donderdag 27 december 2007

Van Dievel Consulting (10)

 

 

De zoektocht naar een voorzitter

 

(ik was zinnens om  tijdens de kerstvakantie mijn politiek-satirische blog te laten rusten, maar ik ik kon het toch niet laten :-) )

 

Het was Kerstdag en in mijn modeste villa in Kalmthout was alles peis en vree. Ik stond voor het raam en keek vertederd naar twee eekhoorns die elkaar achternazaten in de dennenbomen. Mijn doberman Brabançonne kloof (van het werkwoord kluiven) vergenoegd op het reuzebot dat ik als kerstcadeau ontvreemd had uit het natuurhistorisch museum te Brussel.
Toen piepte –  voor het eerst in drie dagen! – mijn gsm zijn wijsje,  een uptempo versie van het Belgische volkslied.

 

Een anonieme beller

 


‘Met Van Dievel Consulting voor al uw problemen, van welke aard dan ook.’
Sinds het aantreden van Verhofstadt III ligt mijn handel nagenoeg stil en probeer ik wat te diversifiëren.
‘Ik zou graag anoniem blijven’, zei een zangerige stem.
‘Dag meneer Vandeurzen,’ antwoordde ik verheugd, ‘proficiat met uw promotie tot minister van Justitie, wat kan ik voor u doen?’
‘******!’, sprak Jo Vandeurzen, ‘ en ik spreek nochtans door mijn zakdoek om niet herkend te worden, gelijk ze dat doen in de Vlaamse films.’

 

Wat wilde de voormalige voorzitter van mij?

 


Koortsachtig werkte mijn brein. Wat zou de voormalige CD&V-voorzitter van mij wensen? Had hij misschien nood aan een bekwame kabinetschef?  Iemand die staat voor normen en waarden, zoals meester Walter Van Steenbrugge bijvoorbeeld,  of Jef Vermassen. De voormalige CD&V-voorzitter had evenwel een heel ander verzoek.
‘Ge weet dat wij Schouppe tijdelijk voorzitter van ons partij hebben gemaakt, maar…
‘Die vervelende kerel!’
Het was eruit voor ik er erg in had.
‘Ha ge weet het’, vervolgde Jo Vandeurzen tot mijn  opluchting, ‘maar we konden niet anders. Maar na Pasen zijn er echte voorzittersverkiezingen, en wij zouden willen dat gij binnen de partij op zoek gaat naar een valabele tegenkandidaat.’

 


Ik wilde eigenlijk vragen wie met ‘wij’ bedoeld werd, maar ik besloot wijselijk om niet te peilen naar de diepere achtergronden van dit verzoek en integendeel  te informeren naar de betalingsmodaliteiten.
‘Geen probleem’, zei Vandeurzen, ‘ik heb op Justitie een budget voor informanten!’.

 

Een nieuwbakken senator

 


Ik gloeide nog na van tevredenheid over mijn nieuwe opdracht toen mijn gsm andermaal piepte. Het was – zo las ik op de display – Pol Van Den Driessche, de nieuwbakken senator.’
‘Met Van Dievel Consulting voor al uw amoureuze problemen’, meldde ik mij toepasselijk aan.
‘Ha, Lowie! Zeg kom de poort van uw villa eens openmaken, ik sta hier te koukleumen!’
Net wilde ik een diepe zucht slaken toen een geniale inval mijn deel was.

 

De kleuren van Cercle

 


Ik klakte eens met mijn tong en begaf mij met een vrolijk opspringende en zenuwachtig keffende Brabançonne naar de poort van mijn domein. Het was inmiddels beginnen schemeren. Pol Van Den Driessche – getooid met een meterslange groenwitte sjaal van Le Cercle Brugeois – stond ongeduldig aan de spijlen van het hek te rammelen. Net op tijd trok hij zijn slanke vingers terug of ze zouden tussen de blikkerende tanden van mijn doberman zijn achtergebleven. Enfin, een kwartier later zat Pol Van Den Driessche in ondergoed bij het knapperende  haardvuur in de bibliotheek. Brabançonne schikte de overblijfselen van zijn kakbruine kostuum zorgvuldig in zijn hondenmand.

 

Een nuttige bezigheid

 


‘Lowie,’ sprak hij mij andermaal familiaar aan’, ik heb een probleem. Ik ben nu wel senator en verzekerd van een goede broodwinning, maar ik weet ***** niet wat ik daar in dat oudemannengesticht kan uitrichten om mij nuttig te maken. Hebt ge geen goede raad voor mij? Onder vrienden hé! Ge moet daarvoor geen factuur maken, ik betaal u wel eens een pint of twee.’
Andermaal wilde ik een diepe zucht slaken, maar ik vermande mij.

 


‘Senator’, zeide ik want ik spreek mijn klanten nooit bij de voornaam aan, ‘ik geloof niet dat ze bij CD&V op uw mening over ethische en morele kwesties zitten te wachten.’
Glunderend als een biggetje beaamde de senator het gezegde.
‘En van economie hebt u geloof ik niet veel verstand.’
Andermaal had ik juist geraden.
‘En om de belangen van Brugge en zijn achterland te behartigen, hebben ze u geloof ik ook niet nodig.’
Ten derde male had ik spijkers met koppen geslagen.
‘Senator’, zei ik na een ingestudeerde pauze, ‘ het is volstrekt onrendabel voor uw carrière om de komende jaren als backbencher te slijten en alleen in de cafés de interessante en de plezante uit te hangen.’
Ook hiermee kon de senator instemmen.

 

Een groter plan

 


‘U hebt een groter plan nodig. Na Pasen zoekt uw partij een nieuwe voorzitter. Volgens mij bent u de geknipte kandidaat. De partij kan een oude krokodil als Schouppe missen als de pest. CD&V heeft een frisse, jonge, dynamische, charmante, aantrekkelijke, verleidelijke, bevlogen, welbespraakte leidersfiguur nodig!’
Terwijl ik al zijn kwaliteiten opsomde, zag ik senator Van Den Driessche letterlijk voor mijn ogen groeien.

 


‘Als ik eenmaal voorzitter ben, ‘ sprak hij bij het afscheid,  ‘ zal ik u niet vergeten, ge moogt er gerust van zijn.’
‘Senator, beschouw het als een vriendendienst’, wuifde ik de loze  belofte weg.
Terwijl Senator Van Den Driessche poogde om met behoud van zijn ondergoed de poort van mijn domein te bereiken, belde ik het nummer van Jo Vandeurzen.
‘Excellentie’, zei ik, ‘ uw probleem is zo goed als opgelost.’

 

copyright Louis van Dievel
 

 

 

 

donderdag 20 december 2007

Van Dievel Consulting (9)

 

   (ik schrijf deze 'satirische kijk' op de politieke actualiteit ongeveer twee keer per week; de blog verschijnt min of meer gelijktijdig op vrtnieuws.net)

 

Een kerstfeest in mineur

 

 

 Als burger van dit land kan ik natuurlijk niet anders dan tevreden zijn met de noodregering die straks de eed aflegt (hout vasthouden!) , maar voor mijn nering – Van Dievel Consulting voor al uw politieke problemen – is Verhofstadt III geen cadeau. Bien au contraire!
 

De hele woensdag heb ik in mijn modeste villa in Kalmthout met mijn duimen zitten draaien, wachtend op een desperaat telefoontje of een wanhopige bezoeker. Nougatbollen! Zoals wij hier in de Kempen plegen te zeggen.

 

Mijn arme doberman

 

Mijn doberman Brabançonne begreep het al helemaal niet. Ik geloof dat hij een halve dag verwachtingsvol heeft staan kwispelen bij de sierlijke smeedijzeren poort van mijn domein. Maar er kwam niemand langs, behalve de postbode en de melkboer, en die hoeden er zich al lang voor om ook maar één stap te dicht bij mijn poort te zetten.

 

 In de namiddag verviel Brabançonne in volstrekte lethargie. Hij liet zelfs zijn eten staan en kauwde verstrooid en met grote droefenis in zijn hondenogen op wat souvenirs van het bezoek dat hier de afgelopen maanden gepasseerd is: het Italiaanse  kostuum van Verhofstadt, de bretellen van Vandeurzen, de fel oranje dildo van Elio Di Rupo, de kuisheidsgordel van de kroonprins, de kat* van Joëlle Milquet. Ikzelve had er mij – zij het met grote tegenzin – al bij neergelegd om dan toch eens een dag bij de VRT in Brussel te gaan slijten, waar mijn eigenlijke emplooi ligt.

