Dievel Consulting.’
‘Allo, allo, ’t is hier Filiep, ik ben wat vroeger.’
Haastig sloeg ik mijn goudkleurige kamerjas om en repte mij op zilveren muiltjes naar buiten om de poort te openen voor de prinselijke monovolume , uitgerust met wel vijf kinderzitjes en versierd met het wapen van de Belgische monarchie. Achter de eik, de beuk en de kastanje bij de poort stonden opvallend onopvallend kortgeknipte heren geposteerd, bij wie er een draad uit de oren groeide.

 

 Brabançonne zat ongegeneerd kopjes te geven

 

‘Ik zou graag een verstandige uitspraak doen over de formatie’, sprak de prins, eenmaal gezeten in mijn bibliotheek waar gezien het vroege uur nog geen knapperend haardvuur brandde, ‘oewat raadt u mij aan?’ . Die flemer van een Brabançonne zat ongegeneerd kopjes te geven aan de gedoodverfde troonopvolger.
De avond tevoren had Ypersele de Strihou, de kabinetschef van de koning mij al gebeld met het niet eens vriendelijke en dringende verzoek om de prins vooral uit zijn hoofd te praten  wat hij in gedachten had. Ik antwoordde hem onomwonden dat er van het paleis nog een factuur openstond en dat ik een kleine zelfstandige in bijberoep ben, en dus in de regel geen klanten weiger.

 

Een vaderlandslievend liedje

 
‘Monseigneur’, zei ik, ‘u bent bij de juiste man terecht gekomen.’
‘Hebt u dan een idee?’ vroeg de prins verheugd.
Brabançonne was inmiddels overgegaan tot het likken van de hand en de manchetknopen van de hoge bezoeker.
‘U moet een plaatje maken, u moet een vaderlandslievend liedje opnemen,’, zei ik, ‘dat heeft nog nooit iemand gedaan in uw familie.’
‘Ik hou heel veel van liedjes!’ riep de prins enthousiast uit, ‘en ik kan heel mooi zingen!’.
‘Luister aandachtig, monseigneur.’

Een halfuurtje later zongen wij samen van ‘België, België, schoonste land op de wereldbol, België, België, ik hou van je en je maakt me dol.’
Mijn doberman nam de backing vocals voor zijn rekening.  De afspraak met de platenfirma was gauw gemaakt. Wie wil er nu geen Kersthit?!
‘Ik ben u zeer dankbaar’, sprak de prins ontroerd bij het afscheid, ‘en stuur de factuur maar naar ons Mathild want zij houdt de kas bij. ‘

 

 Het hart van Yves Leterme

 

Nauwelijks was de prins vertrokken, of Elio Di Rupo maakte reeds zijn opwachting. Ik was nog steeds niet behoorlijk aangekleed maar dat was ook voor Elio geen bezwaar. Inmiddels had ik wel de open haard aan de praat gekregen, dat brengt  altijd wat sfeer in de donkere dagen voor Kerstmis.
‘Hoe kan ik het hart veroveren van Yves Leterme?’
Toen ik mijn wenkbrauwen verbaasd optrok, haastte de PS-voorzitter zich om te expliceren dat ik dat niet te letterlijk moest opnemen. Brabançonne, die allergisch is voor doordringende parfums, had zich in de keuken teruggetrokken.

 
‘Ik zat verleden week met hem te dineren in Hotel Montgomery op de Tervurenlaan’, kloeg Di Rupo, ‘en toen ik een hand op zijn hand legde om hem van mijn goede bedoelingen te overtuigen, trok hij de zijne weg alsof hij gestoken was door een oeweps.’
‘On aurait cru que l’amour masculine n’existe pas en Flandre’, voegde hij er zachtjes en droef aan toe.
‘Koop u een koersbroek en een koersfiets’, adviseerde ik de rode voorzitter, en beklim samen met hem de Koppenberg en de Kemmelberg. Dan komt het wel goed tussen u en Yves.’
Ook de PS-voorzitter overlaadde met dankwoorden en stopte mij een grote envelop in de handen.
‘Zwart geld’, knipoogde Di Rupo, ‘maar ik weet niet meer juist uit oewelke gemeentekas.’

 

Een plas in de rododendrons

 

En zo was het de hele dag een komen en gaan van formateurs en eerste-ministers in spe. Het was al pikkedonker.
Ik had net de eerder genoemde Yves Leterme uitgeleide gedaan (ik geef ook cursussen in zelfbeheersing) en ik stond tevreden  in de rododendrons te plassen, toen de nekharen van Brabançonne overeind gingen staan en een dreigend gegrom diep uit zijn keel opsteeg.
Nauwelijks enkele meters verder zagen wij hoe een donkere gestalte vloekend en steunend over de muur van mijn domein klauterde en zich naar beneden liet vallen.
‘Go!’ zei ik en meer woorden had Brabançonne niet nodig. Een weinig later sleepte hij de immer vloekende en protesterende indringer tot voor mijn voeten. Het was Vande Lanotte.
‘Mijnheer Vande Lanotte’, zei ik ferm terwijl ik met mijn zaklantaarn in zijn ogen scheen, ‘wat is dat hier voor een brutaliteit?! U hebt 1) geen afspraak en 2) uw voorzitster heeft het contract met mijn eenmansvennootschap Van Dievel Consulting pas vorige vrijdag opgezegd.’

