woensdag 20 februari 2008

Van Dievel Consulting (17)

 

De Grote Witte Donderdag Show

 

‘U wilt dus mijn advies over de tafelschikking?’
Ik hoorde mijzelf verbaasd reageren op het verzoek dat mij aan de telefoon gedaan werd. Ik ben nochtans een en ander gewend geraakt sinds ik een half jaar geleden met Van Dievel Consulting gestart ben. Maar een mens is nooit te oud om nog iets bij te leren over de grenzen van de menselijke ijdelheid en hoe die te verschuiven.



Een historische reconstructie



'Ja of zijde doof soms?!
, antwoordde de immer beminnelijke Guy Verhofstadt.
De premier met de driedubbele agenda had mij zonet geschetst hoe hij van zijn afscheid als leider van het zootje ongeregeld Verhofstadt III een gebeurtenis wilde maken die later niet in de geschiedenisboeken zou mogen ontbreken. 
‘En dan trekken wij allemaal van die lange gewaden aan in de kleuren van ons partij en dan zitten wij samen aan tafel en wij eten met onze handen, gelijk in dienen tijd,’ had hij zijn exposé besloten.

‘U wilt dus het Laatste Avondmaal reconstrueren?’ vroeg ik toch maar voor alle zekerheid.
‘Allez! Wie is hier de consultant! Moet ik nu alles expliceren? Ik kan beter een factuur naar mijn eigen sturen, ik betaal ze toch niet.’
Ik deed alsof ik die laatste woorden niet gehoord had.



Witte donderdag



‘Ik geef mijn ontslag op den 20ste, dat is Witten Donderdag bij de katholieken, en wat gebeurde er op Witten Donderdag?’
‘Het Laatste Avondmaal’, kon ik niet anders dan antwoorden.
‘Voilà! En gij moet nu voor mij een tafelschikking uitwerken waardoor alle aandacht naar mij gaat, gelijk toen naar dienen Jezus. Maar toen bestond er nog genen televisie. Nu wel, en  ik heb alle zenders opgevorderd. Ik bel over een kwartierken terug.’


‘Dat zal niet gaan.’
'Wadde?!'
De Gentse propagandist van het verkavelingsvlaams was duidelijk niet gewend om tegen te worden gesproken.
‘Mijn eenmansbedrijf doet alleen zaken van aangezicht tot aangezicht’, sprak ik zacht maar vastberaden.
‘En gij peist daddekik mijnen kostbaren tijd ga verkwisten met naar uw kruipkot in de Kempen te rijden?!’
Ik duwde de telefoon uit.



Nog nooit had iemand mijn modeste villa in Kalmthout vergeleken met een Kempisch kruipkot.
Het volgende half uur zag ik niet minder dan veertig oproepen van  de premier op het schermpje van mijn gsm verschijnen, dewelke ik allemaal negeerde.



Helemaal opgefokt


Guy Verhofstadt  was dan ook helemaal opgefokt toen hij geëscorteerd door vier zwaantjes voor de fraaie gietijzeren toegangspoort tot mijn domein stond te claxonneren. Een van de zwaantjes probeerde hem diets te maken dat het forceren van de poort zou neerkomen op huisvredebreuk, maar de premier was niet voor rede vatbaar. Hij duwde zijn chauffeur opzij, zette zijn Audi  in achteruit en gaf vervolgens zo kwistig gas dat zijn wielen ervan gingen patineren en zijn escorte dekking moest zoeken voor de rondvliegende kluiten Kempengrond .


Bij zijn nekvel


Niet zoveel later sleepte mijn trouwe doberman Brabançonne de lelijk gekneusde   en bewusteloze eerste minister  bij zijn nekvel over het gazon, over de dorpel, door de gang, en deponeerde hem voor de open haard waarin een knapperend vuur brandde, aan mijn voeten. De garagist uit het dorp takelde de totaal verhakkelde Audi weg en de plaatselijke handswerkman schatte de kosten voor de reparatie van traliewerk en muren.
‘Luister’, zei ik, ‘dit heb ik voor u uitgedacht.’
En vermits de premier mij niet tegensprak, zette ik hem mijn idee van zijn politieke Laatste Avondmaal uiteen.

 


De judaskus




‘U zit uiteraard in het midden. Links van u zit Leterme die nog met een baxter wordt gevoed. Rechts van u zit Didier Reynders die u de judaskus zal toedienen. Tenzij u het andersom verkiest, natuurlijk. De rol van Petrus is voor Bartje Somers: voor de haan drie keer heeft gekraaid zal hij u driemaal verloochend hebben.’
Nog steeds leek Guy Verhofstadt stilzwijgend in te stemmen met mijn scenario.
Ik berispte Brabançonne die aan het bloed likte dat uit een wonde in zijn zijde vloeide.
‘Foei, vieze hond!’
Nog nasmakkend en verongelijkt zocht mijn doberman zijn mand op.



Nubische slaven



‘Achter u staan Peter Vandermeersch en Yves Desmet u vermomd als Nubische slaven koelte toe te waaien met palmbladeren. Jo Vandeurzen brengt het eten op tafel: gegrilde sardienen met veel look en wortelen. Joëlle Milquet doet als Maria Magdalena de voetwassing , Laurette Onkelinx speelt de rol van de wenende moeder en Bart De Wever tenslotte  loopt halfnaakt door het beeld met het bordje: ‘Heden geen vette vis.’  Het oog wil ook wat.’

Eindelijk waren de ziekenbroeders daar. Met Verhofstadt op de draagberrie haastten ze zich naar hun ambulance. Ik liep nog een eindje mee maar ik kon uit zijn gekreun  niet opmaken of ik zijn goedkeuring had voor de slotscène: de kruisiging.