 

Dan toch een telefoontje

 
De duisternis was alreeds gevallen toen mijn gsm dan toch het Belgische volkslied piepte. Het was Bart De Wever, de voorzitter van de N-VA. Zijn stem klonk schor als schuurpapier en dodelijk vermoeid.
‘Wat denkt gij, Louis, hebben ze ons erin geluisd of hebben ze ons liggen gehad?’

Het was de allereerste keer dat de Vlaams-nationalistische voorman mij tutoyeerde. ‘Heer De Wever’, sprak ik met warme en troostende stem, ‘ik geef nooit advies per telefoon, is het moeilijk voor u om naar Kalmthout te reizen? Er brandt hier een knapperend houtvuur.’

 

Feind hört mit!

 

‘Dat is bijzonder moeilijk’, sprak de voorzitter van N-VA, ‘want eigenlijk zijn wij hier in ons partijhoofdkwartier in permanente staat van vergadering.’
‘Helaba met wie belt gij daar?’ hoorde ik plots iemand op de achtergrond roepen, ‘ik doe hier wel de crisiscommunicatie hé!.  Ik herkende de stem van Geert Bourgeois.
‘Ik moet neerleggen’, fluisterde Bart De Wever in paniek, ‘ik probeer straks terug te bellen. Het is hier ferm ambras!’

Maar er kwam geen nieuw telefoontje van Bart De Wever. Spijtig, want ik had willen vragen of de N-VA nu al dan niet die noodregering Verhofstadt III steunt. En of die vette vis dan in de pan ligt. En of de kartelpartner van CD&V een tweederde meerderheid denkt te vinden voor de tijdelijke veelpartijenconstructie.

 

Kardinaal Danneels

 
De enige die op die vermaledijde woensdag nog belde was kardinaal Danneels, wiens naam en nummer op bovennatuurlijke wijze in het geheugen van mijn gsm terecht waren gekomen.
Normaal geef ik geen adviezen in religieuze zaken, maar gezien de omstandigheden, besloot ik de oproep toch maar te beantwoorden.
‘Met Van Dievel consulting, ook voor geloofsproblemen.’
‘Beminde gelovige’, begon de kardinaal zalvend.

‘Wilt u terzake komen, monseigneur’, onderbrak ik hem, ‘ik heb het nogal druk.’Ik had nooit mogen vermelden dat ik op zondag al eens naar de hoogmis ga, samen met Rik Torfs overigens.

 

Een invitatie voor De Keien van de Wetstraat

 

‘Het zit zo’, sprak de kardinaal weifelend, ‘ik ben uitgenodigd voor De Keien van de Wetstraat.’
‘En u wilde graag van tevoren de vragen  kennen’, onderbrak ik Danneels ten tweede male.
‘Gij zijt wel vlug van begrip, mijn zoon’, gaf mijn correspondent toe, ‘tevens zou ik graag vernemen hoe ik mij kan wapenen tegen de blikken van Kathleen Cools.’
‘Monseigneur’, vroeg ik na een diepe, diepe zucht, ‘ gelooft u nog in het bestaan van de duivel?’
‘Jjjja’, antwoordde de kardinaal aarzelend, beducht voor een strikvraag, ‘maar ik ben niet bang voor de duivel.’
‘Dan kan Kathleen Cools nooit een probleem zijn’, zei ik en ik duwde op de rode ‘uit’ knop van mijn gsm.
Brabançonne en ik hebben een lange nachtelijke wandeling in de heide gemaakt, dat was alweer lang geleden.
 
 
 
 

* Bij de marine op zeilschepen werden vroeger lijfstraffen gegeven tot de eerste helft van de 19e eeuw. Iemand die iets ernstig had gedaan aan boord, o.a. diefstal, een lichte vorm van muiterij, of vechten, werd door de kapitein en/of officieren veroordeeld tot 10, 20 à meerdere zweepslagen, naargelang de ernst van de misdaad. Dit was de "kat met de negen staarten". De zweep had negen strengen met geknoopte uiteinden. Iedereen aan boord moest met de order, ‘Alle hens aan dek’, aanwezig zijn om de geseling bij te wonen. De veroordeelde werd aan een houten grating of het touwwant gebonden en zijn bovenlichaam ontbloot. Met tromgeroffel van de marinesoldaten, werd de spanning erin gehouden. Dan knikte de kapitein aan de bootsman dat hij zijn "werk" moest doen. Het aantal slagen werd geteld. Daarna werd de gevonniste van het want gehaald en onderdeks gebracht, waar zijn bebloedde gestriemde rug door de chirurgijn werd verzorgd. Dit was een waarschuwing voor iedereen aan boord.

 

copyright Louis van Dievel

maandag 17 december 2007

Van Dievel Consulting (8)

(een keer of twee in de week schrijf ik een 'satirische' blog over de politieke actualiteit; de blog verschijnt ongeveer gelijktijdig op www.vrtnieuws.net)

 

Minister van Staat en Burggraaf

 

Het was zondagochtend, een uur of tien. Ik had net besloten om voor een keer de dag des Heren te eren en de hoogmis bij te wonen, toen de rode telefoon indringend begon te rinkelen. Dat was merkwaardig, want ik kon mij niet herinneren dat ik zo’n ding in huis had gehaald. Ik nam op en stelde mij mij hoffelijk voor als zijnde:
‘Van Dievel Consulting voor al uw politieke problemen.’

 

Wat vindt ge van die rode telefoon?

 

‘Het is hier Kurt Deboeuf’, zei een mij onbekende stem aan de andere kant van de lijn, ‘ik ben de woordvoerder van de premier-informateur-arrangeur. Wat vindt ge van die rode telefoon? Die heb ik bij u laten installeren voor als we u direct nodig hebben.’
‘Aangenaam’, antwoordde ik op lichtelijk geïrriteerde toon, want ik heb niet graag a) dat er zonder mijn medeweten telefoons worden geïnstalleerd , b) dat woordvoerders mij familiaar aanspreken en c) dat zij er van uit gaan dat ze zomaar beslag kunnen leggen op mijn kostbare tijd.
‘De premier-formateur-arrangeur heeft wat vragen voor u opgeschreven’, ging de woordvoerder op onverstoorbare yuppietoon voort, ‘ik zal die voorlezen en dan moet gij die cito presto beantwoorden, oké?’

 

Met bevende stem

 

‘Mijnheer’, zei ik en mijn stem beefde echt wel een beetje van verontwaardiging, ‘ik doe geen zaken aan de telefoon en ik doe ook geen zaken met woordvoerders. Als uw opdrachtgever – van wie u nog niet eens de naam hebt vernoemd – mij nodig heeft, moet hij mij zelf bellen en een afspraak maken. Maar nu moet ik naar de hoogmis en daarna blijf ik nog een uurtje biljarten in het Gildenhuis. Dus, laten we zeggen rond twee uur?’
En ik legde neer.
Geen minuut later rinkelde de rode telefoon opnieuw.
’t Is Guy hier.’
‘Ik herken uw stem’, antwoordde ik om het ijs te breken.

 

‘Zeg, ge denkt toch niet dat ik mijn tijd ga verliezen met op zondag naar Kalmthout te rijden voor wat flutadviezen?’
‘Optimism is a moral duty’, zeide ik in de hoorn en maakte aanstalten om deze opnieuw neer te leggen.
‘Wacht, wacht! ‘ riep Guy Verhofstadt alsof hij mijn intentie geraden had, ‘ik zal om twee uur bij u aan de poort staan. Past dat?’
Zijn toon klonk helemaal anders nu.
‘Oké’, zei ik, ‘ik zal intussen over uw problemen nadenken.’
‘Maar ik heb helemaal geen problemen’, hoorde ik de Gentse politicus nog tegenpruttelen, maar dat was net voor ik de hoorn in de haak legde.