 

Het land heeft de socialisten nodig


‘Luister toch niet naar die bees ‘, antwoordde de West-Vlaamse socialistenleider brutaal, ‘het land heeft de socialisten nodig, ook de Vlaamse socialisten. Wij moeten mee in de regering en ik  moet minister van Begroting worden, enfin, of van een ander belangrijk ministerie, het kan me eigenlijk niet  schelen, als we er maar bij kunnen zijn.’
In het felle licht van de zaklamp was de gewezen voorzitter nog lelijker dan in het echt.
‘En zeg tegen uw zwart monster hier dat hij mijn been moet loslaten!’

 
Dat had hij niet mogen zeggen. De ogen van Brabançonne begonnen dreigend te flikkeren. Hij liet het been van Vande Lanotte inderdaad los. Maar toen die met veel moeite overeind was gekomen, vloog hij hem naar de keel. Om hem bang te maken, meer niet hoor.
Ik ben weer naar binnen gegaan want het was beginnen vriezen. Met mijn rug naar het haardvuur volgde ik door het raam de pogingen van Vande Lanotte om zich over de muur in veiligheid te brengen. Wist u dat hij nog van die ouderwetse grote witte onderbroeken draagt?  

 

copyright Louis van Dievel

 

 

 

 

dinsdag 11 december 2007

Van Dievel Consulting (6)

 

 (deze ironische of satirische of wat dan ook blog verschijnt eveneens en ongeveer gelijktijdig op www.vrtnieuws.net)

 

Les Brigades Joëlle Milquet



11 / 12 / 2007

In de afgelopen dagen zaten mijn vrouw en ik bijna letterlijk aan de radio gekluisterd, niet zozeer omwille van de politieke toestand, dan wel om vooral niets te missen van het weerbericht en meer in het bijzonder van de waterstanden op de rivieren bezuiden Samber en Maas.

Op diverse televisiejournaals hadden wij namelijk beelden gezien van gezwollen Waalse rivieren die buiten hun oevers traden. En wat nog erger was: beelden van campings die ontruimd werden wegens overstromingsgevaar.

Onze camping in Durbuy

Alleen over de Ourthe in Durbuy, en meer bepaald over camping L’Oasis aldaar, kwamen wij niets te weten. En hoe vaak wij ook het nummer van de Nederlandse uitbater van onze camping belden, nooit kregen wij antwoord. Zelfs geen boodschap via een antwoordapparaat.

Nu moet u weten dat wij – en nog vele andere Vlamingen -daar in Durbuy al jaar en dag onze vakanties passeren in een solide, goed uitgeruste en op typisch Vlaamse wijze versierde stacaravan. Maar stond onze caravan er nog wel? En zo ja, in welke staat was ons huisje op blokken?

Toen de twijfel onze nachtrust en bijgevolg ook ons humeur begon te bederven, besloten mijn vrouw en ik eerder dan gepland de reis naar Durbuy te ondernemen. Normaal zouden wij pas met de Kerst en met de kleinkinderen enkele dagen in Durbuy verblijven, tenminste voor zover de politieke toestand het zou toelaten.

Langs een grote omweg

Om controleposten en douanerechten aan de taalgrens te ontlopen reden wij naar Durbuy over Wuustwezel, Herentals, Lommel, Maaseik, Maastricht en Verviers, en van daaruit over nog kleinere wegen via Remouchamps, Aywaille en Ferrières naar onze eindbestemming. Het was dan ook al lang donker toen wij in onze Mazda het kampeerterrein opreden. Nu is er in deze periode altijd al weinig leven in l’ Oasis, maar nog nooit was het zo doods.

In het licht van de koplampen zagen wij overal vuilnis liggen, maar wij waren zo moe dat we er verder geen acht op sloegen. Onze caravan stond er nog, dat was het belangrijkste. En al stond het peil van de Ourthe hoger dan ooit, er was nog geen overstromingsgevaar. Minder dan half uur later lagen wij al onder de echtelijke donsdeken en sliepen de slaap der onschuldigen.

Een achterbuurt van Pristina in Kosovo

Maar hoe pijnlijk was het ontwaken!
Toen ik mij – nog in ongewassen toestand en in trainingspak – op het opstapje van onze stacaravan wilde uitrekken, zag ik pas hoe verloederd onze camping erbij lag. Het leek wel een achterbuurt van Pristina in Kosovo en dat wil al iets zeggen. Overal lag vuilnis, dat had ik al gezegd, de speeltuigen van de speeltuin waren vakkundig gesloopt, de deuren van het sanitaire blok hingen uit hun hengsels. Ik zag zelfs een dikke Waalse rat over het terrein lopen!

Aan bijna alle caravans hing een bordje met het opschrift A vendre. En van de anders zo gesoigneerde stacaravan van de Van Hoecks, onze naaste geburen, restte nog slechts een zwartgeblakerd karkas. Mijn vrouw sliep nog, gelukkig maar, ze heeft al zo’n zwak hart.

Pas op voor de Brigades!


Omdat ik beweging had gezien aan de receptie, besloot ik in de toestand zoals ik was om uitleg te gaan vragen. Toen hij mij zag naderen, wilde Jaap – de Nederlandse exploitant van l’Oasis zich schielijk uit de voeten maken, maar hij struikelde over een uitlaat die blijkbaar van een auto was gevallen.
Ik hielp hem overeind en eiste explicaties. Schichtig en angstig keek hij om zich heen.
‘De Brigades!’ fluisterde hij, ‘pas op voor de Brigades!’ En weg was hij.
Maar wat raaskalde die man toch?

