woensdag 30 januari 2008

Van Dievel Consulting (15)

 

 

TV-Tieleman

 

Geachte heer Tieleman,

Ik maakte welhaast een sprongetje van blijdschap toen ik in de krant over uw plannen las om met een televisiezender voor vijftigplussers te beginnen. Vijftigplussers zijn een gat in de markt en ik kan het weten want ik ben er zelf een.

De bloemenwinkel van Lies

Volgens mij is het plan ontstaan op de receptie bij de opening van de bloemenwinkel van Lies Martens, waar veel bekende vijftigplussers (met uzelf en Van Rompaey als absolute sterren) bijeen waren en waar ook de televisie de nieuwbakken kleine zelfstandige een steuntje in de rug kwam geven. Terecht overigens.

 

Ik herinner mij nog levendig dat het televisiejournaal enkele jaren geleden een reportage uitzond over de opening van een winkel in duikersgerief, waaraan Helmut Lotti zijn naam had geleend. Er waren toen op de televisieredactie ook azijnpissers die dat als verdoken reclame bestempelden. Maar ik ben aan het afdwalen, een kwaaltje waaraan wel meer vijftigplussers lijden, ik moet u dat niet uitleggen.

 

Het zwarte gat

 

U moet weten dat ik mij wat zorgen maakte over u, toen u zo geheel onterecht uit het cultuurprogramma Sterren op het Ijs was gestemd. Ik had nochtans zoveel sms’jes verstuurd om u te steunen dat ik thuis ruzie kreeg over de rekening van Proximus. En toen ook dat toeristische magazine met Jan Leyers in de hoofdrol ten einde liep maar waarachter u de stille kracht was, zag ik al het gevreesde zwarte gat opdoemen. Maar zo zit u niet in elkaar! En ook uw kompaan Jan Van Rompaey niet, die ik helaas persoonlijk niet zo goed ken.

 

Een eigen televisiezender

 

Een eigen televisiezender! Het is iets waar ikzelf al jaren van droom maar wat allicht bij een droom zal blijven want ik ben niet ondernemend genoeg en zelfs een beetje lui. Als ik alle stukjes bij elkaar optel werk ik namelijk ook al 23 jaar bij de openbare omroep en dat stompt een mens wat af. U hebt dat meer dan eens verklaard toen er goedkope kritiek werd geuit op uw schaatsavontuur en u hebt overschot van gelijk. Mijn televisiezender zou enkel nieuws, porno en kolder uitzenden en Jo Leemans en Reddy De Mey zouden in al die programmaonderdelen een ankerrol spelen. Onhaalbaar, natuurlijk!

 

Citytrips

 

Uw idee is veel beter: ‘rustige televisie, niet flitsend, niet met kantelende camera’s.’ En gelukkig voegt u daar meteen aan toe dat ‘het geen oudemensentelevisie mag worden’, televisie dus voor uzelf en voor Jan Van Rompaey.
‘Het moet kwaliteit zijn. Geen goedkope shows.’, lees ik verder, en dat was alweer een pak van mijn hart.
‘Wij denken aan items over citytrips, over dingen die je moet doen voor je dood gaat, over beleggen en gezondheid.’
Laat dat nu precies de dingen zijn waarmee ik als vijftigplusser de hele dag en een stuk van de nacht bezig ben.

 

Een prima naam

 

Ik wil dan ook graag steunend lid worden van uw omroep en ik doe u graag de naam cadeau: TV-Tieleman. Een naam die energie uitstraalt, een naam die klinkt als een klok, een naam die het oor binnendringt, zich een weg door de buis van Eustachius baant en zich dan vasthaakt in de cortex of wat daar ook allemaal mag liggen, ik zal het eens opzoeken bij Seniorennet. Dus geen grappen of woordspelingen met de voornaam Jan alstublieft, want die hebben we jarenlang bij de VRT moeten verduren.

 

Een origineel format

 

Ik ben bovendien zo vrij om een format voor te stellen dat geheid een televisiehit wordt en uw marktaandeel en dus ook uw inkomsten met sprongen zal doen stijgen. Bij mijn weten is het een origineel idee en ik heb het dan ook meteen bij Sabam gedeponeerd: ‘Een vrouw voor Dirk’. Over de prijs valt te praten.