 

Biljarten in het Gildenhuis

 

Ik stapte met Brabançonne aan mijn zijde naar de dorpskerk en knielde neer op mijn gereserveerde stoel. Brabançonne nam zijn plaats in bij het kerkkoor. Hij zingt bij de bassen. Na afloop van de hoogmis speelden wij een potje biljarten. Brabançonne won, zoals gewoonlijk.
Toen wij na een genoeglijke wandeling het smeedijzeren hek naderden dat mijn modeste villa in Kalmthout afsluit van de opdringerige buitenwereld, stond daar alreeds een dure en vervuilende luxewagen met draaiende motor op ons te wachten, met Verhofstadt aan het stuur. Het nekhaar van Brabançonne kwam overeind en hij liet zijn tanden zien.

 

Maak die poort eens open, dan rijd ik binnen!, riep Verhofstadt mij door het halfopen raampje toe. Zijn ogen waren op Brabançonne gericht.
‘Geen auto’s op mijn domein, helaas. Stapt u rustig uit dan toon ik u mijn eigendom. Of bent u bang voor Brabançonne?’
‘Gemoeniepeizendaddekikbangbenvandienenhond’, sprak de premier met een bibberend stemmetje. En hij stak een bevende hand uit om mijn doberman te aaien.

 

Bij het knapperende haardvuur

 

Enfin, een halfuurtje later zaten Guy Verhofstadt en ik bij het knappende haardvuur. De premier had een indrukwekkend verband om zijn rechterhand en was gekleed in de werkkleren waarin ik meestal hout hak. Tevreden kauwde Brabançonne op flarden van een duur Italiaans maatpak.
‘Ik ben zo goed als rond met mijn informatie-opdracht’, probeerde de premier, ‘maar misschien hebt ge nog wel een nuttige suggestie.’
Ik liet een lange stilte.
‘Enfin’, gaf de liberale voorman tenslotte toe, ‘ik kan uw hulp wel gebruiken.’

 

‘U zit lelijk in nesten’, gooide ik als kei in de bekende kikkerpoel, ‘u kunt het zich niet permitteren om als een gieter af te gaan – want daar zitten er velen op te wachten - maar alle openingen die u meende te kunnen maken zijn door de tot elkaar veroordeelde coalitiepartners vakkundig dichtgemetseld, en niet in het minst door Open VLD.
Guy Verhofstadt kon bij het horen van de naam van zijn eigen partij een vloek niet onderdrukken.

 

Een tripartite noodregering

 

‘En toch’, vervolgde ik, ‘is een tripartite noodregering de enige weg die overblijft.’
‘Maar’, zei ik met stemverheffing opdat de premier-informateur-arrangeur de ernst van mijn woorden zou vatten, ‘ maak u geen illusie, veel eer zal daar niet mee te behalen zijn. Die regering zal een krabbenmand gelijk zijn, wat zeg ik, een slangenkuil. Daarom raad ik u dit aan: sta het premierschap van die noodregering af aan Didier Reynders. Laat hem zijn nek nu maar uitsteken. Het lachen zal hem snel vergaan. Hij zal blij zijn als hij tegen Pasen ’s lands roer aan Yves Leterme kan overdragen.’

Guy Verhofstadt had aandachtig geluisterd. Een wonder op zich! Hij had wat tijd nodig om de boodschap te verwerken. Ik zag zijn adamsappel op en neer gaan, zoveel ineens moest er geslikt worden.
‘Kan ik een borrel krijgen?’

 

Als mijn factuur maar betaald wordt

 

De zaak was beklonken. Het land was gered, en de eer van de liberale voorman ook.
Sinds zondag 16 december mag ik mij een intimus van de premier noemen. Maar of ik nog voor Kerstmis minister van Staat word, zoals hij mij na de zesde borrel in het vooruitzicht stelde, en Brabançonne burggraaf, dat wil ik nog wel zien. Als mijn factuur betaald wordt, zal ik al content zijn.

 

(copyright Louis van Dievel)

 

woensdag 12 december 2007

Van Dievel Consulting (7)

 

 

(deze koldereske blog over de politieke actualiteit verschijnt min of meer gelijktijdig op www.vrtnieuws.net, maar vandaag eerst hier  :-) )

 

Een welbestede werkdag

(Woensdag 12 december 07)

 

Om half negen al stond er iemand te toeteren aan de sierlijke smeedijzeren poort van mijn modeste villa in Kalmthout. Ik was nog in pyjama en ook mijn doberman had zijn tanden nog niet gepoetst.
Mijn gsm begon te piepen. Geheim nummer!
‘Met Van Dievel Consulting.’
‘Allo, allo, ’t is hier Filiep, ik ben wat vroeger.’
Haastig sloeg ik mijn goudkleurige kamerjas om en repte mij op zilveren muiltjes naar buiten om de poort te openen voor de prinselijke monovolume , uitgerust met wel vijf kinderzitjes en versierd met het wapen van de Belgische monarchie. Achter de eik, de beuk en de kastanje bij de poort stonden opvallend onopvallend kortgeknipte heren geposteerd, bij wie er een draad uit de oren groeide.

 

 Brabançonne zat ongegeneerd kopjes te geven

 

‘Ik zou graag een verstandige uitspraak doen over de formatie’, sprak de prins, eenmaal gezeten in mijn bibliotheek waar gezien het vroege uur nog geen knapperend haardvuur brandde, ‘oewat raadt u mij aan?’ . Die flemer van een Brabançonne zat ongegeneerd kopjes te geven aan de gedoodverfde troonopvolger.
De avond tevoren had Ypersele de Strihou, de kabinetschef van de koning mij al gebeld met het niet eens vriendelijke en dringende verzoek om de prins vooral uit zijn hoofd te praten  wat hij in gedachten had. Ik antwoordde hem onomwonden dat er van het paleis nog een factuur openstond en dat ik een kleine zelfstandige in bijberoep ben, en dus in de regel geen klanten weiger.

 

Een vaderlandslievend liedje

 
‘Monseigneur’, zei ik, ‘u bent bij de juiste man terecht gekomen.’
‘Hebt u dan een idee?’ vroeg de prins verheugd.
Brabançonne was inmiddels overgegaan tot het likken van de hand en de manchetknopen van de hoge bezoeker.
‘U moet een plaatje maken, u moet een vaderlandslievend liedje opnemen,’, zei ik, ‘dat heeft nog nooit iemand gedaan in uw familie.’
‘Ik hou heel veel van liedjes!’ riep de prins enthousiast uit, ‘en ik kan heel mooi zingen!’.
‘Luister aandachtig, monseigneur.’

Een halfuurtje later zongen wij samen van ‘België, België, schoonste land op de wereldbol, België, België, ik hou van je en je maakt me dol.’
Mijn doberman nam de backing vocals voor zijn rekening.  De afspraak met de platenfirma was gauw gemaakt. Wie wil er nu geen Kersthit?!
‘Ik ben u zeer dankbaar’, sprak de prins ontroerd bij het afscheid, ‘en stuur de factuur maar naar ons Mathild want zij houdt de kas bij. ‘

 

 Het hart van Yves Leterme

 

Nauwelijks was de prins vertrokken, of Elio Di Rupo maakte reeds zijn opwachting. Ik was nog steeds niet behoorlijk aangekleed maar dat was ook voor Elio geen bezwaar. Inmiddels had ik wel de open haard aan de praat gekregen, dat brengt  altijd wat sfeer in de donkere dagen voor Kerstmis.
‘Hoe kan ik het hart veroveren van Yves Leterme?’
Toen ik mijn wenkbrauwen verbaasd optrok, haastte de PS-voorzitter zich om te expliceren dat ik dat niet te letterlijk moest opnemen. Brabançonne, die allergisch is voor doordringende parfums, had zich in de keuken teruggetrokken.

 
‘Ik zat verleden week met hem te dineren in Hotel Montgomery op de Tervurenlaan’, kloeg Di Rupo, ‘en toen ik een hand op zijn hand legde om hem van mijn goede bedoelingen te overtuigen, trok hij de zijne weg alsof hij gestoken was door een oeweps.’
‘On aurait cru que l’amour masculine n’existe pas en Flandre’, voegde hij er zachtjes en droef aan toe.
‘Koop u een koersbroek en een koersfiets’, adviseerde ik de rode voorzitter, en beklim samen met hem de Koppenberg en de Kemmelberg. Dan komt het wel goed tussen u en Yves.’
Ook de PS-voorzitter overlaadde met dankwoorden en stopte mij een grote envelop in de handen.
‘Zwart geld’, knipoogde Di Rupo, ‘maar ik weet niet meer juist uit oewelke gemeentekas.’