Ik besefte pas de ernst van zijn waarschuwing toen ik naar onze caravan terugkeerde en op een troep haveloze en al beschonken Waalse lieden stuitte, die gewapend waren met knuppels en ijzeren staven en die een vlag met zich meedroegen waarop het markante hoofd van Joëlle Milquet was afgebeeld.
‘Vive la Belgique!’ riep ik spontaan maar zo gemakkelijk kwam ik er niet vanaf.
‘C’est toi le sale flamin qui est arrivé hier soir sans payer le taxe de guerre?’ vroeg de man die blijkbaar de aanvoerder was.
‘Mais qui êtes-vous, messieurs?’vroeg ik zo vriendelijk mogelijk.
‘Nous sommes les Brigades Joëlle Milquet!’ kreet hij.
Zijn adem stonk naar look, zuurkool en goedkope brandewijn.
‘Nous occupons et nous controlons ce camping. Il faut payer!’

Ongewassen en ongekleed

Door al dat misbaar was mijn vrouw wakker geworden. Gehuld in haar gebloemde peignoir kwam ze naar buiten en sloeg verbijsterd haar handen voor haar mond en vervolgens voor haar boezem.
‘Et si vous ne payez pas tout de suite on va brûler votre sale caravane flamande!’
We hebben alles gegeven wat we bij ons hadden, ons geld, onze drank en ons eten, en ook de sleutels van onze caravan moesten we afgeven, want de Brigades wilden hun hoofdkwartier vestigen in de enige nog propere caravan van l’Oasis.

Mijn vrouw en ik zijn ongewassen en ongekleed in onze Mazda gesprongen en we hebben de kortste weg naar huis genomen.
Foute beslissing.
Al in Havelange werden we tegengehouden door een andere militie van haveloze en beschonken Walen, een militie van Les Brigades Didier Reynders deze keer.

copyright Louis van Dievel

zaterdag 8 december 2007

Van Dievel Consulting (5)

 

Deze blog verschijnt gelijktijdig op vrtnieuws.net, doorklikken naar nieuws en binnenlandse blogs

 

De hond als trouwe vriend

08 / 12 / 2007

Met Van Dievel Consulting voor al uw politieke moeilijkheden’.
Ik hoorde zelf dat mijn toon nogal kortaf was. Ik had namelijk net een onaangenaam gesprek achter de rug met Caroline Gennez van de SP.A.
”t Is met Jo Vandeurzen hier. Kan ik nog een korte briefing krijgen voor ik naar De Keien van de Wetstraat ga?’
‘En U staat zeker al aan mijn poort?’
‘Hoe weet gij dat?’
Ik glimlachte ondanks alles in mijzelf. Limburgers zullen toch altijd een tikje naïef blijven.
‘Ik ben zo bij u.’

 

De interpretatie van de cijfers

 

Het was vijf uur in de namiddag en al half donker. Om vier uur had ik de resultaten van de politieke peiling georganiseerd door de VRT, Van Dievel Consulting en De Standaard binnen gekregen en onder mijn politieke klanten verdeeld. Ik had de send-knop van mijn computer nog maar net los gelaten of ik had Caroline Gennez al aan de lijn.
‘Wij hebben uw adviezen voortaan niet meer nodig’, zei de rode voorzitster afgemeten.
‘Ah zo’, antwoordde ik, ‘ en waarom niet?’
Ik verlies niet graag een klant, ook al is het maar een kleine.

‘Onze partij is op de goeie weg. Ik stijg zelfs met zeven procent in de politieke hitparade.’
‘Kameraad Gennez’, wierp ik op, ‘uw partij haalt in de peiling maar evenveel als bij de verkiezingsnederlaag van 10 juni. Is dat vooruitgang?’
‘Hoe de cijfers moeten geïnterpreteerd worden zullen wij zelf wel beslissen op het partijbureau van maandag’, beet de voorzitster mij toe.
Mijn doberman Brabançonne likte liefdevol mijn hand. Het was tijd voor zijn wandeling in de Kalmthoutse heide.

 

Zonder Blackberry geen man

 

‘En daarbij’, voegde Gennez eraan toe, ‘als wij u niet meer moeten betalen komt er geld vrij om voor elke ex-kabinetsmedewerker van de SP.A een Blackberry te kopen. Die mensen zijn in shock nu ze opnieuw gewoon moeten gaan werken. Om het morele leed te verzachten doen wil de partij aan al haar loyale medewerkers een Blackberry cadeau doen.’
‘Zonder Blackberry geen man?’ vatte ik samen.
‘Gelijk ge het zegt’, zuchtte Caroline Gennez in een opwelling van openhartigheid.

 

Last minute adviezen

 

‘Ik heb niet veel tijd’, zei Jo Vandeurzen, ‘ ik moet nog door het spitsverkeer naar de VRT. Wat raadt gij mijn nog aan om een goed figuur te slaan in De Keien van de Wetstraat.’
De vragen die Kathleen Cools en Ivan De Vadder zouden stellen waren - door mijn bemiddeling - reeds in het bezit van de christendemocratische voorzitter.
We zaten zoals steeds bij het knapperende houtvuur in de bibliotheek van mijn modeste villa in Kalmthout, parel van de Kempen.
‘Stel u kwetsbaar op’, zei ik, ‘toon uw menselijke gelaat.’
‘Laat uw kartelpartner niet onvermeld maar beklemtoon toch de eigenheid van CD&V.’
‘Lach een keer, vertel een grapje, een anekdote.’
‘Val vooral nooit stil, laat geen stiltes, praat maar door.’
‘Kijk vooral niet in de ogen van Kathleen Cools.’
‘Zeg dat u een hond hebt en dat u daar ’s avonds of ’s nachts, na de marathonvergaderingen mee gaat wandelen, dat u daardoor tot rust komt.’