 

copyright Louis van Dievel

donderdag 7 februari 2008

Van Dievel Consulting (16)

 

 

Geef me werk, werk, werk, 'k heb twee handen, 'k voel me sterk.




Lang geleden, het was in het begin van de jaren ’80, trok er een jongerenmars voor werk door Brussel. Het waren trieste tijden voor wie jong was. Werk was er amper te vinden, tenzij in nepstatuten. Ik was een gelukkig jongmens, want ik was na een eindeloos lang examen op de nieuwsdienst van de radio terecht gekomen, en ik was dus de dag van de betoging verslaggever in Brussel.

 

Sweet memories

 

Ik herinner me nog twee dingen van die zaterdag in april van 1982. Neen , drie eigenlijk, want ik was nog jarig ook.  Er werd flink gevochten aan het eind van de manifestatie voor werk, door gemaskerd tuig, en de hele mars door weerklonk het strijdlied dat Walter Grootaers voor de gelegenheid had gecomponeerd : ‘Geef me Werk’. En dat lied ging zo:



‘Ik ben jong en dat doet pijn,
nutteloos en leeg te zijn.
Nutteloos, dag en nacht,
lam gelegd in al mijn kracht.
Zeg me wie het onheil bracht,
wie heeft bovenaan de macht.

Refrein:

Geef me werk, werk, werk. ‘k Heb twee handen ‘k voel me sterk.’

 

 

Zij luisterden ademloos toe

 



Ik zong het lied zachtjes voor in de knusse bibliotheek van mijn modeste villa in Kalmthout, waar zoals steeds een knapperend haardvuur brandde. Parlementslieden van meerderheid en oppositie luisterden ademloos toe, vooral toen mijn doberman Brabançonne met zijn bariton de tweede stem inzette. Zij – de parlementsleden dus - waren met zoveel gekomen dat ik stoelen had moeten aan slepen en dan nog waren er die zich met hun rug tegen de muur op mijn zachte tapijten hadden neergevleid. Het kleine gevecht om een plaatsje in mijn  dure Chesterfieldzetels waren door dezelfde Brabançonne met een dreigend gegrom beslecht. Hijzelve had plaatsgenomen in de zetel die het dichtst bij het vuur stond.

 

Een backbencher van Open VLD



Maar om u een en ander beter te laten begrijpen, moet ik even terug gaan in de tijd. Ik kreeg van een backbencher van Open VLD  die anoniem wilde blijven maar die ooit werd genoemd als de nieuwe gouverneur van Oost-Vlaanderen (het werd tenslotte de spraakwaterval André Denys) een telefonische hartenkreet.
‘Mijnheer Van Dievel’, sprak hij mij beleefd maar met een van leed doorgroefde stem aan, ‘ik ben verkozene des volks maar ik schaam mij diep want ik heb geen ene flikker om handen.’

 


Dat van die ‘flikker’ ben ik niet helemaal zeker, het kan ook een ‘moer’ of een ‘donder’ geweest zijn, maar de boodschap was duidelijk: de goede man had niets om handen, en bovendien werd hij daar meer dan modaal voor betaald.
Tja, dacht ik, alweer zo’n gefrustreerde politicus die in de belangstelling wil komen.
‘Waarde verkozene des volk’, antwoordde ik daarentegen, ‘als u graag in de belangstelling komt , kunt u zich beter met een smeuïg verhaal wenden tot Het Laatste Nieuws of het moederblad van die krant, de Dag Allemaal.’

Mijn anonieme beller van Open VLD, woonachtig in Eeklo, barstte zowaar in tranen uit.

 

Politieke klaploperij



‘Maar ik meen het!’ kreet hij, ik schaam mij werkelijk diep voor mijn politieke klaploperij!’
Moeizaam kwam het eruit dat de partijbonzen van de meerderheid aan hun onderhorigen het consigne hadden gegeven om hun wetgevende en controlerende taken op ‘hold’ te zetten.
‘En u kunt zich niet met die rol verzoenen?’ , drong ik aan, want ik wilde zeker zijn van zijn oprechtheid.
‘Neen!’, riep hij veel te hard in mijn delicate oorschelp, ‘en ik sta niet alleen!’
Waarop hij wel een dozijn andere anonieme parlementsleden opsomde die zijn woede en verdriet en onmacht deelden.
‘Overtuig mij’, antwoordde ik veel minder luid, ‘en breng deze anonieme gelijkgezinden mee naar mijn modeste villa in Kalmthout, pas dan zal ik overtuigd zijn.’

 

Zij waren met velen




Ze waren niet met een dozijn. Ze waren met twee dozijn, uit Kamer en Senaat. Er was niemand bij van LDD, omdat die parlementaire nog met een leervergunning rijden. Er was ook niemand van het Belang bij, want die parlementairen staan sowieso altijd ‘on hold’, op hun fractieleiders na. Ze riepen door elkaar en ze spraken elkaar tegen en ze dronken al mijn flessen wijn en sterke drank uit, ze waren –kortom – geheel zichzelf. Maar hun verontwaardiging was niet gespeeld, hetgeen mij zeer verheugde, want meestal krijg ik hier lieden met twee of zelfs drie agenda’s over de vloer.

 

Een nieuwe mars



Om een lang verhaal kort te maken. Ik deed ze dus dat idee voor die mars voor werk aan de hand, zoals in 1982. Volgende maandag zult u een vreemde, kleine stoet door de Wetstraat zien trekken, van parlementairen die om werk schreeuwen. Ik hoop dat ik tegen die tijd dat plaatje van Walter Grootaers terug vind, voor in de geluidswagen.

 

copyright Van Dievel Consulting