 

Een plas in de rododendrons

 

En zo was het de hele dag een komen en gaan van formateurs en eerste-ministers in spe. Het was al pikkedonker.
Ik had net de eerder genoemde Yves Leterme uitgeleide gedaan (ik geef ook cursussen in zelfbeheersing) en ik stond tevreden  in de rododendrons te plassen, toen de nekharen van Brabançonne overeind gingen staan en een dreigend gegrom diep uit zijn keel opsteeg.
Nauwelijks enkele meters verder zagen wij hoe een donkere gestalte vloekend en steunend over de muur van mijn domein klauterde en zich naar beneden liet vallen.
‘Go!’ zei ik en meer woorden had Brabançonne niet nodig. Een weinig later sleepte hij de immer vloekende en protesterende indringer tot voor mijn voeten. Het was Vande Lanotte.
‘Mijnheer Vande Lanotte’, zei ik ferm terwijl ik met mijn zaklantaarn in zijn ogen scheen, ‘wat is dat hier voor een brutaliteit?! U hebt 1) geen afspraak en 2) uw voorzitster heeft het contract met mijn eenmansvennootschap Van Dievel Consulting pas vorige vrijdag opgezegd.’

 

Het land heeft de socialisten nodig


‘Luister toch niet naar die bees ‘, antwoordde de West-Vlaamse socialistenleider brutaal, ‘het land heeft de socialisten nodig, ook de Vlaamse socialisten. Wij moeten mee in de regering en ik  moet minister van Begroting worden, enfin, of van een ander belangrijk ministerie, het kan me eigenlijk niet  schelen, als we er maar bij kunnen zijn.’
In het felle licht van de zaklamp was de gewezen voorzitter nog lelijker dan in het echt.
‘En zeg tegen uw zwart monster hier dat hij mijn been moet loslaten!’

 
Dat had hij niet mogen zeggen. De ogen van Brabançonne begonnen dreigend te flikkeren. Hij liet het been van Vande Lanotte inderdaad los. Maar toen die met veel moeite overeind was gekomen, vloog hij hem naar de keel. Om hem bang te maken, meer niet hoor.
Ik ben weer naar binnen gegaan want het was beginnen vriezen. Met mijn rug naar het haardvuur volgde ik door het raam de pogingen van Vande Lanotte om zich over de muur in veiligheid te brengen. Wist u dat hij nog van die ouderwetse grote witte onderbroeken draagt?  

 

copyright Louis van Dievel

 

 

 

 

dinsdag 11 december 2007

Van Dievel Consulting (6)

 

 (deze ironische of satirische of wat dan ook blog verschijnt eveneens en ongeveer gelijktijdig op www.vrtnieuws.net)

 

Les Brigades Joëlle Milquet



11 / 12 / 2007

In de afgelopen dagen zaten mijn vrouw en ik bijna letterlijk aan de radio gekluisterd, niet zozeer omwille van de politieke toestand, dan wel om vooral niets te missen van het weerbericht en meer in het bijzonder van de waterstanden op de rivieren bezuiden Samber en Maas.

Op diverse televisiejournaals hadden wij namelijk beelden gezien van gezwollen Waalse rivieren die buiten hun oevers traden. En wat nog erger was: beelden van campings die ontruimd werden wegens overstromingsgevaar.

Onze camping in Durbuy

Alleen over de Ourthe in Durbuy, en meer bepaald over camping L’Oasis aldaar, kwamen wij niets te weten. En hoe vaak wij ook het nummer van de Nederlandse uitbater van onze camping belden, nooit kregen wij antwoord. Zelfs geen boodschap via een antwoordapparaat.

Nu moet u weten dat wij – en nog vele andere Vlamingen -daar in Durbuy al jaar en dag onze vakanties passeren in een solide, goed uitgeruste en op typisch Vlaamse wijze versierde stacaravan. Maar stond onze caravan er nog wel? En zo ja, in welke staat was ons huisje op blokken?

Toen de twijfel onze nachtrust en bijgevolg ook ons humeur begon te bederven, besloten mijn vrouw en ik eerder dan gepland de reis naar Durbuy te ondernemen. Normaal zouden wij pas met de Kerst en met de kleinkinderen enkele dagen in Durbuy verblijven, tenminste voor zover de politieke toestand het zou toelaten.

Langs een grote omweg

Om controleposten en douanerechten aan de taalgrens te ontlopen reden wij naar Durbuy over Wuustwezel, Herentals, Lommel, Maaseik, Maastricht en Verviers, en van daaruit over nog kleinere wegen via Remouchamps, Aywaille en Ferrières naar onze eindbestemming. Het was dan ook al lang donker toen wij in onze Mazda het kampeerterrein opreden. Nu is er in deze periode altijd al weinig leven in l’ Oasis, maar nog nooit was het zo doods.

In het licht van de koplampen zagen wij overal vuilnis liggen, maar wij waren zo moe dat we er verder geen acht op sloegen. Onze caravan stond er nog, dat was het belangrijkste. En al stond het peil van de Ourthe hoger dan ooit, er was nog geen overstromingsgevaar. Minder dan half uur later lagen wij al onder de echtelijke donsdeken en sliepen de slaap der onschuldigen.

Een achterbuurt van Pristina in Kosovo

Maar hoe pijnlijk was het ontwaken!
Toen ik mij – nog in ongewassen toestand en in trainingspak – op het opstapje van onze stacaravan wilde uitrekken, zag ik pas hoe verloederd onze camping erbij lag. Het leek wel een achterbuurt van Pristina in Kosovo en dat wil al iets zeggen. Overal lag vuilnis, dat had ik al gezegd, de speeltuigen van de speeltuin waren vakkundig gesloopt, de deuren van het sanitaire blok hingen uit hun hengsels. Ik zag zelfs een dikke Waalse rat over het terrein lopen!

Aan bijna alle caravans hing een bordje met het opschrift A vendre. En van de anders zo gesoigneerde stacaravan van de Van Hoecks, onze naaste geburen, restte nog slechts een zwartgeblakerd karkas. Mijn vrouw sliep nog, gelukkig maar, ze heeft al zo’n zwak hart.

Pas op voor de Brigades!


Omdat ik beweging had gezien aan de receptie, besloot ik in de toestand zoals ik was om uitleg te gaan vragen. Toen hij mij zag naderen, wilde Jaap – de Nederlandse exploitant van l’Oasis zich schielijk uit de voeten maken, maar hij struikelde over een uitlaat die blijkbaar van een auto was gevallen.
Ik hielp hem overeind en eiste explicaties. Schichtig en angstig keek hij om zich heen.
‘De Brigades!’ fluisterde hij, ‘pas op voor de Brigades!’ En weg was hij.
Maar wat raaskalde die man toch?

Ik besefte pas de ernst van zijn waarschuwing toen ik naar onze caravan terugkeerde en op een troep haveloze en al beschonken Waalse lieden stuitte, die gewapend waren met knuppels en ijzeren staven en die een vlag met zich meedroegen waarop het markante hoofd van Joëlle Milquet was afgebeeld.
‘Vive la Belgique!’ riep ik spontaan maar zo gemakkelijk kwam ik er niet vanaf.
‘C’est toi le sale flamin qui est arrivé hier soir sans payer le taxe de guerre?’ vroeg de man die blijkbaar de aanvoerder was.
‘Mais qui êtes-vous, messieurs?’vroeg ik zo vriendelijk mogelijk.
‘Nous sommes les Brigades Joëlle Milquet!’ kreet hij.
Zijn adem stonk naar look, zuurkool en goedkope brandewijn.
‘Nous occupons et nous controlons ce camping. Il faut payer!’

Ongewassen en ongekleed

Door al dat misbaar was mijn vrouw wakker geworden. Gehuld in haar gebloemde peignoir kwam ze naar buiten en sloeg verbijsterd haar handen voor haar mond en vervolgens voor haar boezem.
‘Et si vous ne payez pas tout de suite on va brûler votre sale caravane flamande!’
We hebben alles gegeven wat we bij ons hadden, ons geld, onze drank en ons eten, en ook de sleutels van onze caravan moesten we afgeven, want de Brigades wilden hun hoofdkwartier vestigen in de enige nog propere caravan van l’Oasis.