 

Een hond leasen

 

‘Maar ik heb helemaal geen hond!’ Ik ben bang voor honden! Waar zit overigens dat zwarte monster van u?’
Onder de zetel van Jo Vandeurzen liet Brabançonne een dreigend gegrom horen.
‘Voor een kleine meerprijs kunt u mijn doberman leasen tot morgen’, stelde ik voor.
‘Ja maar, ik weet helemaal niet hoe ge met zo’n hond moet omgaan.’
‘U hebt nog een uur om te oefenen.’
Waarop de voorzitter per gsm zijn woordvoerder Peter Poulussen vorderde. Poulussen was in de auto blijven zitten, met de deuren op slot.
Tien minuten later stond de partijwoordvoerder met knikkende knieën , klapperende tanden en angstzweet op zijn voorhoofd en vooral onder zijn armen aan de smeedijzeren poort van mijn domein, met in zijn handen de leiband van Brabançonne.
Mijn doberman begreep niet helemaal wat er van hem verwacht werd, maar hij vond het wel plezierig om te gaan wandelen met de rare meneer van CD&V.
‘Nu stapt u met flinke tred tot aan de kastanjeboom ginderachter, en daar keert u weer’, instrueerde ik Peter Poulussen.
Na vijf stappen stak er een konijntje de weg over. Brabançonne kefte één keer hoog en schoot er achterna, Poulussen met zich meetrekkend.

 

De Keien van de Wetstraat

 

De voorzitter en ik hebben nog een goed half uur tevergeefs op hun terugkeer gewacht. Toen zijn we gaan aanbellen bij de buurvrouw die een poedel van twaalf jaar oud als huisvriend heeft.
‘Hij heet Belle, kunt ge dat onthouden?’ vroeg mijn buurvrouw terwijl ze de poedel met overgewicht aan de voorzitter van CD&V overhandigde.

Het was de bedoeling dat Belle tijdens de opname van De Keien van de Wetstraat onder de stoel van Jo Vandeurzen zou blijven liggen. Maar tijdens de repetities had het dier al in het decor gekakt. Dat van die hond als trouwe vriend van Jo Vandeurzen is spijtig genoeg niet zo goed uit de verf gekomen in het programma.

 

donderdag 6 december 2007

Van Dievel Consulting (4)

 

(deze 'politieke' blog verschijnt tegelijkertijd op www.vrtnieuws.net)

 

De Keien van de Wetstraat bis

 

'Met Van Dievel Consulting voor al uw formatieproblemen.'

’‘Zijn de vragen nog dezelfde als verleden week?’
‘En met wie heb ik het genoegen?’
Ik veinsde dat ik de stem van CD&V-voorzitter Jo Vandeurzen niet herkend had.

 

Een sombere bui

 

Ik was in een wat sombere bui. De tijd van het jaar allicht, de donkere dagen voor Kerstmis, de jaren die beginnen te wegen, pensioenzorgen, artrose, voorhoofdskaalheid. Het besef dat het leven vergankelijk is, quoi. Met de gsm nog steeds aan het oor keek ik uit het raam. Op het met bladeren bedekte grasveld voor mijn modeste villa in Kalmthout was mijn doberman zo te zien in een intiem gesprek verwikkeld met een egeltje. Neus aan neus zaten ze bij een kabouterpaddestoel die zo uit een prentenboek leek weggelopen.

 

Brood op de plank

 

‘Zijt ge er nog, Van Dievel?’
Ik was er zeker en vast nog wel. Aan de smeedijzeren poort die mijn woonst van de boze buitenwereld afsluit, zag ik de CD&V-voorzitter ongeduldig heen en weer lopen. Waarom maakt niemand nog een afspraak? Dat was mijn eerste gedachte. Mijn tweede gedachte ging naar de factuur van de brandstofleverancier die op de noen 3000 liter mazout was komen leveren.
‘Ik ben zo bij u’, sprak ik.
‘Wilt ge alstublieft die wilde hond in zijn kot steken, Poulussen is hier bij mij.’

 

Iemand om mee te spelen!

 

Ik floot Brabançonne naar binnen.
‘Die rare meneren van CD&V zijn daar weer’, legde ik mijn doberman uit terwijl ik hem liefdevol achter de oren krauwde. Brabançonne begon kwispelde van tevredenheid. Iemand om mee te spelen!
Toen ik de poort opende, kwam het christendemocratische duo schoorvoetend naderbij, rondspiedend naar mijn trouwe viervoeter. Peter Poulussen, de woordvoerder van Christus’ partij op aarde, had een soldatenhelm op zijn hoofd en hield een pepperspray voor zich uit, wat een redelijk belachelijk gezicht was. En dat zei ik hem ook.

 

Lekker avondeten

 

Ik installeerde beide heren in de bibliotheek, waar zoals steeds een stemmig haardvuur brandde. In de keuken rinkelde Brabançonne met de potten. Hij had iets lekkers beloofd voor het avondeten.
‘Al wat ik eigenlijk moet weten is of de vragen nog dezelfde zijn als verleden week’, zei Jo Vandeurzen eerder bot.
‘En welke vragen mag u wel bedoelen?’ vroeg ik met mijn onschuldigste gezicht.
‘Awel, voor de Keien van de Wetstraat natuurlijk. Deze week heb ik tijd om te komen. Maar ik wil natuurlijk goed voorbereid zijn. Mij gaan die twee niet hebben!’ riep hij krijgshaftig.
‘Wij verdienen een standbeeld!’ voegde Peter Poulussen eraan toe.