Vriendelijke groet,

Louis van Dievel (1953)

maandag 28 januari 2008

Van Dievel Consulting (14)

 

 

(deze blog verschijnt pas overmorgen op www.deredactie.be)

 

Wie wil er voorzitter worden van Open VLD?!

 

‘Waarom schrijft gij nu dat ik met een Toyota Starlet rijd?! Vindt gij dat grappig soms?! Ik rijd in een dikke Mercedes, gelijk iedereen die belangrijk is.’’
De huidige voorzitter van Open VLD  was blijkbaar niet opgezet met zijn kortstondige verblijf in mijn kruiwagen, onder een dikke laag organische tuinmest.

 

Dat was nochtans de enige manier geweest om Bart Somers heelhuids in mijn modeste villa te Kalmthout binnen te smokkelen, terwijl Brabançonne, mijn geliefde en door sommigen gevreesde doberman, de persboer van de voorzitter achterna zat, een afleidingsmanoeuvre waartoe die jongeman – Tom Ongena genaamd - zich maar node had geleend. Vroeger gingen woordvoerders door een vuur voor hun voorzitter, maar het is dus niet meer gelijk vroeger.

 

Een deken om zijn mollige lijfje

 


Enfin, om een lang verhaal kort te maken: nadat ik Bart Somers met mijn hogedrukreiniger enigszins toonbaar had gemaakt, zat hij met een deken om zijn mollige lijfje gewikkeld met een glas wijn in een van mijn dure Chesterfieldzetels  slecht gehumeurd te wezen.
‘Wat kan ik voor u doen, heer voorzitter’, sprak ik hem niettegenstaande zijn verongelijkte gelaatsuitdrukking aimabel toe.
‘Ge weet natuurlijk dat ik mijzelf wil opvolgen als voorzitter van Open VLD’.
‘Ik ken persoonlijk geen geschikter voorzitter dan de man die hier voor mij zit’, fleemde ik een weinig om hem op zijn gemak te stellen.
‘Gij hebt wel mensenkennis’, gaf Bart Somers wat onwillig toe.
Buiten probeerde de woordvoerder mijn doberman te kalmeren door hem voor te lezen uit de nog te verschijnen erotische memoires van Karel Poma, zonder succes evenwel, Brabançonne is meer van het romantische type.

 

Ongevaarlijke tegenkandidaten

 


‘Maar eigenlijk’, kwam Bart Somers terzake, ‘ben ik op zoek naar ongevaarlijke tegenkandidaten.’
‘Mijnheer Somers’, antwoordde ik enigszins verbaasd, ‘het wemelt bij iedere VLD-verkiezing toch van de dorpsfiguren die eens op tv willen komen en daarna overstappen naar de Lijst Dedecker!’
‘Ge verstaat mij niet’, zei Somers korzelig, ‘ik bedoel tegenkandidaten die al eens door Linda De Win zijn geïnterviewd in Villa Politica en die politiek toch uitgerangeerd zijn.’
‘U wilt dus eigenlijk dat ik wat losers overtuig om het tegen u op te nemen?’
‘Voilà.’


Ik hoefde niet lang na te denken over geschikte kandidaten met meer ego dan verstand.
‘Wat had u gedacht van Rik Daems en Patrick Van Krunkelsven?’
‘Als ge die zo zot kunt krijgen, zou dat perfect zijn.’
‘Maar moet er geen vrouw bij de tegenkandidaten zijn?’, dacht ik luidop.
‘Dat zou goed zijn. Als het Maggie De Block maar niet is.’
De voorzitter lachte met zijn eigen grapje.
‘Ik had eerder Hilde Vautmans in gedachten.’
Bij het horen van die naam werd de liberale voorzitter lijkbleek.