Mijn vrouw en ik zijn ongewassen en ongekleed in onze Mazda gesprongen en we hebben de kortste weg naar huis genomen.
Foute beslissing.
Al in Havelange werden we tegengehouden door een andere militie van haveloze en beschonken Walen, een militie van Les Brigades Didier Reynders deze keer.

copyright Louis van Dievel

zaterdag 8 december 2007

Van Dievel Consulting (5)

 

Deze blog verschijnt gelijktijdig op vrtnieuws.net, doorklikken naar nieuws en binnenlandse blogs

 

De hond als trouwe vriend

08 / 12 / 2007

Met Van Dievel Consulting voor al uw politieke moeilijkheden’.
Ik hoorde zelf dat mijn toon nogal kortaf was. Ik had namelijk net een onaangenaam gesprek achter de rug met Caroline Gennez van de SP.A.
”t Is met Jo Vandeurzen hier. Kan ik nog een korte briefing krijgen voor ik naar De Keien van de Wetstraat ga?’
‘En U staat zeker al aan mijn poort?’
‘Hoe weet gij dat?’
Ik glimlachte ondanks alles in mijzelf. Limburgers zullen toch altijd een tikje naïef blijven.
‘Ik ben zo bij u.’

 

De interpretatie van de cijfers

 

Het was vijf uur in de namiddag en al half donker. Om vier uur had ik de resultaten van de politieke peiling georganiseerd door de VRT, Van Dievel Consulting en De Standaard binnen gekregen en onder mijn politieke klanten verdeeld. Ik had de send-knop van mijn computer nog maar net los gelaten of ik had Caroline Gennez al aan de lijn.
‘Wij hebben uw adviezen voortaan niet meer nodig’, zei de rode voorzitster afgemeten.
‘Ah zo’, antwoordde ik, ‘ en waarom niet?’
Ik verlies niet graag een klant, ook al is het maar een kleine.

‘Onze partij is op de goeie weg. Ik stijg zelfs met zeven procent in de politieke hitparade.’
‘Kameraad Gennez’, wierp ik op, ‘uw partij haalt in de peiling maar evenveel als bij de verkiezingsnederlaag van 10 juni. Is dat vooruitgang?’
‘Hoe de cijfers moeten geïnterpreteerd worden zullen wij zelf wel beslissen op het partijbureau van maandag’, beet de voorzitster mij toe.
Mijn doberman Brabançonne likte liefdevol mijn hand. Het was tijd voor zijn wandeling in de Kalmthoutse heide.

 

Zonder Blackberry geen man

 

‘En daarbij’, voegde Gennez eraan toe, ‘als wij u niet meer moeten betalen komt er geld vrij om voor elke ex-kabinetsmedewerker van de SP.A een Blackberry te kopen. Die mensen zijn in shock nu ze opnieuw gewoon moeten gaan werken. Om het morele leed te verzachten doen wil de partij aan al haar loyale medewerkers een Blackberry cadeau doen.’
‘Zonder Blackberry geen man?’ vatte ik samen.
‘Gelijk ge het zegt’, zuchtte Caroline Gennez in een opwelling van openhartigheid.

 

Last minute adviezen

 

‘Ik heb niet veel tijd’, zei Jo Vandeurzen, ‘ ik moet nog door het spitsverkeer naar de VRT. Wat raadt gij mijn nog aan om een goed figuur te slaan in De Keien van de Wetstraat.’
De vragen die Kathleen Cools en Ivan De Vadder zouden stellen waren - door mijn bemiddeling - reeds in het bezit van de christendemocratische voorzitter.
We zaten zoals steeds bij het knapperende houtvuur in de bibliotheek van mijn modeste villa in Kalmthout, parel van de Kempen.
‘Stel u kwetsbaar op’, zei ik, ‘toon uw menselijke gelaat.’
‘Laat uw kartelpartner niet onvermeld maar beklemtoon toch de eigenheid van CD&V.’
‘Lach een keer, vertel een grapje, een anekdote.’
‘Val vooral nooit stil, laat geen stiltes, praat maar door.’
‘Kijk vooral niet in de ogen van Kathleen Cools.’
‘Zeg dat u een hond hebt en dat u daar ’s avonds of ’s nachts, na de marathonvergaderingen mee gaat wandelen, dat u daardoor tot rust komt.’

 

Een hond leasen

 

‘Maar ik heb helemaal geen hond!’ Ik ben bang voor honden! Waar zit overigens dat zwarte monster van u?’
Onder de zetel van Jo Vandeurzen liet Brabançonne een dreigend gegrom horen.
‘Voor een kleine meerprijs kunt u mijn doberman leasen tot morgen’, stelde ik voor.
‘Ja maar, ik weet helemaal niet hoe ge met zo’n hond moet omgaan.’
‘U hebt nog een uur om te oefenen.’
Waarop de voorzitter per gsm zijn woordvoerder Peter Poulussen vorderde. Poulussen was in de auto blijven zitten, met de deuren op slot.
Tien minuten later stond de partijwoordvoerder met knikkende knieën , klapperende tanden en angstzweet op zijn voorhoofd en vooral onder zijn armen aan de smeedijzeren poort van mijn domein, met in zijn handen de leiband van Brabançonne.
Mijn doberman begreep niet helemaal wat er van hem verwacht werd, maar hij vond het wel plezierig om te gaan wandelen met de rare meneer van CD&V.
‘Nu stapt u met flinke tred tot aan de kastanjeboom ginderachter, en daar keert u weer’, instrueerde ik Peter Poulussen.
Na vijf stappen stak er een konijntje de weg over. Brabançonne kefte één keer hoog en schoot er achterna, Poulussen met zich meetrekkend.

 

De Keien van de Wetstraat

 

De voorzitter en ik hebben nog een goed half uur tevergeefs op hun terugkeer gewacht. Toen zijn we gaan aanbellen bij de buurvrouw die een poedel van twaalf jaar oud als huisvriend heeft.
‘Hij heet Belle, kunt ge dat onthouden?’ vroeg mijn buurvrouw terwijl ze de poedel met overgewicht aan de voorzitter van CD&V overhandigde.

Het was de bedoeling dat Belle tijdens de opname van De Keien van de Wetstraat onder de stoel van Jo Vandeurzen zou blijven liggen. Maar tijdens de repetities had het dier al in het decor gekakt. Dat van die hond als trouwe vriend van Jo Vandeurzen is spijtig genoeg niet zo goed uit de verf gekomen in het programma.

 

donderdag 6 december 2007

Van Dievel Consulting (4)

 

(deze 'politieke' blog verschijnt tegelijkertijd op www.vrtnieuws.net)

 

De Keien van de Wetstraat bis

 

'Met Van Dievel Consulting voor al uw formatieproblemen.'

’‘Zijn de vragen nog dezelfde als verleden week?’
‘En met wie heb ik het genoegen?’
Ik veinsde dat ik de stem van CD&V-voorzitter Jo Vandeurzen niet herkend had.

 

Een sombere bui

 

Ik was in een wat sombere bui. De tijd van het jaar allicht, de donkere dagen voor Kerstmis, de jaren die beginnen te wegen, pensioenzorgen, artrose, voorhoofdskaalheid. Het besef dat het leven vergankelijk is, quoi. Met de gsm nog steeds aan het oor keek ik uit het raam. Op het met bladeren bedekte grasveld voor mijn modeste villa in Kalmthout was mijn doberman zo te zien in een intiem gesprek verwikkeld met een egeltje. Neus aan neus zaten ze bij een kabouterpaddestoel die zo uit een prentenboek leek weggelopen.

 

Brood op de plank

 

‘Zijt ge er nog, Van Dievel?’
Ik was er zeker en vast nog wel. Aan de smeedijzeren poort die mijn woonst van de boze buitenwereld afsluit, zag ik de CD&V-voorzitter ongeduldig heen en weer lopen. Waarom maakt niemand nog een afspraak? Dat was mijn eerste gedachte. Mijn tweede gedachte ging naar de factuur van de brandstofleverancier die op de noen 3000 liter mazout was komen leveren.
‘Ik ben zo bij u’, sprak ik.
‘Wilt ge alstublieft die wilde hond in zijn kot steken, Poulussen is hier bij mij.’

 

Iemand om mee te spelen!