 

Een vergissing

 

‘Heer Vandeurzen’, zei ik met zachte stem, ‘ik denk dat u zich vergist. Volgens mijn informatie ontvangen De Vadder Ivan en Cools Kathleen deze week de premier-informateur-fondateur-arrangeur. U zult het met mij eens zijn dat ze daarmee een vette vis in de pan hebben.’
‘Godverdegodver!’ riep de voorzitter uit en hij voegde er nog enige krachttermen aan toe die niet voor publicatie geschikt zijn.
‘De onderkruiper!’
‘De vuige antichrist!
‘De libertijn!’
Ook Peter Poulussen deed zijn verbale duit in het zakje.
Verbaasd stak Brabançonne zijn snoet door de op een kier staande tussendeur.

 

Het mag iets kosten

 

‘Kunt gij daar nog verandering in brengen? ‘
De voorzitter van CD&V was de eerste die zijn kalmte herwon.
‘Dat zal moeilijk zijn’, zei ik met een bedenkelijk gezicht, ‘ de redactie van de Keien is ten zeerste gesteld op haar onafhankelijkheid.’
‘Het mag iets kosten’, repliceerde de CD&V-voorzitter met sluwe oogjes.
‘In dat geval’, zei ik na een lange stilte.
‘Ik zal zien wat ik kan doen. Ik laat u morgen iets weten.’

 

Waar is Peter Poulissen?

 

Plots realiseerde ik me dat Peter Poulussen niet meer in de kamer aanwezig was.
‘Waar is uw spreekbuis naartoe? Informeerde ik ongerust.
‘Naar het toilet , denk ik, hij heeft een kleine blaas.’
Op dat ogenblik weerklonk een luid gegrom , gevolgd door een ijselijke gil. Peter Poulussen had per ongeluk de deur naar de keuken genomen, alwaar Brabançonne met het eten doende was.

 

Stoor nooit een doberman die aan het koken is. Het is een goede raad die ik u geef. Door het raam zagen mijn voorname gast en ik hoe Peter Poulussen tevergeefs probeerde om heelhuids en zonder kleerscheuren de Volvo van de CD&V te bereiken. Brabançonne was echt wel kwaad. Dat kon ik opmaken uit de hoge geluidjes die Poulussen produceerde. Normaal bijt Brabançonne alleen naar de enkels en de kuiten.

dinsdag 4 december 2007

Van Dievel Consulting (3)!

 

 (Ik wil u de satirische blog niet onthouden die ik een keer of twee per week schrijf over de politieke actualiteit, op www.vrtnieuws.net)

 

Het landsbelang dienen is niet altijd even makkelijk

 

Zondagmiddag, na De Zevende dag en na Mise au Point op de Rtbf, kreeg ik een verontwaardigd telefoontje van Noël Slangen, de opperspindoctor van Open VLD. Ik zat in de foyer van de VRT na te praten met mijn politieke klanten; Alain Coninx liet inmiddels mijn doberman Brabançonne uit in de tuinen van de openbare omroep. Daar was om geloot en Alain was de pineut.

 

Jaloezie niets dan jaloezie

 


‘Ja maar gij werkt voor iedereen!’ riep Slangen in mijn oor.
 Er weerklonk naast boosheid ook jaloezie  in zijn stem.
Ik had namelijk niet alleen mijn trouwe klanten  bij CD&V en N-VA van advies gediend, maar ook de MR, de PS, de SP.A, Ecolo, Groen! én Open VLD van goede raad voorzien.

 

 Vooral dat laatste stak natuurlijk bij de directeur communicatie van de Vlaamse Liberalen.  Niet in het minst omdat – dank zij mijn gespin  - Bart Somers eindelijk nog eens een goede beurt kon maken in De Zevende Dag: ‘Het heeft geen zin meer om terug te komen op wie nu de verantwoordelijke is van het mislukken van de gesprekken. Maar de verantwoordelijkheid ligt in elk geval niet bij de liberalen.’

Geef toe, als vondst kan dat tellen. Het enige probleem is dat de voorzitter van Open VLD een slechte acteur is en vaak ook de beste tekst door overacting de nek omwringt.

 

Kasteel Belvedere

 


Tevens had ik een bui van jongensachtige joligheid aan het Paleis gesuggereerd om Guy Verhofstadt in audiëntie te ontvangen, kwestie van wat verwarring te zaaien in het grote zwarte pietenspel dat sinds vrijdagavond laat aan de gang was in de Wetstraat en de omliggende televisiestudio’s, en niet in het minst bij dezelfde Open VLD, waar ze Verhofstadt eigenlijk al in stilte hadden begraven, evenwel zonder hem daarover te raadplegen. Maar dan kennen ze da joenk nog niet goed.

 

Ik was erbij, tijdens die audiëntie in kasteel Belvedere, en zonder de kroon te ontbloten kan ik u toch verklappen dat we goed hebben gelachen met de aangebrande moppen van de vorst over Filip  en Mathilde, dat we een prima sigaar hebben opgerookt en dat we een fles uitstekende wijn soldaat hebben gemaakt. Het was fijn om de vorst nog eens ontspannen bezig te zien. Want die mens krijgt het hard te verduren. Zeg nu zelf: eerst rijden de politici van oranjeblauw zichzelf hopeloos vast, om dan unisono te verklaren dat ze wachten op een initiatief van het staatshoofd. 'Quel Culot!'

 De koning zou veel liever van zijn welverdiende pensioen gaan genieten in het zuiden van Frankrijk, neem dat van mij aan, maar hij mag dat niet van dezelfde politici die hem nu opjagen.

