Ik zou niet over Nand Buyl geschreven hebben, als ik hem niet gezien had op de première van 'De Pruimelaarstraat', een toneelstuk waarmee ik zijdelings iets te maken heb. Nand Buyl duwde de rolstoel waarin Paul Koeck zat de foyer van 't Arsenaal in Mechelen binnen. De schrijver Paul Koeck heeft jaren geleden een beroerte gehad. Het gaat nu beter met hem, maar het wordt nooit zoals voorheen.
Kaarsrecht liep Nand Buyl. Hij leek wat op een gigolo uit een oude stomme film, dacht ik toen, spontaan. En het volk in de foyer maakte plaats voor een van de grootste acteurs die Vlaanderen ooit heeft gekend. Ook zijn vrouw was erbij, Chris Lomme, die ook (en altijd) veel beziens had (heeft). Ze knikten mij vriendelijk toe, want iemand moet gezegd hebben dat ik de auteur van 'De Pruimelaarstraat ' was. Ik voelde mij zo vereerd.
Ik zag in het journaal dat hij in de eerste filmversie van 'De Witte' speelde. In 1934! En ik herinnerde mij hoe ik en mijn broers stiekem de trap afslopen en de deur van de woonkamer op een kier duwden, in de hoop een glimp van 'Schipper naast Mathilde' te kunnen opvangen, en hoe we door onze strenger vader opnieuw naar boven werden gestuurd. Kinderen moesten toen nog op tijd naar bed. Hà! Voor Keromar was ik al te groot, denk ik. Ik was van de generatie 'Johan en de Alverman', met die andere klasbak, de kleine Cassiers.
Maar als één herinnering zal bijblijven, dan is het die uit 't Arsenaal: de jas, de foulard, de (geverfde?) zwarte haren, de rechte rug, de fierheid. 'Hier ben ik, Nand Buyl, en kijk ook eens naar die schoonheid aan mijn zijde. 