 

Ik floot Brabançonne naar binnen.
‘Die rare meneren van CD&V zijn daar weer’, legde ik mijn doberman uit terwijl ik hem liefdevol achter de oren krauwde. Brabançonne begon kwispelde van tevredenheid. Iemand om mee te spelen!
Toen ik de poort opende, kwam het christendemocratische duo schoorvoetend naderbij, rondspiedend naar mijn trouwe viervoeter. Peter Poulussen, de woordvoerder van Christus’ partij op aarde, had een soldatenhelm op zijn hoofd en hield een pepperspray voor zich uit, wat een redelijk belachelijk gezicht was. En dat zei ik hem ook.

 

Lekker avondeten

 

Ik installeerde beide heren in de bibliotheek, waar zoals steeds een stemmig haardvuur brandde. In de keuken rinkelde Brabançonne met de potten. Hij had iets lekkers beloofd voor het avondeten.
‘Al wat ik eigenlijk moet weten is of de vragen nog dezelfde zijn als verleden week’, zei Jo Vandeurzen eerder bot.
‘En welke vragen mag u wel bedoelen?’ vroeg ik met mijn onschuldigste gezicht.
‘Awel, voor de Keien van de Wetstraat natuurlijk. Deze week heb ik tijd om te komen. Maar ik wil natuurlijk goed voorbereid zijn. Mij gaan die twee niet hebben!’ riep hij krijgshaftig.
‘Wij verdienen een standbeeld!’ voegde Peter Poulussen eraan toe.

 

Een vergissing

 

‘Heer Vandeurzen’, zei ik met zachte stem, ‘ik denk dat u zich vergist. Volgens mijn informatie ontvangen De Vadder Ivan en Cools Kathleen deze week de premier-informateur-fondateur-arrangeur. U zult het met mij eens zijn dat ze daarmee een vette vis in de pan hebben.’
‘Godverdegodver!’ riep de voorzitter uit en hij voegde er nog enige krachttermen aan toe die niet voor publicatie geschikt zijn.
‘De onderkruiper!’
‘De vuige antichrist!
‘De libertijn!’
Ook Peter Poulussen deed zijn verbale duit in het zakje.
Verbaasd stak Brabançonne zijn snoet door de op een kier staande tussendeur.

 

Het mag iets kosten

 

‘Kunt gij daar nog verandering in brengen? ‘
De voorzitter van CD&V was de eerste die zijn kalmte herwon.
‘Dat zal moeilijk zijn’, zei ik met een bedenkelijk gezicht, ‘ de redactie van de Keien is ten zeerste gesteld op haar onafhankelijkheid.’
‘Het mag iets kosten’, repliceerde de CD&V-voorzitter met sluwe oogjes.
‘In dat geval’, zei ik na een lange stilte.
‘Ik zal zien wat ik kan doen. Ik laat u morgen iets weten.’

 

Waar is Peter Poulissen?

 

Plots realiseerde ik me dat Peter Poulussen niet meer in de kamer aanwezig was.
‘Waar is uw spreekbuis naartoe? Informeerde ik ongerust.
‘Naar het toilet , denk ik, hij heeft een kleine blaas.’
Op dat ogenblik weerklonk een luid gegrom , gevolgd door een ijselijke gil. Peter Poulussen had per ongeluk de deur naar de keuken genomen, alwaar Brabançonne met het eten doende was.

 

Stoor nooit een doberman die aan het koken is. Het is een goede raad die ik u geef. Door het raam zagen mijn voorname gast en ik hoe Peter Poulussen tevergeefs probeerde om heelhuids en zonder kleerscheuren de Volvo van de CD&V te bereiken. Brabançonne was echt wel kwaad. Dat kon ik opmaken uit de hoge geluidjes die Poulussen produceerde. Normaal bijt Brabançonne alleen naar de enkels en de kuiten.

dinsdag 4 december 2007

Van Dievel Consulting (3)!

 

 (Ik wil u de satirische blog niet onthouden die ik een keer of twee per week schrijf over de politieke actualiteit, op www.vrtnieuws.net)

 

Het landsbelang dienen is niet altijd even makkelijk

 

Zondagmiddag, na De Zevende dag en na Mise au Point op de Rtbf, kreeg ik een verontwaardigd telefoontje van Noël Slangen, de opperspindoctor van Open VLD. Ik zat in de foyer van de VRT na te praten met mijn politieke klanten; Alain Coninx liet inmiddels mijn doberman Brabançonne uit in de tuinen van de openbare omroep. Daar was om geloot en Alain was de pineut.

 

Jaloezie niets dan jaloezie

 


‘Ja maar gij werkt voor iedereen!’ riep Slangen in mijn oor.
 Er weerklonk naast boosheid ook jaloezie  in zijn stem.
Ik had namelijk niet alleen mijn trouwe klanten  bij CD&V en N-VA van advies gediend, maar ook de MR, de PS, de SP.A, Ecolo, Groen! én Open VLD van goede raad voorzien.

 

 Vooral dat laatste stak natuurlijk bij de directeur communicatie van de Vlaamse Liberalen.  Niet in het minst omdat – dank zij mijn gespin  - Bart Somers eindelijk nog eens een goede beurt kon maken in De Zevende Dag: ‘Het heeft geen zin meer om terug te komen op wie nu de verantwoordelijke is van het mislukken van de gesprekken. Maar de verantwoordelijkheid ligt in elk geval niet bij de liberalen.’

Geef toe, als vondst kan dat tellen. Het enige probleem is dat de voorzitter van Open VLD een slechte acteur is en vaak ook de beste tekst door overacting de nek omwringt.

 

Kasteel Belvedere

 


Tevens had ik een bui van jongensachtige joligheid aan het Paleis gesuggereerd om Guy Verhofstadt in audiëntie te ontvangen, kwestie van wat verwarring te zaaien in het grote zwarte pietenspel dat sinds vrijdagavond laat aan de gang was in de Wetstraat en de omliggende televisiestudio’s, en niet in het minst bij dezelfde Open VLD, waar ze Verhofstadt eigenlijk al in stilte hadden begraven, evenwel zonder hem daarover te raadplegen. Maar dan kennen ze da joenk nog niet goed.

 

Ik was erbij, tijdens die audiëntie in kasteel Belvedere, en zonder de kroon te ontbloten kan ik u toch verklappen dat we goed hebben gelachen met de aangebrande moppen van de vorst over Filip  en Mathilde, dat we een prima sigaar hebben opgerookt en dat we een fles uitstekende wijn soldaat hebben gemaakt. Het was fijn om de vorst nog eens ontspannen bezig te zien. Want die mens krijgt het hard te verduren. Zeg nu zelf: eerst rijden de politici van oranjeblauw zichzelf hopeloos vast, om dan unisono te verklaren dat ze wachten op een initiatief van het staatshoofd. 'Quel Culot!'

 De koning zou veel liever van zijn welverdiende pensioen gaan genieten in het zuiden van Frankrijk, neem dat van mij aan, maar hij mag dat niet van dezelfde politici die hem nu opjagen.

 

Tim Pauwels op dreef

 

Maar terug naar mijn drukke bezigheden als zaakvoerder van Van Dievel Consulting.
Om te beginnen had ik zaterdagavond – voor de extra editie van Terzake – Tim Pauwels zodanig opgejut dat deze de meest wilde analyses van de politieke toestand begon te maken, waardoor niet alleen presentator Lieven Verstraete de wenkbrauwen hoog optrok, maar ook Jo Vandeurzen en Bart De Wever (die al niet op hun gemak zaten bij Kathleen Cools en ik druk mij voorzichtig uit) met open mond en verbijstering in hun ogen zaten te luisteren naar de doemscenario’s die de welbespraakte Tim Pauwels uit zijn hoge hoed toverde.

 

 Ook het idee om de professor politologie - van wie de naam mij nu even ontgaat – naast een flipchart te zetten  in zijn rustieke West-Vlaamse salon - en hem met een viltstift alle mogelijke en onmogelijke coalities te laten tekenen, ook dat idee was van mij.

 

Het is te vroeg

 


Voor Charles Michel van de MR had ik op een bierviltje dit ene zinnetje opgeschreven: ‘Het is nog te vroeg’.  En dat antwoordde deze minzame liberaal dan ook op alle vragen die hem werden gesteld, en niet alleen zaterdag in Terzake, maar ook zondag in de Zevende Dag en bij de RTBF aan de overkant van de taalgrens die de omroep in tweeën deelt.