 

Tim Pauwels op dreef

 

Maar terug naar mijn drukke bezigheden als zaakvoerder van Van Dievel Consulting.
Om te beginnen had ik zaterdagavond – voor de extra editie van Terzake – Tim Pauwels zodanig opgejut dat deze de meest wilde analyses van de politieke toestand begon te maken, waardoor niet alleen presentator Lieven Verstraete de wenkbrauwen hoog optrok, maar ook Jo Vandeurzen en Bart De Wever (die al niet op hun gemak zaten bij Kathleen Cools en ik druk mij voorzichtig uit) met open mond en verbijstering in hun ogen zaten te luisteren naar de doemscenario’s die de welbespraakte Tim Pauwels uit zijn hoge hoed toverde.

 

 Ook het idee om de professor politologie - van wie de naam mij nu even ontgaat – naast een flipchart te zetten  in zijn rustieke West-Vlaamse salon - en hem met een viltstift alle mogelijke en onmogelijke coalities te laten tekenen, ook dat idee was van mij.

 

Het is te vroeg

 


Voor Charles Michel van de MR had ik op een bierviltje dit ene zinnetje opgeschreven: ‘Het is nog te vroeg’.  En dat antwoordde deze minzame liberaal dan ook op alle vragen die hem werden gesteld, en niet alleen zaterdag in Terzake, maar ook zondag in de Zevende Dag en bij de RTBF aan de overkant van de taalgrens die de omroep in tweeën deelt.

 

Voor Caroline Gennez had ik ook een voltreffer bedacht: ‘Wij zijn een nederige partij want wij hebben de verkiezingen verloren.’
 Maar ook bij Gennez is er een levensgroot probleem van geloofwaardigheid. Uit heel haar lichaamstaal blijkt namelijk dat ze nog altijd nageniet van haar overwinning bij de voorzittersverkiezingen van de SP.A (tenzij ze op zondagmorgen nog van iets anders aan het nagenieten was wat buiten mijn competenties valt). Iemand zou haar daarop moeten wijzen. Persoonlijk bruuskeer ik mijn klanten niet graag.

 

Speelvogels


Enfin, ik handel dat gesprek met Noël Slangen redelijk sec af. Ik druk alle aanwezigen in de foyer van de VRT nog eens op het hart dat ze mij altijd mogen bellen als ze voldoende solvabel zijn en neem hartelijk afscheid. Vanuit het raam zie ik hoe Brabançonne een stok in de struiken van de VRT-tuinen gooit, hoe Alain Coninx daar achteraan rent, de stok met zijn tanden opraapt en hem voor de poten van Brabançonne deponeert. En opnieuw. En nog eens. Het zondagse pak van Alain is gescheurd en hij is een schoen kwijt. Ik heb de indruk dat de presentator het spelletje met de stok eigenlijk beu is, maar dat is buiten de waard – in casu mijn doberman gerekend. Weer vliegt de stok de bosjes in. Opnieuw hapt Brabançonne naar de kuiten van Coninx om hem aan te moedigen.

 

En nog meer jaloezie

 

 Ik zwaai eens vriendelijk naar de twee speelvogels en begeef mij naar onze fantastische crossmediale redactieruimte. De hoofdredactie heeft mij te verstaan gegeven dat er wat door jaloezie ingegeven klachten zijn over mijn dubbele taak , lees dat ik mijn werk voor de VRT enigszins  zou verwaarlozen, ook al dien ik met mijn bijverdienste het landsbelang. En dus zet ik mij op zondagmiddag  zonder morren aan mijn eigenlijke taak: het aanvullen van de snoepautomaten op de redactie.

 

 

 

Van Dievel Consulting (2)

 

 

Welkom in de Keien van de Wetstraat!

 

‘Met Van Dievel Consulting voor al uw problemen.’
‘Ligt uw hond aan de ketting?’
‘Jazeker meneer Vandeurzen’, antwoordde ik terwijl ik uit het raam kijkend de <em>push ups</em> van Brabançonne op het grasveld in stilte meetelde.
De voorzitter van CD&V klonk zenuwachtig aan de telefoon.
‘Wilt ge dan de poort komen openmaken, ik moet u dringend spreken.’
Ik kon een diepe zucht niet onderdrukken.
‘Iedereen wil mij altijd dringend spreken, meneer Vandeurzen.’
‘Allez toe!’

 

'Hij is bang voor uw doberman', zei Vandeurzen

 

Het klonk bijna als een smeekbede. En wie ben ik om de noodkreet van een wanhopige niet te willen aanhoren, ook al is hij de voorzitter van de Vlaamse christendemocraten en liberalen.
‘Allez dan, geef mij twee minuutjes en ik ben bij u.’
Ik floot Brabançonne – die inmiddels bezig was met touwtje springen – naar binnen, een bevel waar het brave huisdier maar node gevolg aan gaf, en begaf mij naar het sierlijke gietijzeren hek van mijn modeste villa in Kalmthout.

‘Komt uw woordvoerder niet mee naar binnen?’, vroeg ik terwijl ik arm in arm met de voorzitter naar mijn huis wandelde, want ik had nog net gezien hoe Peter Poulussen schichtig wegdook op de achterbank van de stationair draaiende  Volvo.
‘Hij is bang van uw doberman’, zei Jo Vandeurzen met een benepen stemmetje, ‘en als ik eerlijk mag zijn, ik eigenlijk ook. Een beetje.’
Op dat eigenste moment maakte Brabançonne hoffelijk de voordeur open voor  de voorname gast.