 

Een jonge, hippe, volbloedliberale


‘Gij zijt zot zeker!’, bracht hij met enige moeite uit, ‘breng Vautmans vooral niet op gedachten.’
‘Jamaar, heer Somers’, verdedigde ik het naar mijn mening heel redelijke voorstel, ‘Hilde Vautmans is jong, hip, een volbloed liberale bovendien, en als ze ergens voor gaat dan geeft ze zich voor 100 %.’
‘Juist daarom, kieken!, sprak de huidige voorzitter van Open VLD mij weinig vriendelijk toe, ‘ik wil alleen maar losers als tegenkandidaat, en gij moet er enkel maar voor zorgen dat de Rik en de Krunkel  het tegen mij willen opnemen.’
‘De klant is koning’, zei ik enigszins gelaten.
‘Allez, ik moet nog naar Brussel, hoe kom ik hier buiten zonder dat uw zwarte monster mij opvreet?’

 

En Noël Slangen dan?


Tien minuten later snuffelde Brabançonne wantrouwig aan de kruiwagen met organische tuinmest die ik naar de poort van mijn domein reed. Als bij wonder liet hij zich foppen door mijn kleine list. Brabançonne moet wat verkouden zijn, ik zal hem neusdruppels geven.
‘Waar is mijn woordvoerder?’, vloekte Somers terwijl hij het stinkende tuinmest van zich afsloeg en zich in zijn kleine maatpak hees.
Ik wees naar de schouw van mijn modeste villa, waarop Tom Ongena zich in veiligheid had kunnen brengen.
‘À propos, heer Somers’, vroeg ik hem bij het afscheid, ‘waarom komt u eigenlijk naar Van Dievel Consulting voor advies? U hebt toch een spindoctor in huis, de onvolprezen Noël Slangen?’
‘Juist daarom’, antwoordde de voorzitter van Open VLD bars en liet zijn chauffeur kwistig gas geven.

 

copyright Louis van Dievel


 

 

 

 

 

donderdag 24 januari 2008

Van Dievel Consulting (13)

 

 

 

Op naar vervroegde verkiezingen!

 

De dagen beginnen zoetjesaan te lengen, ook in het afgelegen dorp Kalmthout. Ik keek in de late namiddag door het raam van mijn modeste villa naar het van regen glimmende grasperk, waarop Brabançonne duchtig in de weer was met een bus vlooienpoeder en een ijzeren borstel. Een souvenir van zijn escapade met de Duitse scheper van Filip Dewinter. Hij mag al blij zijn dat het bij vlooien is gebleven, heb ik hem streng en vermanend toegesproken. Deemoedig boog mijn fraaie pikzwarte doberman de expressieve kop.

 

 

Een ministeriële limousine – een BMW - was het fraaie gietijzeren hek van mijn woonst annex kantoor genaderd en liet een meerstemmig getoeter weerklinken, het soort  irritante geluid dat volgwagens in de Vlaamse wielerklassiekers plegen te produceren.  Ik liet de bewakingscamera’s inzoomen en herkende op de achterbank het wat verkrampte gelaat van Yves Leterme, minister van Allerlei maar vooral van Begroting en Institutionele Hervormingen. Onder Guy Verhofstadt, laten we dat vooral niet onvermeld laten.

 

Een irritante claxon

 

Andermaal liet de limousine zijn snerpende TARA TARARA TITITA weerklinken. Brabançonne, die al even delicate gehoorwegen als zijn baasje heeft, sprong als een razende hond  op tegen het hek, Duitse vlooien in het rond strooiend. Ik voelde ergernis in mij opwellen. Vroeger – toen alles beter was – stonden christendemocratische ministers niet ongeduldig te wezen aan de deur van politieke consulenten van twijfelachtig allooi. Gelukkig kon ik deze ongemakkelijke gedachte vrij makkelijk verdringen. ‘Erst kommt das Fressen, und dann die Moral’, nietwaar.

 

Een dreigende doberman

 

‘Welkom, heer Leterme, wat een genoegen u onaangekondigd te mogen treffen aan mijn modeste woonst, treed toch binnen. ‘Ik had de poort geopend. Brabançonne was op de motorkap van de BMW gesprongen en toonde een indrukwekkende rij goedverzorgde tanden aan de inzittenden, de chauffeur en de minister dus. Leterme liet het autoraampje 4 centimeter zakken. ‘Ge denkt toch niet dat ik mij door dat monster van u ga laten opvreten! Ge denkt zeker dat ik uw blog niet lees? Ik wil met eigen ogen zien dat ge die hond aan een dikke ketting legt, eerder kom ik niet uit deze auto.’