 

Voor Caroline Gennez had ik ook een voltreffer bedacht: ‘Wij zijn een nederige partij want wij hebben de verkiezingen verloren.’
 Maar ook bij Gennez is er een levensgroot probleem van geloofwaardigheid. Uit heel haar lichaamstaal blijkt namelijk dat ze nog altijd nageniet van haar overwinning bij de voorzittersverkiezingen van de SP.A (tenzij ze op zondagmorgen nog van iets anders aan het nagenieten was wat buiten mijn competenties valt). Iemand zou haar daarop moeten wijzen. Persoonlijk bruuskeer ik mijn klanten niet graag.

 

Speelvogels


Enfin, ik handel dat gesprek met Noël Slangen redelijk sec af. Ik druk alle aanwezigen in de foyer van de VRT nog eens op het hart dat ze mij altijd mogen bellen als ze voldoende solvabel zijn en neem hartelijk afscheid. Vanuit het raam zie ik hoe Brabançonne een stok in de struiken van de VRT-tuinen gooit, hoe Alain Coninx daar achteraan rent, de stok met zijn tanden opraapt en hem voor de poten van Brabançonne deponeert. En opnieuw. En nog eens. Het zondagse pak van Alain is gescheurd en hij is een schoen kwijt. Ik heb de indruk dat de presentator het spelletje met de stok eigenlijk beu is, maar dat is buiten de waard – in casu mijn doberman gerekend. Weer vliegt de stok de bosjes in. Opnieuw hapt Brabançonne naar de kuiten van Coninx om hem aan te moedigen.

 

En nog meer jaloezie

 

 Ik zwaai eens vriendelijk naar de twee speelvogels en begeef mij naar onze fantastische crossmediale redactieruimte. De hoofdredactie heeft mij te verstaan gegeven dat er wat door jaloezie ingegeven klachten zijn over mijn dubbele taak , lees dat ik mijn werk voor de VRT enigszins  zou verwaarlozen, ook al dien ik met mijn bijverdienste het landsbelang. En dus zet ik mij op zondagmiddag  zonder morren aan mijn eigenlijke taak: het aanvullen van de snoepautomaten op de redactie.

 

 

 

Van Dievel Consulting (2)

 

 

Welkom in de Keien van de Wetstraat!

 

‘Met Van Dievel Consulting voor al uw problemen.’
‘Ligt uw hond aan de ketting?’
‘Jazeker meneer Vandeurzen’, antwoordde ik terwijl ik uit het raam kijkend de <em>push ups</em> van Brabançonne op het grasveld in stilte meetelde.
De voorzitter van CD&V klonk zenuwachtig aan de telefoon.
‘Wilt ge dan de poort komen openmaken, ik moet u dringend spreken.’
Ik kon een diepe zucht niet onderdrukken.
‘Iedereen wil mij altijd dringend spreken, meneer Vandeurzen.’
‘Allez toe!’

 

'Hij is bang voor uw doberman', zei Vandeurzen

 

Het klonk bijna als een smeekbede. En wie ben ik om de noodkreet van een wanhopige niet te willen aanhoren, ook al is hij de voorzitter van de Vlaamse christendemocraten en liberalen.
‘Allez dan, geef mij twee minuutjes en ik ben bij u.’
Ik floot Brabançonne – die inmiddels bezig was met touwtje springen – naar binnen, een bevel waar het brave huisdier maar node gevolg aan gaf, en begaf mij naar het sierlijke gietijzeren hek van mijn modeste villa in Kalmthout.

‘Komt uw woordvoerder niet mee naar binnen?’, vroeg ik terwijl ik arm in arm met de voorzitter naar mijn huis wandelde, want ik had nog net gezien hoe Peter Poulussen schichtig wegdook op de achterbank van de stationair draaiende  Volvo.
‘Hij is bang van uw doberman’, zei Jo Vandeurzen met een benepen stemmetje, ‘en als ik eerlijk mag zijn, ik eigenlijk ook. Een beetje.’
Op dat eigenste moment maakte Brabançonne hoffelijk de voordeur open voor  de voorname gast.

 

Draai het mes nog maar wat in de wonde

 

Tien minuten later was het ergste klappertanden bij de CD&;V-voorzitter over en kon hij de reden van zijn bezoek onder verstaanbare woorden brengen.
‘Ik ben gevraagd voor De Keien van de Wetstraat.’
‘Verleden week ook al, naar ik heb vernomen.’
‘Toen mocht ik niet komen van Leterme en van Schouppe.’
‘En wie zat er in uw plaats bij Kathleen Cools en Ivan De Vadder? Jos Geysels godbetert, een afvallige katholiek!’
‘Ja, draai het mes nog wat in de wonde.’
‘Maar deze week wilt u dus wel naar De Keien komen.’
’t Is te zeggen:  ik wil komen als ik van te voren weet wat ze mij gaan vragen.’
‘En wat heb ik daarmee te maken?’

 

Het werd stil in de bibliotheek

 


De voorzitter van CD&V slikte even, maar beet dan door.
‘Gij werkt toch bij de VRT als ge tijd hebt? Kunt gij , wilt gij, zoudt gij, euh, kunt gij mij de vragen niet bezorgen?’
Het werd stil in de bibliotheek. Men hoorde slechts het knetteren van het haardvuur en het gesabbel van Brabançonne op zijn, enfin, dat doet er niet toe.
‘Maar meneer Vandeurzen, dat is bedrijfsspionage!  Ik probeer mijn werk en mijn  bijverdienste zo goed mogelijk gescheiden te houden.’

 

De stem van de voorzitter trilde toen hij opnieuw het woord nam.
‘Met die De Vadder zit ik niet in, maar als die Kathleen Cools in mijn ogen kijkt, dan verlies ik altijd de draad van mijn betoog en dan begin ik te stotteren  en dan word ik rood en dan krijg ik daarna naar mijn voeten van Leterme en Schouppe.’
‘En van uw vrouw.’
‘Ha ge weet het!’
‘Dat is een probleem’, gaf ik grif toe.
‘Ha ge weet het’, zei Jo Vandeurzen ten tweede male.
‘Weet u wat’, zei ik, ‘ik zal mijn geweten raadplegen.’
‘Duurt dat lang bij u?’
‘Het is al voorbij.  Louter bij toeval ben ik in het bezit gekomen van de vragen die  ze bij de Keien voor u in petto hebben, ik zal ze u doormailen.’
Van pure vreugde viel de partijvoorzitter mij in de armen.

 


In het licht van de afnemende maan

 


Toen ik hem naar de poort van mijn domein vergezelde – in het licht van de afnemende maan – schraapte Jo Vandeurzen zijn keel.
‘Als dat voor u gelijk is', sprak hij aarzelend, 'wilt ge die vragen dan niet naar de partij doormailen, maar naar dit e-mailadres?’
En hij duwde mij een kaartje in de hand.
Kinkyjoe@hotmail.com kon ik met enige moeite ontcijferen.
Maar zelfs in het halve donker kon ik zien hoe de christendemocratische voorman bloosde tot onder zijn armen.
‘Dat is het e-mailadres dat ik gebruik als ik niet wil dat Schouppe mijn mails leest’.
‘Ik begrijp u.’
‘Dat is ook de schuilnaam die ik gebruik om te reageren op de blogs van Kathleen Cools. Maar ik word altijd gecensureerd. Weet gij wie zich daar mee bezig houdt?’

 


Zonder een antwoord af te wachten  en vooral zonder te kijken stapte Jo Vandeurzen in de klaarstaande Volvo. Brabançonne, met een chauffeurspet op zijn kop, gaf kwistig gas. Een halve seconde later viel Peter Poulussen – head down – uit de grote eik bij de poort. Een vermoeiende mens is dat, geloof mij vrij!

 

zie ook www.vrtnieuws.net

 

 

 

 

 

 

 

Van Dievel Consulting (1)

 

 

Van Dievel Consulting, uw huis van vertrouwen

 

Het is me nogal een week geweest in mijn modeste Kalmthoutse villa, die niet alleen mijn woonstede is maar ook de burelen huisvest van Van Dievel Consulting. De zaken gaan goed, ik wil het grif toegeven. Ik heb afgelopen week Marino Keulen van advies gediend over burgemeesterbenoemingen, ik heb een artikel van twee volle pagina's voor Karel De Gucht geschreven in De Standaard, ik heb  niet zonder moeite het volkslied in drie talen aangeleerd aan Helmut Lotti en ik heb een pro-Belgische betoging georganiseerd in Brussel. Maar het grootste genoegen heb ik toch geput uit mijn démarche met Bruno De Wever op Kanaal Z. Ik verklaar mij nader.