 

Draai het mes nog maar wat in de wonde

 

Tien minuten later was het ergste klappertanden bij de CD&;V-voorzitter over en kon hij de reden van zijn bezoek onder verstaanbare woorden brengen.
‘Ik ben gevraagd voor De Keien van de Wetstraat.’
‘Verleden week ook al, naar ik heb vernomen.’
‘Toen mocht ik niet komen van Leterme en van Schouppe.’
‘En wie zat er in uw plaats bij Kathleen Cools en Ivan De Vadder? Jos Geysels godbetert, een afvallige katholiek!’
‘Ja, draai het mes nog wat in de wonde.’
‘Maar deze week wilt u dus wel naar De Keien komen.’
’t Is te zeggen:  ik wil komen als ik van te voren weet wat ze mij gaan vragen.’
‘En wat heb ik daarmee te maken?’

 

Het werd stil in de bibliotheek

 


De voorzitter van CD&V slikte even, maar beet dan door.
‘Gij werkt toch bij de VRT als ge tijd hebt? Kunt gij , wilt gij, zoudt gij, euh, kunt gij mij de vragen niet bezorgen?’
Het werd stil in de bibliotheek. Men hoorde slechts het knetteren van het haardvuur en het gesabbel van Brabançonne op zijn, enfin, dat doet er niet toe.
‘Maar meneer Vandeurzen, dat is bedrijfsspionage!  Ik probeer mijn werk en mijn  bijverdienste zo goed mogelijk gescheiden te houden.’

 

De stem van de voorzitter trilde toen hij opnieuw het woord nam.
‘Met die De Vadder zit ik niet in, maar als die Kathleen Cools in mijn ogen kijkt, dan verlies ik altijd de draad van mijn betoog en dan begin ik te stotteren  en dan word ik rood en dan krijg ik daarna naar mijn voeten van Leterme en Schouppe.’
‘En van uw vrouw.’
‘Ha ge weet het!’
‘Dat is een probleem’, gaf ik grif toe.
‘Ha ge weet het’, zei Jo Vandeurzen ten tweede male.
‘Weet u wat’, zei ik, ‘ik zal mijn geweten raadplegen.’
‘Duurt dat lang bij u?’
‘Het is al voorbij.  Louter bij toeval ben ik in het bezit gekomen van de vragen die  ze bij de Keien voor u in petto hebben, ik zal ze u doormailen.’
Van pure vreugde viel de partijvoorzitter mij in de armen.

 


In het licht van de afnemende maan

 


Toen ik hem naar de poort van mijn domein vergezelde – in het licht van de afnemende maan – schraapte Jo Vandeurzen zijn keel.
‘Als dat voor u gelijk is', sprak hij aarzelend, 'wilt ge die vragen dan niet naar de partij doormailen, maar naar dit e-mailadres?’
En hij duwde mij een kaartje in de hand.
Kinkyjoe@hotmail.com kon ik met enige moeite ontcijferen.
Maar zelfs in het halve donker kon ik zien hoe de christendemocratische voorman bloosde tot onder zijn armen.
‘Dat is het e-mailadres dat ik gebruik als ik niet wil dat Schouppe mijn mails leest’.
‘Ik begrijp u.’
‘Dat is ook de schuilnaam die ik gebruik om te reageren op de blogs van Kathleen Cools. Maar ik word altijd gecensureerd. Weet gij wie zich daar mee bezig houdt?’

 


Zonder een antwoord af te wachten  en vooral zonder te kijken stapte Jo Vandeurzen in de klaarstaande Volvo. Brabançonne, met een chauffeurspet op zijn kop, gaf kwistig gas. Een halve seconde later viel Peter Poulussen – head down – uit de grote eik bij de poort. Een vermoeiende mens is dat, geloof mij vrij!

 

zie ook www.vrtnieuws.net

 

 

 

 

 

 

 

Van Dievel Consulting (1)

 

 

Van Dievel Consulting, uw huis van vertrouwen

 

Het is me nogal een week geweest in mijn modeste Kalmthoutse villa, die niet alleen mijn woonstede is maar ook de burelen huisvest van Van Dievel Consulting. De zaken gaan goed, ik wil het grif toegeven. Ik heb afgelopen week Marino Keulen van advies gediend over burgemeesterbenoemingen, ik heb een artikel van twee volle pagina's voor Karel De Gucht geschreven in De Standaard, ik heb  niet zonder moeite het volkslied in drie talen aangeleerd aan Helmut Lotti en ik heb een pro-Belgische betoging georganiseerd in Brussel. Maar het grootste genoegen heb ik toch geput uit mijn démarche met Bruno De Wever op Kanaal Z. Ik verklaar mij nader.

 

Bezoek, alweer bezoek

 

Op een avond rond negen uur, ik denk dat het woensdag was want Elio Di Rupo was net de deur uit en ik had juist de ramen tegen elkaar open gezet om de doordringende geur van<em> H pour Hommes</em> te verdrijven (mijn doberman Brabançonne was er kotsmisselijk van geworden, maar dit geheel terzijde), toen mijn gsm <em>Te Lourdes op de Bergen</em> begon te piepen. Het was Jo Vandeurzen.
'U wil een spoedadvies en u staat al aan mijn poort', waagde ik een gokje.
'Hoe weet gij dat?' vroeg de voorzitter van CD&amp;V in zijn zangerigste Limburgs.
'Kom maar binnen', zei ik en ik duwde op de knop voor de poort, 'maar pas op want mijn doberman loopt los.'