 

Een compromis

We bereikten uiteindelijk een compromis. Ik nestelde mij op de achterbank, naast Leterme. In de verte verbeterde de chauffeur enkele Belgische records op de halve fond, met Brabançonne op zijn hielen en aan zijn broek.
‘Welk nieuws, heer Leterme?’ vroeg ik om het ijs te breken.
‘Alles gaat goed. Beter dan verwacht eigenlijk. Ik voel mij goed in mijn vel. De zaken gaan vooruit. Ik doe wat de mensen van mij verwachten.’
Het leek verdacht veel op een afgedreund lesje.
‘En waarom komt u dan helemaal van Brussel naar hier, heer Leterme?’
Op het al verkrampte gezicht van de minister begonnen zich allerlei zenuwtics te vormen. Ik kreeg zowaar compassie.

‘Ik sta nergens’, bekende hij hortend en stotend en met een vors in zijn keel, ‘de begroting rammelt, het hongerige volk mort en de staatshervorming zit muurvast. En niemand houdt van mij!’

 

Een amper gebruikte zakdoek

 

Ik leende de christendemocratische voorman mijn amper gebruikte zakdoek, die hij gebruikte om zijn tranen te vegen en eens goed te snuiten.
‘Schaam u niet om uw emoties’, sprak ik hem bemoedigend toe, ‘het maakt van u een mens van vlees en bloed.’
Leterme knikte dankbaar.
‘En als u om goede raad verlegen zit, dan zal ik u die geven.’
Verwachtingsvol keek hij mij aan. Op de autoradio klonk energieke Heavy Metal muziek. Het was radio1.
‘Het heeft geen zin om met Pasen de regering Leterme I te laten aantreden’, sprak ik ernstig, ‘u gaat daar met lege handen staan.’
‘Begin er niet aan’, vervolgde ik dwingend, ‘u kunt zich geen derde fiasco permitteren.’
‘Maar de mensen…’, sputterde Leterme tegen.

‘De mensen, heer Leterme’, onderbrak ik hem, ‘de mensen die ik ontmoet begrijpen nog altijd niet waarom hun geluk zou afhangen van een staatshervorming, de mensen willen hun koopkracht en hun spaarcenten behouden en hun pensioen redden.’

‘Maar het kartel…’

 

Een Pyrrusoverwinning

 

Andermaal onderbrak ik de minister van Institutionele Hervormingen.
‘Het kartel heeft u een Pyrrusoverwinning opgeleverd en verder niets dan miserie, voor uzelf, voor uw partij en voor het land.’
‘Is er nog een oplossing?’, vroeg de lijkbleke politicus zachtjes.
‘Vervroegde verkiezingen’
Koudweg liet ik het verboden woord vallen.
‘Vervroegde verkiezingen op 18 mei en zonder kartel. De kiezer zal u dankbaar zijn en u zult uw coalitiepartner – blauw of rood – zelf kunnen uitkiezen.’

Met open mond hoorde de minister mij aan.

 

Een perfecte datum

 

‘Achttien mei is de perfecte datum: het lange Pinksterweekend en de communiefeesten zijn achter de rug en de blok en de examens moeten nog beginnen. Gunstiger kan bijna niet.’

Ik schudde Leterme krachtig de hand en nam zonder woorden afscheid. Zijn chauffeur en mijn doberman waren in geen velden of wegen te bekennen. Terwijl ik de poort sloot, zag ik hoe Leterme onhandig naar de zetel van de bestuurder klom, de BMW startte en tegen hoge snelheid bijna in botsing kwam met de Toyota Starlet van Bart Somers, mijn volgende afspraak.

 

copyright Louis van Dievel

 

maandag 14 januari 2008

Van Dievel Consulting (12)

(deze blog daarentegen, staat nog niet op www.deredactie.be , ik denk dat ik 'm er pas donderdag opzet.)

 

De ene betoging is de andere niet.