 

Bezoek, alweer bezoek

 

Op een avond rond negen uur, ik denk dat het woensdag was want Elio Di Rupo was net de deur uit en ik had juist de ramen tegen elkaar open gezet om de doordringende geur van<em> H pour Hommes</em> te verdrijven (mijn doberman Brabançonne was er kotsmisselijk van geworden, maar dit geheel terzijde), toen mijn gsm <em>Te Lourdes op de Bergen</em> begon te piepen. Het was Jo Vandeurzen.
'U wil een spoedadvies en u staat al aan mijn poort', waagde ik een gokje.
'Hoe weet gij dat?' vroeg de voorzitter van CD&amp;V in zijn zangerigste Limburgs.
'Kom maar binnen', zei ik en ik duwde op de knop voor de poort, 'maar pas op want mijn doberman loopt los.'

 

Die laatste boodschap had helaas de gezel van de voorzitter - woordvoerder Poulussen van CD&V  - niet bereikt, want toen ik mijn voordeur opentrok, haastte enkel Jo Vandeurzen zich  met gescheurde broekspijpen en ontvelde kuiten naar binnen. In het schijnsel van de tuinverlichting zag ik hoe Peter Poulussen over het grasveld werd achterna gezeten door een Brabançonne in opperbeste stemming. Brabançonne is mijn bijtgrage doberman, maar dat weet u inmiddels al wel.

Een aanvaardbare bocht

 

De voorzitter van CD&amp;V zag er slecht uit, nog niet zo slecht als formateur Leterme, maar het scheelde toch niet veel.
Hij liet zich in een zetel bij het vuur vallen, sloeg het aangeboden glas wijn af en verzocht om bier, en ik moest geen moeite doen, hij zou wel uit het flesje drinken.
Na drie flesjes witbier voelde Jo Vandeurzen zich voldoende ontspannen om zijn probleem uit de doeken te doen.
'Het zit zo', begon hij.
'U bent wanhopig op zoek naar een aanvaardbare bocht', onderbrak ik hem.
'Hoe weet gij dat?', vroeg de voorman uit Limburg voor de tweede keer die avond.
'Het land zit in een diepe crisis, u zit tussen hamer en aambeeld, u wordt heen en weer geslingerd tussen het radicale deel van uw achterban en uw kartelpartner enerzijds en uw zin voor staatsmanschap anderzijds', somde ik op, 'of vergis ik mij?'

 


Via de regenpijp

 

Door het raam zagen wij hoe Peter Poulussen via  het beklimmen van de regenpijp aan mijn doberman probeerde te ontkomen. We besloten er verder geen acht op te slaan.
'U zoekt een aanvaardbare bocht om een oranjeblauwe regering te kunnen vormen zonder staatshervorming.'
'Hoe weet gij dat?' wilde Jo Vandeurzen ten derde male zeggen maar hij bedacht zich tijdig en lurkte eens aan zijn vierde flesje witbier.
Ik kwam overeind om mijn statement meer kracht te geven.
'Ik zal u meer geven', verklaarde ik plechtig, 'ik zal u een bocht leveren om een regering mét staatshervorming te kunnen vormen.'
'Als gij dat kunt, betaal ik u dubbel.'
De voorzitter was lang niet overtuigd toen ik hem uitgeleide deed. De woordvoerder was in geen velden of wegen te bekennen. Brabançonne kauwde op iets wat opvingerkootjes leek.

 

De broer van Bart

 

Iedere familie heeft zo haar zwart schaap. Bij de Van Dievels ben ik dat, bij de De Wevers is dat Bruno. Hij is de enige met vast werk, om maar iets te zeggen. Hij is een intelligente flamingant, een combinatie die aan de Vlaamse rechterzijde niet altijd een voordeel is, wel integendeel. Wijlen  Hugo Schiltz had hem uitgekozen om zijn biografie te schrijven. Hij is prof aan de Gentse universiteit. Een vreemde vogel dus, maar wel met een stamboom om u tegen te zeggen. Een meneer in de Vlaamse beweging.

 

Twee dagen later zit Bruno de Wever dus tussen Veronique Goossens en Rik Van Cauwelaert op Kanaal Z doodgemoedereerd te vertellen dat de Vlaamse rand niet meer Vlaams is, dat die tachtig procent Franstalige inwoners moeilijk kunnen genegeerd worden, dat wij van het taboe van de morzel Vlaamse grond afmoeten en dat wij de rand kunnen gebruiken als pasmunt voor meer sociaal-economische bevoegdheden voor Vlaanderen. De professor zegt te weten dat de pek en de veren klaar staan, maar dat hij een academicus is en dus zijn kiezers niet naar de mond moet praten.  De mond van Van Cauwelaert en van Goossens valt open. Tijdens de aftiteling belt Van Cauwelaert al naar het persagentschap Belga om het nieuws zo ruim mogelijk te verspreiden.
Bingo.

De zoon van Louis

Nog twee dagen later in de Zevende Dag verklaart Charles Michel in zijn allerschattigste Nederlands dat de Franstaligen best ookwel wat taboes willen doorbreken, bijvoorbeeld de overheveling van de personenbelasting naar de deelstaten. Als we maar deftig met elkaar willen blijven praten,als de Vlamingen beloven om hun numerieke meerderheid niet meer uit te spelen, komt alles wel in orde. Ik vat het wat ruw samen maar daar komt het op neer.

 

Zaken zijn zaken, nietwaar

 

De aftiteling is nog aan het lopen of ik heb Jo Vandeurzen al aan de lijn.
'Hoe hebt gij dat in hemelsnaam geflikt? Ik voel dat we eruit gaan komen!'
Er klonk grote bewondering in zijn stem.
'Ervaring', antwoordde ik en ik probeerde de fiere toon in mijn eigen stem te temperen, 'beroepsernst, inzicht, analytisch vermogen, creativiteit, eerlijkheid, overtuigingskracht.'
'Wilt ge niet bij ons komen werken?' smeekte de partijvoorzitter, dan gooien wij Pol Van Den Driessche subiet buiten, want van die mens hebben wij nog niet veel geniet gehad, alleen veel horecarekeningen.'
Ik bedankte vriendelijk voor de eer. Ik herinnerde wel aan de belofte van dubbele betaling. Zaken zijn zaken, nietwaar.

'A propos', vroeg Jo Vandeurzen aan het eind van ons aangename gesprek, 'hebt gij Peter Poulussen daar nog gezien bij u?'

 

 zie ook www.vrtnieuws.net

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

maandag 3 december 2007

Een kleine stamboom

(zoals gevraagd door een blogbezoeker, hieronder een vereenvoudigde stamboom van de familie Van Dievel)

Pier Van Dievelt (?)                            X     Maria Ceulemans (?)

Pier Van Dievelt (1630-1686)          X     Anna Roggemans (1631-1699)

Antoon Van Dievelt (1668-1748)     X     Gomarijne Van Goolen (1670-?)

Adriaan Van Dievel (1705-1775)     X     Anna Van Roosbroeck (?-1774)

Peter Van Dievel (1733-1803)         X     Elisabeth Mees (?-1774)

Adriaan Van Dievel (1760-1820)     X    Elisabeth Theresia Guldentops (1671-1827)

Michael Van Dievel (1793-1854)     X    Maria Candries (1801-1881)

Lodewijk Van Dievel (1838-1883)   X    Maria Winckelmans (1837-1874)

                                                             X    Anna Torfs (1844-1905)

                                                                                                 X   Petrus Rams   

 

Fons Van Dievel  X Mathilde Ackermans //////    Ferdinand Van Dievel X  Maria Schroons

(1878-1956)                               (1884-1988)       (1875-1926)                  (1871-1943)

 

Emiel Van Dievel  X  Maria  Stevens                      Sander Van Dievel X

                                                                                      Maria Van Winghe

Alma Van Dievel   X   Henri De Boeck                   Jeanne Van Dievel

                                                                                      Nante Van Dievel

                                                                                      Jos Van Dievel

                                                                                      Louis Van Dievel