 

Die laatste boodschap had helaas de gezel van de voorzitter - woordvoerder Poulussen van CD&V  - niet bereikt, want toen ik mijn voordeur opentrok, haastte enkel Jo Vandeurzen zich  met gescheurde broekspijpen en ontvelde kuiten naar binnen. In het schijnsel van de tuinverlichting zag ik hoe Peter Poulussen over het grasveld werd achterna gezeten door een Brabançonne in opperbeste stemming. Brabançonne is mijn bijtgrage doberman, maar dat weet u inmiddels al wel.

Een aanvaardbare bocht

 

De voorzitter van CD&amp;V zag er slecht uit, nog niet zo slecht als formateur Leterme, maar het scheelde toch niet veel.
Hij liet zich in een zetel bij het vuur vallen, sloeg het aangeboden glas wijn af en verzocht om bier, en ik moest geen moeite doen, hij zou wel uit het flesje drinken.
Na drie flesjes witbier voelde Jo Vandeurzen zich voldoende ontspannen om zijn probleem uit de doeken te doen.
'Het zit zo', begon hij.
'U bent wanhopig op zoek naar een aanvaardbare bocht', onderbrak ik hem.
'Hoe weet gij dat?', vroeg de voorman uit Limburg voor de tweede keer die avond.
'Het land zit in een diepe crisis, u zit tussen hamer en aambeeld, u wordt heen en weer geslingerd tussen het radicale deel van uw achterban en uw kartelpartner enerzijds en uw zin voor staatsmanschap anderzijds', somde ik op, 'of vergis ik mij?'

 


Via de regenpijp

 

Door het raam zagen wij hoe Peter Poulussen via  het beklimmen van de regenpijp aan mijn doberman probeerde te ontkomen. We besloten er verder geen acht op te slaan.
'U zoekt een aanvaardbare bocht om een oranjeblauwe regering te kunnen vormen zonder staatshervorming.'
'Hoe weet gij dat?' wilde Jo Vandeurzen ten derde male zeggen maar hij bedacht zich tijdig en lurkte eens aan zijn vierde flesje witbier.
Ik kwam overeind om mijn statement meer kracht te geven.
'Ik zal u meer geven', verklaarde ik plechtig, 'ik zal u een bocht leveren om een regering mét staatshervorming te kunnen vormen.'
'Als gij dat kunt, betaal ik u dubbel.'
De voorzitter was lang niet overtuigd toen ik hem uitgeleide deed. De woordvoerder was in geen velden of wegen te bekennen. Brabançonne kauwde op iets wat opvingerkootjes leek.

 

De broer van Bart

 

Iedere familie heeft zo haar zwart schaap. Bij de Van Dievels ben ik dat, bij de De Wevers is dat Bruno. Hij is de enige met vast werk, om maar iets te zeggen. Hij is een intelligente flamingant, een combinatie die aan de Vlaamse rechterzijde niet altijd een voordeel is, wel integendeel. Wijlen  Hugo Schiltz had hem uitgekozen om zijn biografie te schrijven. Hij is prof aan de Gentse universiteit. Een vreemde vogel dus, maar wel met een stamboom om u tegen te zeggen. Een meneer in de Vlaamse beweging.

 

Twee dagen later zit Bruno de Wever dus tussen Veronique Goossens en Rik Van Cauwelaert op Kanaal Z doodgemoedereerd te vertellen dat de Vlaamse rand niet meer Vlaams is, dat die tachtig procent Franstalige inwoners moeilijk kunnen genegeerd worden, dat wij van het taboe van de morzel Vlaamse grond afmoeten en dat wij de rand kunnen gebruiken als pasmunt voor meer sociaal-economische bevoegdheden voor Vlaanderen. De professor zegt te weten dat de pek en de veren klaar staan, maar dat hij een academicus is en dus zijn kiezers niet naar de mond moet praten.  De mond van Van Cauwelaert en van Goossens valt open. Tijdens de aftiteling belt Van Cauwelaert al naar het persagentschap Belga om het nieuws zo ruim mogelijk te verspreiden.
Bingo.

De zoon van Louis

Nog twee dagen later in de Zevende Dag verklaart Charles Michel in zijn allerschattigste Nederlands dat de Franstaligen best ookwel wat taboes willen doorbreken, bijvoorbeeld de overheveling van de personenbelasting naar de deelstaten. Als we maar deftig met elkaar willen blijven praten,als de Vlamingen beloven om hun numerieke meerderheid niet meer uit te spelen, komt alles wel in orde. Ik vat het wat ruw samen maar daar komt het op neer.

 

Zaken zijn zaken, nietwaar

 

De aftiteling is nog aan het lopen of ik heb Jo Vandeurzen al aan de lijn.
'Hoe hebt gij dat in hemelsnaam geflikt? Ik voel dat we eruit gaan komen!'
Er klonk grote bewondering in zijn stem.
'Ervaring', antwoordde ik en ik probeerde de fiere toon in mijn eigen stem te temperen, 'beroepsernst, inzicht, analytisch vermogen, creativiteit, eerlijkheid, overtuigingskracht.'
'Wilt ge niet bij ons komen werken?' smeekte de partijvoorzitter, dan gooien wij Pol Van Den Driessche subiet buiten, want van die mens hebben wij nog niet veel geniet gehad, alleen veel horecarekeningen.'
Ik bedankte vriendelijk voor de eer. Ik herinnerde wel aan de belofte van dubbele betaling. Zaken zijn zaken, nietwaar.

'A propos', vroeg Jo Vandeurzen aan het eind van ons aangename gesprek, 'hebt gij Peter Poulussen daar nog gezien bij u?'

 

 zie ook www.vrtnieuws.net