 

Vroeg of laat moest het natuurlijk gebeuren. Een mens bouwt een zekere reputatie op in de wondere wereld van de consulting, en dan komt daar ongewenst volk op af. Het was maandag. Ik had andermaal Bettina Geysen te gast in mijn gezellige bibliotheek. Het haardvuur knapperde, de indirecte verlichting verhulde de stofnesten aan het plafond,  Brabançonne snurkte behaaglijk na het verorberen van de doos likeurpralines die Geysen als cadeau had meegebracht.  Ze had een pruilmondje – de nieuwe voorzitter van Spirit  - omdat ze een dure weddenschap had verloren.

 

Dubbel honorarium

 

Ik had namelijk voor een dubbel honorarium gewed dat de actie hoofddoek  haar niet alleen airplay in het Journaal zou opleveren maar ook een invitatie voor Phara.
‘Ik weet echt niet of Spirit dat wel kan betalen’, stribbelde ze nog tegen.
‘Aimé zal wel bijpassen als het nodig is’, suste ik haar.

Plots weerklonk vanuit de hondenmand een dof en dreigend gegrom. Ondanks de overdosis aan alcoholische bonbons waren de zintuigen van Brabançonne, mijn trouwe Doberman, nog niet helemaal afgestompt. Zijn nekharen kwamen overeind. Enigszins moeizaam – het dient gezegd – legde hij zijn voorpoten op de vensterbank en toonde zijn blikkerende tanden. 
‘Het zal een kat zijn’, stelde ik Bettina Geysen gerust.

 

Een heuse betoging

 


Maar toen ik een blik wierp op de monitor van mijn bewakingscamera’s, moest ik toch even slikken.
Voor de sierlijke gietijzeren poort van mijn modeste villa in Kalmthout had zich immers een heuse betoging van het Vlaams Belang gevormd. Ik zoomde in en las op een spandoek: ‘Geysen prostituée van de islam!’ Bovendien zag ik tot mijn ontzetting dat enkele individuen met afgeschoren hoofdhaar en combatshoes poogden om over de muur van mijn domein te klimmen. Vastberaden liep ik naar buiten, ontrolde de slang van mijn hogedrukreiniger  en spoot het gajes opnieuw naar de andere wereld, de buitenwereld dus.

 

Ik floot op Brabançonne, maar die stond gras te eten in een poging om zich van de opspelende likeurpralines in zijn maag te ontdoen. Dus stapte ik alleen en onvervaard op de poort van mijn domein toe, waar voorman Filip Dewinter stond te grijnzen te midden van zijn kornuiten. Aan de leiband hield hij een  Duitse herder kort; het dier bleek naar de vreemde naam Multikulti te luisteren.

 

Bettina kaalscheren

 

‘Mijnheer Van Dievel’, sprak de kopman van Vlaams Belang mij toch enigszins beleefd aan, ‘wij eisen dat gij ons Bettina Geysen uitlevert, zodat wij haar kunnen kaalscheren.’
‘Wie gaat u daarvoor meebrengen’, wilde ik daar al stoer tegenin brengen, toen een tweede manifestatie oprukte in de pittoreske dreef die naar mijn modeste villa leidt. Het was er verdorie nog één van Vlaams Belang, deze keer aangevoerd door de valse blonde Marie Rose Morel. Ook haar aanhangers droegen een spandoek met zich mee.

 

Belachelijke trees!

 


 ‘Geysen belachelijke trees!’ , las ik, en hoe ik ook die woorden woog en wikte, een politieke boodschap kon ik daaruit niet distilleren. Ook Morel hield een hond aan de leiband, een vaalgele pitbull terriër, die naar de nog vreemdere naam ‘Voorzitter voor het leven’ bleek te luisteren.
Al even vreemd was de begroeting die de twee groepen betogers voor elkaar in petto hadden.
‘Hé voze trut, wat komt ge hier doen, dat is hier ons betoging!, riep Dewinter in de richting van Morel.
‘Gij onderkruiper, gij intrigant! Er is hier niks van u!’, sneerde Morel terug. Ze trok een van haar fuck-me-botjes uit en duwde die dreigend onder de neus van Dewinter.

