Van Dievel Consulting (10)
De zoektocht naar een voorzitter
(ik was zinnens om tijdens de kerstvakantie mijn politiek-satirische blog te laten rusten, maar ik ik kon het toch niet laten :-) )
Het was Kerstdag en in mijn modeste villa in Kalmthout was alles peis en vree. Ik stond voor het raam en keek vertederd naar twee eekhoorns die elkaar achternazaten in de dennenbomen. Mijn doberman Brabançonne kloof (van het werkwoord kluiven) vergenoegd op het reuzebot dat ik als kerstcadeau ontvreemd had uit het natuurhistorisch museum te Brussel.
Toen piepte – voor het eerst in drie dagen! – mijn gsm zijn wijsje, een uptempo versie van het Belgische volkslied.
Een anonieme beller
‘Met Van Dievel Consulting voor al uw problemen, van welke aard dan ook.’
Sinds het aantreden van Verhofstadt III ligt mijn handel nagenoeg stil en probeer ik wat te diversifiëren.
‘Ik zou graag anoniem blijven’, zei een zangerige stem.
‘Dag meneer Vandeurzen,’ antwoordde ik verheugd, ‘proficiat met uw promotie tot minister van Justitie, wat kan ik voor u doen?’
‘******!’, sprak Jo Vandeurzen, ‘ en ik spreek nochtans door mijn zakdoek om niet herkend te worden, gelijk ze dat doen in de Vlaamse films.’
Wat wilde de voormalige voorzitter van mij?
Koortsachtig werkte mijn brein. Wat zou de voormalige CD&V-voorzitter van mij wensen? Had hij misschien nood aan een bekwame kabinetschef? Iemand die staat voor normen en waarden, zoals meester Walter Van Steenbrugge bijvoorbeeld, of Jef Vermassen. De voormalige CD&V-voorzitter had evenwel een heel ander verzoek.
‘Ge weet dat wij Schouppe tijdelijk voorzitter van ons partij hebben gemaakt, maar…
‘Die vervelende kerel!’
Het was eruit voor ik er erg in had.
‘Ha ge weet het’, vervolgde Jo Vandeurzen tot mijn opluchting, ‘maar we konden niet anders. Maar na Pasen zijn er echte voorzittersverkiezingen, en wij zouden willen dat gij binnen de partij op zoek gaat naar een valabele tegenkandidaat.’
Ik wilde eigenlijk vragen wie met ‘wij’ bedoeld werd, maar ik besloot wijselijk om niet te peilen naar de diepere achtergronden van dit verzoek en integendeel te informeren naar de betalingsmodaliteiten.
‘Geen probleem’, zei Vandeurzen, ‘ik heb op Justitie een budget voor informanten!’.
Een nieuwbakken senator
Ik gloeide nog na van tevredenheid over mijn nieuwe opdracht toen mijn gsm andermaal piepte. Het was – zo las ik op de display – Pol Van Den Driessche, de nieuwbakken senator.’
‘Met Van Dievel Consulting voor al uw amoureuze problemen’, meldde ik mij toepasselijk aan.
‘Ha, Lowie! Zeg kom de poort van uw villa eens openmaken, ik sta hier te koukleumen!’
Net wilde ik een diepe zucht slaken toen een geniale inval mijn deel was.
De kleuren van Cercle
Ik klakte eens met mijn tong en begaf mij met een vrolijk opspringende en zenuwachtig keffende Brabançonne naar de poort van mijn domein. Het was inmiddels beginnen schemeren. Pol Van Den Driessche – getooid met een meterslange groenwitte sjaal van Le Cercle Brugeois – stond ongeduldig aan de spijlen van het hek te rammelen. Net op tijd trok hij zijn slanke vingers terug of ze zouden tussen de blikkerende tanden van mijn doberman zijn achtergebleven. Enfin, een kwartier later zat Pol Van Den Driessche in ondergoed bij het knapperende haardvuur in de bibliotheek. Brabançonne schikte de overblijfselen van zijn kakbruine kostuum zorgvuldig in zijn hondenmand.
Een nuttige bezigheid
‘Lowie,’ sprak hij mij andermaal familiaar aan’, ik heb een probleem. Ik ben nu wel senator en verzekerd van een goede broodwinning, maar ik weet ***** niet wat ik daar in dat oudemannengesticht kan uitrichten om mij nuttig te maken. Hebt ge geen goede raad voor mij? Onder vrienden hé! Ge moet daarvoor geen factuur maken, ik betaal u wel eens een pint of twee.’
Andermaal wilde ik een diepe zucht slaken, maar ik vermande mij.
‘Senator’, zeide ik want ik spreek mijn klanten nooit bij de voornaam aan, ‘ik geloof niet dat ze bij CD&V op uw mening over ethische en morele kwesties zitten te wachten.’
Glunderend als een biggetje beaamde de senator het gezegde.
‘En van economie hebt u geloof ik niet veel verstand.’
Andermaal had ik juist geraden.
‘En om de belangen van Brugge en zijn achterland te behartigen, hebben ze u geloof ik ook niet nodig.’
Ten derde male had ik spijkers met koppen geslagen.
‘Senator’, zei ik na een ingestudeerde pauze, ‘ het is volstrekt onrendabel voor uw carrière om de komende jaren als backbencher te slijten en alleen in de cafés de interessante en de plezante uit te hangen.’
Ook hiermee kon de senator instemmen.
Een groter plan
‘U hebt een groter plan nodig. Na Pasen zoekt uw partij een nieuwe voorzitter. Volgens mij bent u de geknipte kandidaat. De partij kan een oude krokodil als Schouppe missen als de pest. CD&V heeft een frisse, jonge, dynamische, charmante, aantrekkelijke, verleidelijke, bevlogen, welbespraakte leidersfiguur nodig!’
Terwijl ik al zijn kwaliteiten opsomde, zag ik senator Van Den Driessche letterlijk voor mijn ogen groeien.
‘Als ik eenmaal voorzitter ben, ‘ sprak hij bij het afscheid, ‘ zal ik u niet vergeten, ge moogt er gerust van zijn.’
‘Senator, beschouw het als een vriendendienst’, wuifde ik de loze belofte weg.
Terwijl Senator Van Den Driessche poogde om met behoud van zijn ondergoed de poort van mijn domein te bereiken, belde ik het nummer van Jo Vandeurzen.
‘Excellentie’, zei ik, ‘ uw probleem is zo goed als opgelost.’
copyright Louis van Dievel
‘