 

Een gevecht in regel

 


En ik weet niet wie er het eerst begon, de honden of de voormannen (M/V), maar al gauw ontstond er voor mijn poort een gevecht in regel tussen de rivaliserende fracties, een treffen waarbij er voorwaar niet op een slag onder de gordel werd gekeken.
Brabançonne, die inmiddels opnieuw bij zijn positieven was gekomen, stond aan mijn zijde en keek verbaasd omhoog naar mij, zijn baasje. Wij hadden al veel meegemaakt, samen, maar dit, neen dit was ongezien. Al gauw vormde zich op de wijze van Asterix en Obelix een onontwarbaar kluwen van vechtende lijven, waaruit af en toe het hoofd van Dewinter dan wel  Morel kwam piepen.

 

Een teefje

 


Ik besloot dat het welletje was geweest, opende de poort en liet Brabançonne op de strijdende partijen los. Het gekerm en gegil dat toen opsteeg had nog maar weinig menselijks. Ik stopte mijn vingers in mijn oren en liep terug naar mijn woning, om de doodsbange Bettina Geysen te kalmeren.
Toen ik haar een goed uur later uitgeleide deed, herinnerden  enkel nog  verspreide kledingstukken,  Stahlhelmen, protheses en mineure lichaamsdelen in kleine plasjes bloed en een halve pitbull terriër aan het treffen dat hier had plaats gevonden.
Uit de rododendrons weerklonk het janken van de Duitse scheper van Filip Dewinter en het bronstige gekef van Brabançonne. Multikulti was een teefje.

 

copyright Louis van Dievel

 

 

 

 

Van Dievel Consulting (11)

(deze blog dateert al van kort na nieuwjaar, ik was vergeten van 'm op mijn eigen site te zetten. :-) )

 

Een nieuw verbond!

 

De terreurdreiging kan niet ernstig genoeg worden genomen, verzekerde ons de minister van Binnenlandse Zaken in diverse betrouwbare media. Daarom, en ook wel omdat ik op last van mijn boekhouder nog snel wat fiscaal aftrekbare kosten moest maken, heb ik aan de fraaie gietijzeren poort van mijn modeste villa in Kalmthout bewakingscamera’s laten plaatsen. En op mijn bureau – alwaar ik mijn facturen uitschrijf – kan ik via een splitscreen iedere beweging rondom mijn domein volgen.

 

Bewegende struiken

 

Ik kan u verzekeren dat het speeltje snel gaat vervelen als de enige tekenen van leven van een egel, een eekhoorn en een konijn met myxomatose moeten komen. Groot was dus mijn verbazing toen ik op tweede nieuwjaarsdag twee bewegende struiken op mijn monitors bemerkte. Nog groter werd mijn verbazing toen een van die twee omvangrijke struiken aanbelde.

‘Met Van Dievel Consulting voor al uw problemen’, sprak ik behoedzaam in de parlofoon.
‘Met Jean-Marie’, zei een bevelende stem met een licht Oostends accent, ‘doe rap de poort open.’
Nu is Jean-Marie ook de naam van mijn tuinman en die heeft een sleutel van de poort.
‘Draai uw gezicht naar de camera en steek uw armen omhoog!’
Zo stond het in de handleiding voor terreurbestrijding bladzijde 14: ‘Wat te doen met verdachte sujetten aan de poort.’
‘Wij zijn hier incognito , kieken!’ antwoordde de stem die inmiddels enige irritatie verraadde, ‘niemand mag weten dat we hier zijn.’
‘Heer Dedecker!’, riep ik verheugd uit, ‘en wie is uw anonieme gezel.’
‘’t Is den Bart hier’, boog ook de andere struik zich naar de parlofoon.

 

Hondensnoepjes

 

Een kwartier later hadden beide heren zich van hun camouflagepak ontdaan en hadden zij hun massieve billen neergevlijd in de vervaarlijk krakende fauteuils van mijn knusse bibliotheek. Het houtvuur brandde knapperend als vanouds. Mijn doberman Brabançonne liet zich – voorlopig althans – paaien met de grote zak hondensnoepjes die Jan-Marie Dedecker en Bart De Wever voorzichtigheidshalve hadden meegebracht.

 

Een nieuw kartel

 

‘Vertel mij het goede nieuws , heren’, sprak ik toen de wijn was uitgeschonken, u hebt zich al verzoend, heb ik her en der gelezen, wat is de volgende stap.’
‘Een nieuw Vlaams kartel’, sprak Bart De Wever plechtig, de N-VA gaat de CD&V dumpen en een alliantie aangaan met de Lijst van mijn vriend hier, de Lijst Dedecker.’
Jean-Marie Dedecker knikte bevestigend. Ik voelde dat ik getuige was van een historisch moment in de Vlaamse geschiedenis.
‘Wij gaan’, zo sprak de kopman van de Lijst Dedecker, ‘ met ons nieuw kartel de CD&V halveren, de Open VLD decimeren, de SP.A ambeteren en Het Vlaams Belang extermineren.’
Dat was duidelijke taal.

 

Een nieuw verbond

 

‘En wat verwacht u van mij, heren?’ vroeg ik nadat ik een heildronk op het vermetele plan had uitgebracht.
‘Wij zoeken een nieuwe naam.’
Ik verzonk in een diep gepeins. Het werd stil in mijn bibliotheek. Men hoorde slechts het knetteren van de vlammen en het gesmak van Brabançonne die inmiddels de zak met hondensnoepjes soldaat had gemaakt.
‘Heren’, zei ik, ‘ om te beginnen stel ik voor om niet meer van een kartel te spreken. Dit plan is groots en verdient een dito benaming. Wat had u gedacht van ‘een nieuw verbond’?
De monden van Dedecker en De Wever vielen open van verbazing bij zoveel genialiteit van mijnentwege.

 

Een nieuwe naam

 

‘En dan de naam’, vervolgde ik. ‘Ik vermoed dat de merknaam Dedecker prominent aanwezig moet zijn?’
‘Ge moogt gerust zijn’, gromde de Dedecker.
‘Ik zou voorstellen’, ging ik verder en ik richtte mij tot Bart De Wever, ‘ om ook uw merknaam volop uit te spelen, al was het maar om aan te tonen dat u de baas bent van de N-VA en niet Bourgeois of Brepoels.’
‘Dat zou mij een groot plezier doen’, beaamde Bart De Wever.
‘Goed’, besloot ik, ‘dan stel ik voor dat het nieuwe verbond zal luisteren naar de naam ‘LIJST DE WEKKER’.

 

Te overmoedig

 

Mijn twee dure Chesterfields waren rijp voor het groot vuil toen Dedecker en De Wever juichend opsprongen en zich vervolgens met hun volle gewicht in het zitmeubel lieten terugvallen. Ik maakte discreet een notitie voor de factuur.

Enfin, er werd nog menige fles soldaat gemaakt om de nieuwe Lijst De Wekker te fêteren. En dat alcohol overmoedig maakt, werd nog maar eens bewezen toen mijn twee gasten Brabançonne achter zijn oren en op zijn buik wilden aaien, iets waarop mijn huisdier – in tegenstelling tot andere honden - absoluut niet gesteld is. Met de afstandsbediening van de camera’s kon ik haarscherp volgen hoe beide politici ijselijke kreten slakend over mijn grasveld renden en er – toen Brabançonne het spelletje beu was - in slaagden om met achterlating van boven- en onderkleding en enkele mineure lichaamsdelen alsnog te ontkomen.

 

Bettina Geysen

 

Net wilde ik mijn computer aanzetten om het hoofdartikel van De Standaard te schrijven, toen mijn oog viel op de Porsche die voor mijn poort geparkeerd stond. Ik zoomde in en las op de zijkant van de fraaie sportwagen de merkwaardige tekst ‘Haal mij uit de index.’ Aan het stuur herkende ik Bettina Geysen. Ze stapte gracieus uit en duwde op de bel. Toen ik haar van harte welkom heette had ik reeds een nieuwe naam voor haar minipartij in gedachten : Goedele, electoraal succes verzekerd!

 

(de namen Lijst De Wekker en Goedele zijn © Van Dievel consulting)